All Posts By

Valerie Granberg

ADHD: Mijn kind is druk omdat het zo druk is

By Opvoeden
ADHD is een beschrijving van bepaald gedrag, het is geen oorzaak van dat gedrag

Toen mijn jongste zoon net in groep 3 zat – dus net was overgegaan van wat voor mij vroeger de kleuterschool was naar de lagere school – moesten we na een paar weken al op gesprek komen. ‘Hij is nogal druk’, zei de juf op een manier waaruit bepaald geen liefde voor onze zoon bleek (en ook geen liefde voor drukke jongetjes in het algemeen). Wij waren verbaasd want in groep 1 en 2 was de juf juist enthousiast over hem omdat hij actief, ondernemend en leergierig was.

‘Waarom is hij zo druk?’ vroeg ik. ‘Tja’, zei zijn Juf met een zorgelijk gezicht. ‘Ik vermoed dat hij ADHD heeft’. En dat was, zoals ik later van de Vlaamse psychiater Paul Verhaeghe leerde, een beetje dom antwoord. ADHD betekent namelijk Attention Deficit Hyperactivity Disorder, vrij letterlijk vertaald zoiets als: aandachtstekort- en hyperactiviteitstoornis, oftewel een beschrijving van iemand die nogal druk is. Als je dus zegt dat iemand druk is, omdat hij ADHD heeft, zeg je eigenlijk dat iemand druk is, omdat hij druk is. Want ADHD is alleen maar een beschrijving van bepaald gedrag. De fysieke oorzaak is nooit gevonden. Er is niet iets in iemands hersenen dat kan worden aangewezen als de oorzaak van ADHD. Als je zegt dat iemand druk is omdat hij ADHD heeft, dient de beschrijving dus als verklaring.

Is dat erg? vraag je je misschien af. Ja, ik denk van wel. Je krijg namelijk een verkeerde kijk op drukke kinderen. Ik dacht dat er iets mis was met mijn zoon. Terwijl dat eigenlijk maar de vraag is. Als je ervan uit gaat dat ADHD de oorzaak is van de drukte en niet de beschrijving, dan lijkt een medicijn de juiste oplossing.

Wanneer mijn zoon pijn heeft in zijn keel door een ontsteking, dan kun je penicilline geven om die weg te laten gaan. Maar bij ADHD is er geen oorzaak die weggenomen wordt door Ritalin. Dat betekent trouwens niet dat een medicijn bij ADHD nooit een (deel van de) oplossing kan zijn. Kijk naar hoofdpijn en paracetamol. Als je hoofdpijn hebt, helpt een paracetamolletje om de pijn weg te nemen, al neemt dat pilletje de oorzaak van de hoofdpijn niet weg. Daarom moet je, als je vaak hoofdpijn hebt, ook naar de oorzaak gaan zoeken. Die hoofdpijn kan bijvoorbeeld komen doordat je veel te lang achter elkaar werkt, daarbij ook nog nauwelijks beweegt en een verkeerde houding hebt. De oplossing lijkt eenvoudig: ga minder lang werken, meer bewegen en doe iets aan je houding.

 

Zo moet je ook bij een druk kind gaan kijken naar de oorzaak van dat drukke gedrag. Kwam het misschien doordat mijn zoon in groep 3 opeens veel langer rustig moest blijven zitten, omdat hij nu echt ging beginnen met leren lezen en schrijven en rekenen? Dat zou kunnen, maar misschien is het probleem nog groter, is het de maatschappij die verwacht dat we allemaal brave rustige hardwerkende mensen zijn. En als iemand afwijkt van die dwingende norm, is hij of zij niet normaal. Dan lijkt een pilletje een fijne oplossing. Het is nu eenmaal makkelijker om enkele individuen een pilletje te geven, dan de hele maatschappij te moeten veranderen.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer Buro Fludo?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Wereldvrede begint bij broederliefde

By Omgaan met de wereld, Omgaan met mensen

‘Imagine there’s no countries, It isn’t hard to do, Nothing to kill or die for, And no religion, too, Imagine all the people living life in peace’

Zong John Lennon. Ja, leven in een wereld waarin iedereen met elkaar verbroederd is, dat klinkt mooi.  Maar…verbroederd? En zusters dan? En dieren? En de planten? Het gaat meteen al mis.

En als ik er nog langer over nadenk, vraag ik me af, is broederschap wel echt zo fantastisch? Ik moet denken aan mijn eigen broers. Ik heb er drie. Alle drie zijn ze ouder. In mijn jeugd gedroegen we ons erg gebroederlijk. Dat merkte ik vooral toen ik naar de kleuterschool ging. Die zat in hetzelfde gebouw als de lagere school waar mijn broers op zaten. Andere kinderen durfden mij niets aan te doen, want dan kwamen mijn grote broers mij te hulp. Zelfs als ik tegen een klasgenoot niet zo aardig was geweest, stonden mijn broers aan mijn kant.

Maar het gekke was, zodra er geen gemeenschappelijke vijand was, was die verbondenheid plotseling voorbij. Dan was er juist regelmatig ruzie. Later heb ik daar mijn werk van gemaakt. Met mijn jongste broer Maarten, die dus ouder is dan ik, ben ik het duo begonnen: de Gebroeders Meester.

Ik werd een keer gevraagd om voor een filosofisch café in Utrecht boeken te bespreken. Ik zat er over te denken hoe ik dat aan zou pakken en toen stelde Valerie (mijn vrouw) voor het samen met Maarten te doen: ‘Jullie zijn het vaak met elkaar oneens, en het probleem bij een boekrecensie is altijd dat je maar een mening krijgt, die erg persoonlijk is. Op deze manier krijgt het publiek de meest uiteenlopende meningen over een boek te horen en kan het zelf een oordeel vellen.’

Dat was een gouden plan, de formule sloeg aan. Er was al snel een uitgever die ons vroeg een boek te schrijven volgens hetzelfde concept. Over de geschiedenis van de filosofie. We hebben uiteindelijk vier boeken geschreven, we kregen een column in de Volkskrant. En ik moet zeggen, de samenwerking werkte ook therapeutisch. Doordat we op het podium ruzie konden maken, hoefden we dat in het echt niet meer te doen. En tenslotte was onze strijd op het podium ook uitgestreden, doordat we het steeds meer met elkaar eens werden.

Toch werpt dit verhaal over mijn broer een beetje treurig licht op broederschap. Ik moet dan denken aan een beroemd Arabisch gezegde:

‘Ik tegen mijn broers, ik en mijn broer tegen mijn neven, ik en mijn broers en mijn neven tegen het dorp, ik en mijn broers en mijn neven en het dorp tegen de wereld.’

De Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804) dacht ook al na over broederschap. Hij schreef het beroemd geworden boek Naar de eeuwige vrede, wat je met een beetje fantasie als een voorloper zou kunnen zien van John Lennons lied. Kant had heel veel vertrouwen in de mensheid en dacht dat het mogelijk was dat alle volkeren op aarde zich met elkaar zouden verbroederen en dat er dan eeuwige vrede zou komen onder de wereldburgers. Als we allemaal maar onze rede zouden gebruiken, dan kwam het wel goed.

Kant heeft van latere filosofen zoals Carl Schmitt (1888-1985) veel kritiek gekregen. Schmitt meende dat die universele verbroedering van Kant een abstract monster is. Het was volgens hem beter om te erkennen dat in de praktijk elke samenleving nu eenmaal vijanden heeft, dan er naar te streven dat alle mensen broeders worden. Want voor je het weet ben je in naam van de mensheid gruwelijke oorlogen aan het uitvechten.

En misschien moet je Schmitt ook wel een beetje gelijk geven, als je bijvoorbeeld kijkt naar de slavernij. Die werd goedgepraat met het argument dat zwarten minder redelijke vermogens bezaten dan witten, dus dat je je daarom niet met hen hoefde te verbroederen en ze zelfs wel als slaaf kon houden.

Tja, wie heeft er gelijk? Is verbroedering of verzustering met alle mensen, dieren en de rest van de organismen op de wereld mogelijk, of kunnen we eigenlijk niet zonder een soort gemeenschappelijke vijand? Misschien is het al heel wat als we ons gedrag naar die vijand weten te beperken tot een beetje gescheld en daarmee verder bloedvergieten kunnen voorkomen. En dan vragen we ons ondertussen af hoe we zoveel mogelijk wezens tot onze medewezens kunnen rekenen?

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer Buro Fludo?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Je bent wat je raakt

By Meer liefde & seks, Omgaan met mensen

hart pictogram rozeWie ben ik? Als ik me dat zo afvraag heb ik daar geen antwoord op.
Kun jij makkelijk zeggen wie je bent? 

Stel je ontmoet iemand op een feestje die je er heel leuk en aardig uit vindt zien, en je wilt die ander graag beter leren kennen en vooral ook laten zien wie jij ‘echt’ bent. Hoe doe je dat?  

Je deelt met elkaar wat jou raakt in het leven en wat die ander raakt. Je praat over een boek dat je leven veranderd heeft, een film die je aan het huilen heeft gemaakt, een sociaal onrechtvaardige situatie die je aangrijpt.

De eerste keer dat ik een afspraak had met Valerie, zong ik Black Bird van de Beatles voor haar, mezelf begeleidend op mijn gitaar. Als ik er nu aan terugdenk, denk ik: ‘hoe kon ik zo sentimenteel zijn’. En als ik eerlijk ben kan ik me niet voorstellen dat ik het echt heb gedaan. Maar Valerie zweert dat het echt zo gegaan is. Als het al zo was, dan was dat natuurlijk ook omdat dat liedje mij raakte, en ik hoopte dat het bij haar hetzelfde gevoel opriep. Dat was gelukkig het geval, ze bleek net zo sentimenteel als ik.

Goed we wilden dus heel graag dingen met elkaar delen die belangrijk waren in ons leven. Zij liet mij foto’s en schilderijen zien van kunstenaars die haar raakten. En ik gaf haar een boek cadeau dat ik heel mooi vond: Oblomov van de Russische schrijver Ivan Gontsjarov. Het gaat over een man die de hele dag op zijn bed blijft liggen.

Ze was nogal beledigd want ze had de indruk dat ik het had gegeven, omdat het iets over haar zei. Toen ik beweerde dat dat echt niet zo was – eerlijk is eerlijk, ze ging in die tijd veel uit en bracht dan vaak een groot gedeelte van de dag erna in bed door – maar dat ik het gewoon een heel mooi boek vond, wilde ze dat nauwelijks aannemen.

Later bekende ze me dat ze het nogal saai vond, maar dat durfde ze toen niet te zeggen. Nou saai, saai! Ik vind het een schitterend boek, zo knap dat je iemand die alleen maar op bed ligt zoveel diepgang mee kunt geven. Goed, Oblomov riep bij haar dus een andere emotie op dan bij mij en dat had ik een beetje verkeerd ingeschat. 

Hoe het ook zij. Terug naar mijn vraag. Wie ben ik? Als je wilt laten zien wie je bent, dan ga je dingen laten zien die je hebben geraak. Blijkbaar ben je dus wat je raakt.