All Posts By

Valerie Granberg

Waarom polarisatie soms goed is

By Omgaan met mensen, Opvoeden
En Zwarte Piet het leven liet

Veel mensen zien de Zwarte Pietendiscussie als toppunt van polarisatie, maar ik denk dat de 19e-eeuwse Britse filosoof John Stuart Mill er wel over te spreken was geweest.

Even voor de duidelijkheid, in deze blog wil ik geen discussie voeren over het uiterlijk van Piet, maar wil ik iets zeggen over die discussie zelf. Hoewel ik nu tegen Zwarte Piet ben, groeide ik nog wel op in de traditie van Sinterklaas en Zwarte Piet. Mijn ouders hebben mij van jongs af aan verteld dat Sinterklaas niet bestaat. Waarschijnlijk vond ik het juist daarom zo’n leuk feest. Ik zat in het complot en deed niets liever dan me de rol van Piet aanmeten.

Later vonden mijn eigen kinderen het ook geweldig om zich als Piet te verkleden. Vooral mijn oudste zoon, laat ik hem voor het gemak even Pieter noemen, wilde net als ik niets liever dan Piet zijn. 

Waarom zou het zo leuk zijn om als Piet door het leven te gaan? Ik denk dat het de magie is van een dubbelleven. Je bent een soort superheld. In het gewone leven heb je een saaie baan op kantoor of in een fastfood restaurant, maar als de nood aan de man is gaat je speciale pak aan en word je je illustere alter ego zoals Superman, Wonder Woman of Batman die door de nacht sluipt.

Vanaf zijn elfde liep Pieter mee met de intocht van Sinterklaas in Amsterdam. Sinds zijn twintigste is hij Hoofdpiet. De intocht van Amsterdam was vier jaar geleden één van de eerste van Nederland die is afgestapt van Zwarte Piet. Eberhard Van der Laan, toen nog burgemeester, heeft in overleg met de tegenstanders van Zwarte Piet en de stichting Sint in Amsterdam een oplossing gevonden. Hij nam het voorstel van tegenstanders van Zwarte Piet over en koos voor de roetveegpiet, ontdaan van kroeshaar en oorbellen. 

Mijn zoon was in eerste instantie niet blij met alle verandering. Hij was gehecht aan de traditie waarin hij was opgegroeid. Maar hij vond het feest te leuk om er dan maar mee te stoppen. En hij zag ook in dat als er kinderen zijn die last hebben van Zwarte Piet, er iets moest veranderen: Sinterklaas moet een feest zijn voor alle kinderen. Dus is hij zich gaan inzetten voor de nieuwe roetveegpiet. Hij ontwierp een nieuw pak voor alle Pieten van Amsterdam, geïnspireerd op Spaanse edellieden. Sinterklaas komt tenslotte uit Spanje.

John Stuart Mill

Tot zover Pieter. Maar waarom had John Stuart Mill die Zwarte Pietendiscussie nou zo goed gevonden? Hij zou die denk ik als bewijs voor zijn eigen theorie hebben gezien. In zijn boek On Liberty uit 1859 neemt hij het op voor de vrijheid van meningsuiting. Hij ziet echter wel het gevaar van polarisatie, omdat in zo’n vrije discussie tegenstanders vaak de neiging hebben om de uitersten op te zoeken. En zo komen ze juist verder uit elkaar te staan. 

Hij schrijft: ‘Ik geef toe dat de neiging van alle opvattingen om sektarisch te worden niet wordt genezen door een zo vrij mogelijke discussie, maar daardoor juist vaak wordt versterkt en verbitterd: zodat de waarheid die men had moeten inzien maar niet herkent, des te heftiger wordt verworpen, omdat zij wordt verkondigd door mensen die men als tegenstanders beschouwt.’

Dat is precies wat de afgelopen jaren in Nederland is gebeurd, met als dieptepunt de pro-zwartepieters die de bus van kick-out-zwartepieters blokkeerden op de snelweg. Maar Jerry Afriyie en de anderen van Kick Out Zwarte Piet gaven niet op. Waarschijnlijk wisten ze net als Mill dat hun inspanningen uiteindelijk wel effect zouden hebben op de grote zwijgende meerderheid. Mill vervolgt: 

‘Deze botsing van meningen oefent zijn heilzame werking dan ook niet uit op de verstokte partijganger, maar op de kalme en belangeloze toeschouwer.’

En dat is ook wat er aan het gebeuren is. Nou wil ik niet beweren dat de grote meerderheid van de Nederlandse bevolking een kalme belangeloze toeschouwer is geweest, toch zie je wel dat de toeschouwers van de discussie zich langzaamaan hebben laten overtuigen. Het is niet snel gegaan, maar het landelijke Sinterklaasjournaal is vorig jaar eindelijk ook overgestapt op roetveegpieten en zelfs premier Rutte heeft gezegd dat hij tegen Zwarte Piet is. 

Foto van Pieten op de Dam: Ika van Doorn

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Imiteer een ander

By Gelukt leven, Opvoeden
En word jezelf

Sommige mensen willen hun leven veranderen om meer zichzelf te kunnen worden. Ze hebben de indruk dat ze zich niet goed voelen omdat ze niet zichzelf kunnen zijn. Dat is eigenlijk gek, want strikt genomen ben je altijd jezelf.

Soms kan het alleen zo zijn dat bepaald gedrag dat je vertoont, niet zo prettig voelt. Je hebt dan de indruk dat je je anders voor moet doen dan je bent. Maar toch doe je het. Dan gaat het er dus niet om dat je meer jezelf wordt, maar juist dat je iemand anders wordt die gedrag vertoont dat je wel prettig vindt. 

Stel je moet op een podium iets doen. Je hebt dit nog niet vaak gedaan. Dan krijg je soms het wonderlijke advies: wees gewoon lekker jezelf. Maar je hebt op dat moment nog helemaal geen zelf dat gewend is op een podium te staan. Op een podium moet je namelijk allemaal dingen doen die je normaal gesproken niet doet.

Bij een gewoon gesprek zou ik nooit mijn handen zo gek houden

Je moet wat harder en duidelijker praten dan normaal, of door een microfoon spreken, waarvoor je een microfoontechniek moet ontwikkelen. Als je op een podium iets vertelt, sta je daar vaak bij, terwijl je in het dagelijkse leven meestal zittend tegen je vrienden een verhaal vertelt, of als je vlak bij elkaar staat op een feestje. Wanneer je iets op een podium gaat doen moet je dus nadenken over wat je met je armen doet, welke houding het beste werkt, of je een beetje heen en weer gaat lopen. Ga zo maar door.

Het slechtste advies is wel: ‘wees gewoon jezelf’. Om de indruk te wekken dat je jezelf bent, moet je namelijk juist niet jezelf zijn. Soms kan het dan helpen om iemand te imiteren. Kies iemand die het goed doet op een podium. Bestudeer nauwlettend haar of zijn gedrag. Wat maakt dat deze persoon zo ‘natuurlijk’ overkomt op het podium?

Als je hebt vastgesteld wat die gedragingen precies zijn, ga je ze oefenen, oefenen en oefenen. Het liefst voor de spiegel of voor een camera, zodat je jezelf kunt corrigeren. Net zo lang totdat je het helemaal in de vingers hebt en het een deel van jezelf is geworden. 

Imitatie klinkt weinig origineel, maar daar hoef je helemaal niet bang voor te zijn. Je geeft er hoe dan ook je eigen draai aan. Dat leerde ik van Van René Gude, voormalig denker des vaderlands. In de eerste plaats moet je het gedrag van de ander interpreteren. Jij besluit wat nou precies maakt dat die ander dat zo goed kan. Zo geef je er al een eigen draai aan. Vervolgens moet je dat gaan uitvoeren. Dat zal je nooit perfect lukken. En zo maak je je het op je eigen manier eigen.

Bedenk dat mensen die bekend staan als zeer origineel en authentiek vaak ook weer anderen imiteerden en zich zo iets eigen maakten. Bijvoorbeeld Pablo Picasso of Vincent van Gogh. Dus imiteer een ander en word jezelf. 

Imiteren, je geeft er hoe dan ook je eigen draai aan

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Existentieel liegen

By Omgaan met mensen
Bluf jezelf de toekomst in

Als je je leven wilt veranderen, dan moet je af en toe bluffen. Bluffen is een vorm van liegen, omdat je beweert iets te kunnen of te zijn, waar je niet helemaal zeker van bent. Bluffen is doen alsof. En precies dat doen alsof kan je helpen om te worden wie je wilt zijn.

Aristoteles schrijft zijn Ethica Nicomachea dat je een goed mens kunt worden door goed te doen. Dat klinkt nogal makkelijk, maar dat is het juist niet. Het komt er op neer dat je moet doen alsof je goed bent, en als je dat maar lang genoeg doet, word je ook werkelijk goed.

Zo moet je een beetje bluffen wanneer je je gedrag wilt veranderen. Je moet doen alsof je al bent zoals iemand die het gedrag vertoont dat je wilt vertonen. Door heel goed te doen alsof, word je uiteindelijk ook zo.

Kinderen spelen vaak een rol met elkaar. Ze doen alsof. En zo proberen ze uit wat ze willen zijn. Of neem Nous’che, de hond met wie ik samenwoon. Ze speelt met een flostouw, gromt en zet haar tanden erin als was het een prooi. Als ze een konijn zou tegenkomen, zou het werkelijkheid worden.

Midas speelde toen hij jong was vaak Batman, tenminste, als hij niet superman of James Bond was

Bluffen is een deelverzameling van ‘doen alsof’. Bij ‘doen alsof’ kun je van elkaar weten dat je doet alsof, zoals bij een spel. Als je bluft is dat doorgaans niet het geval. Als je bluft dan zeg je dat je iets kan of hebt, waarvan je eigenlijk niet zo zeker bent. Als je bluft bij een kaartspel doe je net alsof je goede kaarten hebt, de ander kan daardoor besluiten om te passen en zo haal je de pot binnen. Maar die ander kan ook doorgaan en dan kun je juist veel geld verliezen. Bluffen is nooit zonder risico.

Eigenlijk kun je niet anders dan bluffen. De toekomst is namelijk altijd ongewis, toch moeten we net doen alsof we wel weten wat er gaat komen. De Deense filosoof Søren Kierkegaard zei het zo: ‘Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts geleefd worden’. En omdat het voorwaarts geleefd moet worden, moet je de sprong voorwaarts wagen, zonder dat je precies weet waar je terecht zal komen. Je zou bluffen existentieel liegen kunnen noemen.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

De koe centraal

By Omgaan met de wereld
En de mens een beetje minder

Dat het goed is om de mens centraal te stellen is een waarheid als een koe. In de categorie: Vrijheid is goed. Maar is het wel zo? Zouden we niet juist moeten proberen om de mens wat minder centraal te stellen? Dat wordt wel lastig. Want voor de mens is de mens nu eenmaal de maat der dingen, zoals voor de koe waarschijnlijk de koe de maat der dingen is.

En omdat we dus opgesloten zitten in ons eigen perspectief, kunnen we nooit met zekerheid weten wat er in de kop van een koe omgaat als zij het slachthuis in wordt gebracht. Of wat een hond voelt wanneer die ons zielig aankijkt. 

Nous’che heeft een wondje en kijkt best zielig. 

Misschien voelen die dieren niet zoveel als wij. Er is een kans dat hun bewustzijn minder ontwikkeld is en dat ze zich daarom nauwelijks bewust zijn van hun lijden. Zou het daarom geoorloofd zijn om dieren af en toe te gebruiken voor onze doeleinden? Bijvoorbeeld door medicijnen op ze te testen, hun vacht te gebruiken, hun melk te drinken, of ze, mits we het netjes doen, op te eten. 

Het spreekt voor zich dat we dat bij mensen niet moeten doen. Van mensen weten we dat ze kunnen voelen en denken. We zijn immers zelf een mens. Je kunt weliswaar niet ontdekken wat er diep van binnen in een ander mens omgaat door hem open te snijden, maar je zou dan wel kunnen zien dat die ander van binnen erg op jou lijkt. Hij heeft het zelfde rode bloed en dezelfde organen, zoals een centraal zenuwstelsel. Daarom is het bijzonder waarschijnlijk dat die andere mens ook een innerlijk leven heeft: gevoelens, gedachten en ervaringen, net zoals jij.

Als andere mensen net zo in elkaar steken als jij en daarom ongeveer hetzelfde ervaren als jij, is het best een aardige regel om onze medemensen te behandelen zoals we zelf behandeld willen worden.

Die regel werkt vrij goed, al moeten we die uiteraard niet al te consequent doorvoeren. Want uit de praktijk weten we dat er mensen zijn die een andere smaak hebben dan wij. 

Ik hou van klassieke muziek en ik kan er erg van genieten als ik die muziek heel hard opzet, maar het is de vraag of mijn buurman dat leuk vindt. Ik denk het niet, want ik weet toevallig dat hij van stevige bluesmuziek houdt. Daarom moet ik rekening met hem houden en mijn klassieke muziek niet te hard zetten. Dus: in grote lijnen (we houden van muziek) lijken we op elkaar, maar in kleine lijnen (hij houdt van blues, ik van klassiek) niet. 

Als we ons interesseren voor andere mensen en achterhalen wat zij leuk en niet leuk vinden, zijn we beter in staat om ons zo te gedragen dat we hen geen kwaad doen.

Een mens lijkt in grote lijnen op een koe

Wij mensen zijn zoogdieren. Als je andere zoogdieren open zou snijden – ratten, koeien of honden -, dan zou je zien dat ze in grote lijnen op ons lijken. Ze hebben veel dezelfde organen, zoals een enigszins vergelijkbaar centraal zenuwstelsel. 

Het is daarom zeer aannemelijk dat ze ongeveer dezelfde dingen voelen als wij. En dat zou best ver kunnen gaan. Kijk maar eens naar youtubefilmpjes van honden die zich schamen. Ze hebben iets gedaan wat niet mag en ze kijken vervolgens met een blik die wij medezoogdieren direct herkennen als beschaamd. Waarschijnlijk kennen zij dus niet alleen het gevoel van fysieke pijn, maar ook een gevoel zoals schaamte. 

Goed, je weet niet zeker of ze zich ook echt beschaamd voelen en niet alleen maar zo kijken omdat ze toevallig zo kijken. Daar is geen bewijs voor, maar het is wel erg aannemelijk (en wat mij betreft aannemelijker dan dat ze zomaar beschaamd kijken als ze iets beschaamds hebben gedaan zonder daar iets bij te voelen). Want in grote lijnen lijken ze op ons, in kleine lijnen niet.

Een vis is geen zoogdier en staat dus wat verder van ons af. Maar er is volgens mij genoeg reden om aan te nemen dat een vis het niet fijn vindt om een haakje in zijn bek te krijgen en daaraan uit het water omhoog getrokken te worden waar het niet kan ademen, om vervolgens opgemeten te worden en (als de vis geluk heeft) weer terug gegooid te worden in het water. Ook die vis lijkt namelijk in grote lijnen op ons en in kleine niet. Iemand die daaraan twijfelt gebruikt twijfel als smoes om lekker door te kunnen gaan met vissen. 

 Twee vissen met mannen die wel blij zijn

Er is overigens een interessant onderzoek met koikarpers waaruit blijkt dat ze bluesmuziek en klassieke muziek uit elkaar kunnen houden. Drie karpers, Beauty, Oro en Pepi kregen een compositie van Johan Sebastian Bach te horen en van de blueszanger John Lee Hooker. De vissen waren niet alleen in staat onderscheid te maken tussen een compositie van de twee componisten, maar toen de vissen ook andere klassieke muziek en blues-stukken te horen kregen, bleken ze ook de genres blues en klassiek uit elkaar te kunnen houden. 

Hoe zit het met de regenworm? Die staat vermoedelijk nog verder van ons af. Zou die het erg vinden om aan een haakje geregen te worden en in het water te hangen totdat een vis in hem hapt? De analogieredenering gaat waarschijnlijk nog weer minder op dan bij de vis, maar ik zou het zekere voor het onzekere nemen en er gewoon vanuit gaan dat die regenworm het niet prettig vindt.

Een plant staat nog verder van ons af. Zou de plant ook gevoel hebben? Dat is erg lastig te zeggen. Het is in ieder geval wel een levend wezen dat zijn uiterste best doet om in leven te blijven en het daarom waarschijnlijk op de een of andere manier niet fijn vindt wanneer het daarin gefrustreerd wordt.
Betekent het dat je planten daarom maar beter niet kunt doden of verminken? Tja, dat gaat waarschijnlijk te ver. We moeten zelf ook nog blijven leven en als we geen planten meer eten (en ook al geen dieren), blijft er niet zoveel meer over. 

Deze plant oogt best gelukkig

Bovendien is het belangrijk om afwisselend te eten. Dus helemaal consequent kun je hier ook weer niet in zijn. Maar je kunt wel proberen om, als het niet mogelijk is, planten zo veel mogelijk met rust te laten, en als je planten verzorgt, om het dan goed te doen, en ze altijd genoeg water te geven, een fijne grote pot met vruchtbare grond en de juiste dosis licht, zodat ze niet langzaam sterven op je vensterbank. Want dat vinden ze niet leuk.

Oké, strikt genomen weten we dat niet. Maar is het feit dat we het niet weten, niet juist een reden om dan het zekere voor het onzekere te nemen? Dat beweert de Duitse filosoof Richard David Precht in zijn boek Denken over dieren. Hij pleit ervoor dat ‘niet zeker weten’ als uitgangspunt te nemen voor onze omgang met andere soorten. Juist omdat we het niet zeker weten, moeten we extra voorzichtig zijn. Ik ben het met hem eens, en ik zou het trouwens ook graag willen toepassen in de omgang met onze eigen soort.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Heel soms gebeurt er iets goeds in de wereld

By Gelukt leven
Dat geeft een beetje houvast in moeilijke tijden

Het leven is volgens de 19e-eeuwse filosoof Arthur Schopenhauer als een pendule die heen en weer gaat tussen frustratie aan de ene kant en verveling aan de andere kant.

Het is frustrerend als je een doel voor ogen hebt en het lukt niet om dat doel te bereiken. Verveling steekt de kop op als je uiteindelijk toch je doel bereikt hebt (of hebt opgegeven) en je niets meer omhanden hebt. Die verveling kun je alleen verbreken door weer een nieuw doel te stellen. En dan begint de frustratie weer.

Je ziet, Schopenhauer is een aartspessimist. We leven volgens hem zelfs in de slechts mogelijke wereld. Natuurlijk, je ziet af en toe wel eens iets goeds om je heen. Iemand die zomaar een troepje opruimt op straat of een poes die zich ontfermt over eendenkuikens in plaats van ze op te eten. Maar dat kan ook niet anders, meent Schopenhauer, want wil de wereld overleven, dan is een minimale portie goedheid nodig. Zou de wereld nog een beetje slechter zijn, dan was hij niet levensvatbaar geweest en had hij überhaupt niet bestaan. 

Daarbij komt dat geluk helemaal niet bestaat volgens Schopenhauer. Denk eens aan een schaafwond op je knie. Dat kan een vervelend branderig gevoel geven. Na een tijdje is de wond weer genezen en voel je helemaal niets meer, je bent weer gezond. Gezondheid zelf is dus eigenlijk niets: het is de afwezigheid van ongezondheid. En zo is het ook met geluk. Dat is de afwezigheid van ongeluk.

Wat kunnen we hiervan leren? In ieder geval dit: onze tijd is helemaal niet zo ellendig, want alle tijden zijn ellendig. Misschien is het juist wel een gezegende tijd. 

Normaal gesproken zitten we volgens Schopenhauer gevangen in de waan van de dag: we willen van alles: seks, macht, geld, omdat we koste wat kost willen (over)leven. Maar, of we willen of niet, we moeten sinds het begin van deze Corona Crisis die wil tot leven noodgedwongen een beetje indammen. Corona dwingt ons om te matigen en steeds meer als een asceet te leven. 

En dat is precies de ontsnappingsroute die Schopenhauer biedt uit het tranendal dat het leven is, waarin we gedreven worden door de wil tot leven. De wil duwt ons steeds verder de ellende in. En de enige uitweg hieruit is stoppen met willen.

De beste manier om dat voor elkaar te krijgen lijkt mij het lezen van Schopenhauers hoofdwerk Die Welt als Wille und Vorstellung. Dit boek bestaat uit twee delen die samen 776 pagina’s beslaan. Stel we zitten nog tot maart in een (gedeeltelijke) lockdown, dan is het maar zeven pagina’s per dag.

Klik hier voor het verhaal over de kat en de eendenkuikens

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Waarom de dingen die ik zie, ruik en hoor er (waarschijnlijk) echt zijn

By Gelukt leven
Zoals water uit een kraan

Hoe weet je zeker dat de wereld niet nep is? Zijn de dingen die je om je heen ziet er echt? Tja, je zou zeggen van wel. Je hebt namelijk indrukken, je ziet een tafel, of je ruikt soep. En waar moet dat beeld van die tafel of de lucht van die soep anders vandaan komen dan van de tafel en de soep zelf?

Eigenlijk zeg je dan: Mijn indrukken van de tafel en de soep zijn waar, omdat ik indrukken heb van de tafel en de soep. Maar dat is geen bewijs voor het bestaan ervan. Om te weten of de indruk die jij van de tafel of de soep hebt echt van de tafel of de soep komt, zou je even buiten jezelf moeten gaan staan om te kijken of die tafel en die soep er echt zijn. Maar dat kan natuurlijk niet. René Descartes had dat goed begrepen.

René Descartes

Deze Franse filosoof uit de 17e eeuw was op zoek naar zekere kennis die onbetwijfelbaar is. Daarom besloot hij aan alles te twijfelen waaraan je maar kunt twijfelen om te kijken of er misschien iets zekers overblijft waaraan je niet kunt twijfelen en waar je de rest van je kennis op kunt bouwen.

Waar kun je echt zeker van zijn? Tja, alles om mij heen zou wel eens alleen in mijn hoofd kunnen bestaan. Je kunt niet uitsluiten dat er een soort kwade geest is die alles wat ik ervaar in mij projecteert, waardoor het lijkt alsof ik met mensen praat, de was doe en in de trein stap, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. 

Descartes was dus op zoek naar zekerheid en met zijn denkexperiment vond hij die. Want ook al twijfel je aan alles, er is altijd een ik, die twijfelt. En die kwade geest houdt mij voor de gek. Dus die ik, die dit allemaal zit te denken, moet er wel zijn. En zo kwam Descartes op zijn beroemde uitspraak: Ik denk dus ik ben.

Maar wat heb je aan deze zekerheid? Het enige waarvan je zeker bent, dat ben jijzelf, de rest van de wereld, inclusief de mensen van wie je houdt, zou nep kunnen zijn. Dat is een akelige gedachte. En wat het nog erger maakt is dat het na Descartes niemand is gelukt om een sluitend bewijs te vinden voor het bestaan van de rest van de wereld.

Aan de andere kant, we leven sinds de 17e eeuw nog steeds gewoon door. Daarom meent de Amerikaanse logicus en wiskundige Charles Sanders Peirce (1839-1914) dat we niet op zoek moeten gaan naar zekere kennis, maar beter kunnen spreken van overtuigingen. En we moeten dan kijken of die overtuigingen werken. Het effect van wat je doet laat zien of je gelijk hebt, oftewel, of jouw beeld over hoe de wereld in elkaar steekt klopt.

Charles Sanders Peirce

Dat klinkt misschien wat raadselachtig. Laat ik een voorbeeld geven. Als ik dorst heb, dan draai ik de kraan open, en hou er een glas onder. Ik laat het glas vollopen met water, draai de kraan dicht en drink het glas leeg. Dat werkt fantastisch.

Dat lijkt erg simpel, maar als je er even over nadenkt zie je dat er ongelooflijk veel overtuigingen achter zitten: 

  • Als ik de kraan opendraai komt er water uit
  • Door water te drinken kan ik mijn dorst lessen
  • Het water blijft in een glas zitten
  • Met mijn hand kan ik het glas pakken en naar mijn mond brengen
  • Water is zwaarder dan lucht
  • Het water dat uit mijn kraan komt is schoon en niet giftig
  • En ga zo maar door

Doordat ik deze overtuigingen heb (en nog veel meer), kan ik succesvol handelen en ben ik nog steeds niet omgekomen van de dorst.

Wat nu als de kwaliteit van het Amsterdamse kraanwater plotseling ongelooflijk achteruit gaat en ik ziek word na het drinken ervan? Zal ik dan mijn overtuiging loslaten dat het water uit mijn kraan van goede kwaliteit is?

Als het water niet ongelooflijk stinkt of een vieze kleur heeft, zal ik waarschijnlijk nog even blijven voortleven in de overtuiging dat het prima spul is. Pas als ik andere oorzaken van mijn ziekte heb uitgesloten, zal ik na een tijdje misschien die optie overwegen. Wanneer ik merk dat ik weer beter word als ik stop met kraanwater drinken, stel ik mijn oude overtuiging (Amsterdams kraanwater is topspul) bij en ontwikkel ik een nieuwe overtuiging (Amsterdams kraanwater is slecht, niet drinken die troep!).

Die nieuwe overtuiging werkt op dat moment beter, want daar kan ik mijn handelen op aanpassen. Ik kan een waterfilter kopen, ik kan voortaan mijn drinkwater bij de supermarkt kopen, en ik kan een klacht indienen bij Waternet. Mijn nieuwe overtuiging is dus een fijne overtuiging waar ik wat aan heb.

De twijfel die ik heb als ik ziek word van het Amsterdamse kraanwater en daardoor ga twijfelen aan de kwaliteit ervan, zou Charles Peirce doorleefde twijfel noemen. Dat is twijfel waar je echt wat aan hebt. Die maakt dat je je overtuiging moet bijstellen.

Daartegenover stelt Peirce de neptwijfel. Neptwijfel is waar filosofen als Descartes zich mee bezighouden als ze zich afvragen of de wereld echt bestaat. Die twijfel is volgens Peirce nep, omdat de twijfelende filosoof op het moment dat hij dorst krijgt, gewoon de kraan opendraait om een glas te vullen en dat leeg te drinken. Die filosoof denkt niet: ‘Ik voel wel dorst maar dat betekent nog niet dat ik echt een lichaam heb en dat er echt water bestaat. Daarvoor wil ik eerst een doorslaggevend bewijs.’ Door water te drinken toont deze filosoof zijn ware overtuiging, namelijk dat er buiten zijn geest echt wel een wereld is.

De overtuiging dat al die dingen die ik zie, ruik, voel en hoor er echt zijn werkt goed en daarom kan ik daar maar beter vanuit gaan. Hoewel ik er geen bewijs voor heb, bewijst mijn gedrag –ik drink water, ik ga op een stoel zitten, ik geef mijn vrouw een zoen – dat ik ervan overtuigd ben dat de wereld echt bestaat.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Waarom vegetariërs vlees mogen eten

By Omgaan met de wereld
Ja, dan ben je dus inconsequent,
maar hoe erg is dat nou helemaal?

Mensen vragen mij soms waarom ik geen vlees eet. ‘Omdat ik geen dieren wil doden’, is meestal mijn antwoord. ‘Je hoeft die dieren toch niet zelf te doden?’ krijg ik dan vaak als reactie. ‘Dat klopt, maar als ik zelf geen dieren wil doden, vind ik dat ik het anderen ook niet voor me moet laten doen.’

Vaak blijft het daarbij, maar zo af en toe is er iemand die er geen genoegen mee neemt. Ik vermoed dat hij (het zijn meestal mannen) mij ervan wil overtuigen dat ik beter kan stoppen met mijn vegetarisme, om zo zijn eigen vleesconsumptie te rechtvaardigen. De meest toegepaste tactiek is om mij op een inconsequentie te betrappen. Gek genoeg zijn tot nu toe al twee mensen daarom over het jaïnisme begonnen.

Het jaïnisme is een Indiase godsdienst. Volgens deze leer heeft elk levend wezen een individuele en eeuwige ziel. Daarbij hanteren de leden van dit geloof een brede opvatting van leven. Planten hebben ook een ziel en zelfs water is volgens hen bezield. Het belangrijkste principe van het jaïnisme is respect tonen voor alles wat leeft. Dit principe voeren ze zeer consequent door. Ze eten uiteraard vegetarisch om zo geen dieren te doden, maar hun voedselwetten gaan nog veel verder. Zo mogen ze ook geen wortelgroenten eten, want daardoor kan de plant niet verder leven. Bovendien vegen ze het pad voor zich schoon met een bezem, zodat ze niet per ongeluk op een klein beestje stappen. Ze willen echt niets of niemand doden.

Als mijn ondervragers het jaïnisme zo’n beetje hebben uitgelegd, vragen ze met een triomfantelijk lachje om hun lippen: ‘En wat denk je, lukt het deze Indiase gelovigen om geen levens te doden?’ Voordat ik iets kan zeggen, geven ze zichzelf al antwoord: ‘Nee. Dat zal nooit lukken. Als je alleen al ademt, zal je af en toe per ongeluk een beestje inslikken. Dus je moet stoppen met ademen om geen levens meer te doden. Accepteer het nu maar: leven betekent doden.’ 

Ik denk dat ze gelijk hebben. Het zal je nooit lukken om geen dieren te doden of je moet jezelf doden. Het lukt überhaupt niet om helemaal consequent te leven. En dat is niet erg. Je kunt er beter naar streven om goed te doen, dan om consequent te zijn. Daarom is de verontwaardiging van de vleeseter over mijn leren riem of mijn leren schoenen zo ongepast. Het hek is al helemaal van de dam als ik wel eens een stukje vlees eet. Terwijl als iemand zo af en toe een stukje vlees mag eten, dan is het wel de vegetariër. Die eet (bijna) nooit vlees en spaart zo heel veel dieren. Die vleeseters zouden zelf wat minder vlees moeten eten.  

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

‘De baard zou, als half masker, door de politie verboden moeten worden.’

By Gelukt leven
aldus de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer

‘Bovendien is hij, als geslachtskenmerk midden in het gezicht, obsceen: vandaar dat hij vrouwen bevalt.’

Arthur Schopenhauer (1788-1860) is misschien wel mijn favoriete filosoof. Toch heb ik lang tegen zijn leer gezondigd door allerlei vormen van gezichtsbeharing te cultiveren. Zodra ik een beetje baardgroei had, droeg ik het liefst de stoppelbaard. Als ik een optreden had of iets anders waarvoor ik er goed uit wilde zien, dan zorgde ik dat ik me ongeveer twee dagen van te voren geschoren had.

Mijn held Arthur Schopenhauer, zonder baard natuurlijk, maar wel met indrukwekkende bakkebaarden

Toen ik 33 was (dat is dus 17 jaar geleden!), heb ik voor het eerst een echte baard laten staan. Ik koos voor de ringbaard. Op mijn eerste drie boeken, die ik samen met mijn broer Maarten schreef, ben ik met die ringbaard te zien.

Een van die boeken werd op een school gebruikt. De leerlingen hadden tijdens verschillende lessen onze tekst gelezen. Wij zouden bij de laatste les een lezing komen geven. Toen we de school binnenstapten, werden we direct herkend. ‘Die ene met dat pornobaardje is Frank’, hoorde ik twee leerlingen tegen elkaar zeggen.

Sindsdien liet ik mijn hele baard staan. Natuurlijk trimde ik hem zo af en toe zodat hij er niet te wild uitzag. De baard begon nu een beetje in de mode te komen en ik kreeg er nog maar weinig opmerkingen over. Ik was tevreden over deze baard.

Het pornobaardje

Met wangbedekkende baard en chihuahua

Totdat mijn haar steeds grijzer begon te worden. Niet zozeer het haar op mijn hoofd, maar vooral het haar op mijn kin. ‘Je hebt zo’n grappig grijs befje’, zeiden mensen wel eens tegen me. Ik wist niet of ik daar zo blij mee moest zijn.

Bovendien begonnen mensen mij steeds ouder in te schatten. Omdat ik vermoedde dat dit aan mijn grijze baard lag, besloot ik die af te scheren. Maar mijn snor, die nog wel donker was, liet ik staan.

Ik moest me nu alleen wel dagelijks scheren, want met een grijze stoppelbaard leek ik net de vieze man van Van Kooten en De Bie. Als ik glad geschoren was, was ik wel tevreden met mijn nieuwe look. Ik had ook de indruk dat ik er weer wat jonger uitzag.

De volle grijze baard, daar krijg je dus ook een bolle kop van

 Met snor

Tenminste, als ik mezelf in de spiegel zag. Want wanneer ik een foto van mezelf onder ogen kreeg, schrok ik me rot. Ik leek een politieagent uit een Duitse krimi uit de jaren zeventig. Die snor moest er af.

Snor en stoppelbaard, vieze man variant

Zonder snor

Nu iedereen met een baard of een snor loopt, ben ik dus weer van de gladde wang. Schopenhauer kan eindelijk tevreden zijn. 

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

ADHD: Mijn kind is druk omdat het zo druk is

By Opvoeden
ADHD is een beschrijving van bepaald gedrag, het is geen oorzaak van dat gedrag

Toen mijn jongste zoon net in groep 3 zat – dus net was overgegaan van wat voor mij vroeger de kleuterschool was naar de lagere school – moesten we na een paar weken al op gesprek komen. ‘Hij is nogal druk’, zei de juf op een manier waaruit bepaald geen liefde voor onze zoon bleek (en ook geen liefde voor drukke jongetjes in het algemeen). Wij waren verbaasd want in groep 1 en 2 was de juf juist enthousiast over hem omdat hij actief, ondernemend en leergierig was.
‘Waarom is hij zo druk?’ vroeg ik.
‘Tja’, zei zijn Juf met een zorgelijk gezicht. ‘Ik vermoed dat hij ADHD heeft’.

Dat was, zoals ik later van de Vlaamse psychiater Paul Verhaeghe (1955) leerde, een beetje dom antwoord. ADHD betekent namelijk Attention Deficit Hyperactivity Disorder, vrij letterlijk vertaald zoiets als: aandachtstekort- en hyperactiviteitstoornis, oftewel een beschrijving van iemand die nogal druk is.

Als je dus zegt dat iemand druk is, omdat hij ADHD heeft, zeg je eigenlijk dat iemand druk is, omdat hij druk is. Want ADHD is alleen maar een beschrijving van bepaald gedrag. De fysieke oorzaak is nooit gevonden. Er is niet iets in iemands hersenen dat kan worden aangewezen als de oorzaak van ADHD. Als je zegt dat iemand druk is omdat hij ADHD heeft, dient de beschrijving dus als verklaring.

‘Is dat erg?’ vraag je je misschien af. Ja, ik denk van wel. Je krijgt namelijk een verkeerde kijk op drukke kinderen. Ik dacht dat er iets mis was met mijn zoon. Terwijl dat eigenlijk maar de vraag is. Als je ervan uit gaat dat ADHD de oorzaak is van de drukte en niet de beschrijving, dan lijkt een medicijn de juiste oplossing.

Wanneer mijn zoon pijn heeft in zijn keel door een ontsteking, dan kun je penicilline geven om die weg te laten gaan. Maar bij ADHD is er geen oorzaak die weggenomen wordt door Ritalin. Dat betekent trouwens niet dat een medicijn bij ADHD nooit een (deel van de) oplossing kan zijn. Kijk naar hoofdpijn en paracetamol. Als je hoofdpijn hebt, helpt een paracetamolletje om de pijn weg te nemen, al neemt dat pilletje de oorzaak van de hoofdpijn niet weg. Daarom moet je, als je vaak hoofdpijn hebt, ook naar de oorzaak gaan zoeken. Die hoofdpijn kan bijvoorbeeld komen doordat je veel te lang achter elkaar werkt, daarbij ook nog nauwelijks beweegt en een verkeerde houding hebt. De oplossing lijkt eenvoudig: ga minder lang werken, meer bewegen en doe iets aan je houding.

Zo kun je ook bij een druk kind gaan kijken naar de oorzaak van dat drukke gedrag. Kwam het misschien doordat mijn zoon in groep drie opeens veel langer rustig moest blijven zitten, omdat hij nu echt ging beginnen met leren lezen en schrijven en rekenen? Dat zou kunnen, maar misschien is het probleem nog groter, is het de maatschappij die verwacht dat we allemaal brave rustige hardwerkende mensen zijn. En als iemand afwijkt van die dwingende norm, is hij of zij niet normaal. Dan lijkt een pilletje een fijne oplossing.

Het is nu eenmaal makkelijker om enkele individuen een pilletje te geven, dan de hele maatschappij te moeten veranderen.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Hoe krijgen we de orgasmekloof dicht?

By Meer liefde & seks
Oftewel: Hoe krijgen we een betere balans tussen piemel en clitoris?

‘Bij seks ligt de nadruk nog altijd op de penetratie en dus op het genot van de man. Voor mannen is het seksuele orgaan de penis, voor vrouwen is het de clitoris en niet de vagina, zoals nog steeds veel mensen denken. De vagina is een baringskanaal.’ Dat vertelde seksuoloog Ellen Laan mij toen ik haar niet zo lang geleden interviewde. Volgens Laan bestaat vaginaal klaarkomen niet, tenzij je vaginaal klaarkomen definieert als klaarkomen in een vagina. Een vrouwelijk orgasme is dus altijd clitoraal.

Doordat seks nog steeds te veel om de penetratie draait beleven vrouwen minder genot aan seks dan mannen. Ellen Laan noemt dat de orgasmekloof. Vrouwen hebben maar 35 à 50 procent kans op een orgasme bij seks, terwijl dat bij mannen 95 procent is. Slechts zo’n 30% van de vrouwen heeft een orgasme bij vaginale penetratie. Een ruime meerderheid dus niet!

Natuurlijk is het wel of niet hebben van een orgasme niet de enige graadmeter voor genot, maar toch geeft deze orgasmekloof wel een goede indicatie van het probleem. ‘Dan is er ook nog eens een grote kans dat penetratie pijn doet’, aldus Laan. 10% van de vrouwen heeft pijn. Laan: ‘We accepteren dat bijna als een natuurwet. ‘De eerste keer hoort het pijn te doen’, hoor je vaak. Maar dat is echt onzin. Als het pijn doet, ben je onvoldoende opgewonden.’

Seks draait dus te veel om de penis en te weinig om de clitoris. Een betere balans tussen die twee leidt tot meer genot, ook voor vrouwen. Daarom genieten lesbische vrouwen veel meer van seks dan heteroseksuele vrouwen. Het is best lastig om het vooroordeel over seks te veranderen. Let maar eens op als je een film kijkt waar seks in voorkomt tussen man en vrouw, meestal wordt de suggestie gewekt dat ze tegelijk klaarkomen door penetratie. In werkelijkheid komt dat dus bijna nooit voor. 

Achter die nadruk op de penis zit een nog diepere misvatting over seks en die gaat volgens Laan ongeveer zo: mannen moeten in het belang van de soort hun zaad zo breed mogelijk verspreiden, terwijl vrouwen eigenlijk alleen met een persoon moeten zien te paren, namelijk met de man met het beste zaad. En daar komt dan weer de klassieke ouderschapsverdeling uit voort: een zorgzame huismoeder en een vader die eropuit trekt.

De Canadese filosoof en psycholoog Cordelia Fine maakt in haar boek Testosterone Rex gehakt van deze zogenaamde Parental investment theorie, vrij vertaald De ouderlijke investerings-theorie. Ze laat zien dat het nooit zo is geweest dat mannen in staat waren hun zaad over honderden vrouwen te verspreiden, mensen hebben de grootste tijd van hun bestaan in veel kleinere gemeenschappen geleefd. Maar op basis van dit soort ficties hebben we wel allerlei ideeën over wat hoort bij mannelijkheid en bij vrouwelijkheid. En dat is slecht voor onze seks en vooral voor het plezier van heteroseksuele vrouwen. 

Waar het volgens Laan om gaat bij seks is: ‘Open staan voor de ander en je eigen gevoelens serieus nemen. Seks wordt nu vooral gezien als een handeling, namelijk vaginale penetratie, maar we moeten het leren zien als een ervaring, de ervaring van alles wat lekker is.’ Bij de Stichting Seksueel Welzijn Nederland, waarvan Ellen Laan voorzitter is, hanteren ze de volgende definitie van seks: met genegenheid gedeeld genot onder gelijken. GGGG.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!