Category

Omgaan met de wereld

Soms is het fijn om een beetje vies te zijn

By Gelukt leven, Omgaan met de wereld
Bacteriën zijn je vrienden

Als ik aan bacteriën dacht, kreeg ik altijd de kriebels. Ik ging spontaan heel goed mijn handen wassen. Totdat ik Remco Kort, professor microbiologie aan de VU, moest interviewen. Hij wist mij ongelooflijk enthousiast te maken voor die kleine beestjes. Hij vertelde dat micro-organismen juist onze vrienden zijn.

Om je toch eerst even af te schrikken: ze zijn overal, tussen je tenen, onder je oksels, in je darmen en in je uitwerpselen. Ieder mens huisvest meer dan honderdduizend miljard microben.

Dat we dat lang niet wisten komt natuurlijk doordat ze niet zichtbaar zijn. In de 17e eeuw was het Antonie van Leeuwenhoek die met zijn lenzen voor het eerst microben in het vizier kreeg. Hij wist alleen niet precies wat hij zag. Hij beschreef die levende ‘dierkens’ zonder te beseffen dat zij verband konden houden met ziektes of voedselbederf. Dat kwam pas twee eeuwen later met mensen als Pasteur, de voorvaders van de bacteriologie, die de methoden ontwikkelden om bacteriën te isoleren en te kweken op een petrischaaltje. Vanaf dat moment richtten de microbiologen hun studies op kweekbare bacteriën. Ze zagen die bacteriën als de bron van ziektes.

Door nieuwe technieken voor het bepalen van de DNA-volgorde kunnen we tegenwoordig ook microben die het niet goed doen in een kweekje op grote schaal identificeren. En nu blijkt dat de kweekbare bacteriën in onze darmen slechts een kleine fractie van het geheel vormen en dat veel bacteriële soorten die te boek staan als ziekteverwekker onderdeel zijn van de gewone microflora in ons lichaam die we altijd bij ons dragen. Sterker nog: de ziekteverwekkers zijn de uitzonderingen. Verreweg de meeste bacteriën beschermen ons juist tegen ziekten.

Toch hebben bacteriën in de medische wereld volgens Remco Kort, nog steeds een slechte naam. Daarom wordt alles in het werk gesteld om ziekenhuizen ‘bacterievrij’ te houden. Maar juist dan loop je het risico een gevaarlijke ‘ziekenhuisbacterie’ op te lopen die resistent is tegen antibiotica. Volgens Kort kunnen hoogstwaarschijnlijk andere bacteriën helpen de ziekenhuisbacterie minder gevaarlijk te maken. Dus we moeten niet zomaar alle bacteriën vernietigen, maar de juiste weten te gebruiken. Het zijn onze vrienden.

Doordat we alleen gericht zijn op het verdelgen van micro-organismen zijn we het bacteriële evenwicht in onze lichamen aan het verstoren. We weten allemaal dat overmatig gebruik van antibiotica leidt tot antibioticaresistente bacteriën die steeds moeilijker te bestrijden zijn. Bacteriën kennen in de natuur veel meer vijanden dan de schimmels die antibiotica produceren. Deze vijanden, zoals andere bacteriën en bacteriofagen, zouden we ook kunnen inzetten om infectieziektes terug te dringen. Bacteriofagen zijn virussen die overal voorkomen in de natuur waar bacteriën zijn en die in staat zijn gericht bacteriën te infecteren en uit te schakelen.

Door onze moderne leefstijl – gebruik van antibiotica, keizersnedes, antibacteriële zeep en anti-bacteriële middelen in voeding – worden we veel minder aan bacteriën blootgesteld dan vroeger. Onderzoek laat zien dat er vooral in Westerse landen sprake is van een toename van auto-immuunziektes, waaronder astma, allergie en chronische darmaandoeningen, die hier mogelijk mee in verband staan.

Ook via onze voeding krijgen we helaas niet zoveel bacteriën meer binnen als vroeger. Nu beschikken we over een koelkast. Daardoor hoeven we onze voedingsmiddelen, zoals zuivel en groente, niet langer te fermenteren om ze te kunnen bewaren. In gefermenteerde producten zitten veel goede bacteriën. Bekende gefermenteerde producten zijn yoghurt en zuurkool. Dit is slechts het topje van de ijsberg, meent Kort. Eigenlijk zou je volgens de microbioloog, zelf in de keuken aan de slag moeten om groenten, zuivel, en fruit te fermenteren. ‘Het is een stuk eenvoudiger dan je denkt en het levert lekker en gezond eten op’.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Voorpublicatie Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen

By Omgaan met de wereld
Pleidooi voor inconsequentie

Het was een paar jaar terug op een middag in september dat ik achter mijn bureau zat dat na een paar maanden achterstallig onderhoud redelijk was dichtgeslibd. En ik besloot om het bureau die middag dan eindelijk eens onder handen te nemen. Ik had een indeling bedacht voor al mijn bureauspullen, maar toen bleef ik nog wat restdingetjes die in geen enkele categorie leken te passen, documenten die niet in één van de hokjes thuishoorden, en bureau-artikelen die juist op meerdere plekken pasten.

Ik kwam er net niet helemaal uit. Daarom besloot ik maar koffie te gaan drinken. Even wat anders doen en aan iets anders denken, brengt soms een oplossing. Tenminste, zo ging het vaak als ik een artikel dat ik aan het schrijven was niet rond kreeg. Dus ik ging naar beneden, naar het pop-upcafé dat zich op de onderste etage had gevestigd van het gebouw waarin mijn kantoor zich bevindt. Ik raakte er al snel aan de praat met een goede vriend die daar ook kantoor hield en net als ik even behoefte had aan wat afleiding.

Het begon als een onbenullig gesprek over het weer, het was die dag stikheet, maar het werd al snel een steeds levendigere conversatie over hoe de wereld in elkaar steekt en hoe we ons daartoe moeten verhouden. We gingen er helemaal in op en eigenlijk zochten we oplossingen voor zo’n beetje alles. We hadden dat gesprek waarschijnlijk nog lang voortgezet als mijn gesprekspartner geen afspraak had gehad en weg moest.

Ik ging weer naar boven, naar mijn werkplek en mijn nog niet helemaal opgeruimde bureau. Ik had gehoopt dat even koffiedrinken en aan iets anders denken, mijn bureau-opruimproblemen zouden oplossen, maar dat was niet zo. De restjes lagen er nog en ik wist nog steeds niet waar ik ze moest opbergen. Wat moest ik doen? Ze gewoon in de prullenbak gooien? Dat vond ik zonde.

Ze wegmoffelen in categorieën waarin ze eigenlijk net niet pasten? Maar dan was er een grote kans dat ik ze niet meer kon vinden. Natuurlijk had ik ook helemaal opnieuw kunnen beginnen en voor een andere ordening kunnen kiezen die wel een echte plek voor deze dingen bood. Maar ik wist dat ik dan weer andere restjes over zou houden.

En zo kwam ik tot de conclusie dat het me nooit zou lukken een ordening te bedenken die alles een gelijke plek geeft, want dan zou ik bij chaos uitkomen. Ik pakte de restjes bij elkaar en moffelde ze weg achter in de onderste la. Mijn bureau was leeg. Ik kon weer aan het werk.

Misschien kwam het ook door de koffie, maar ik voelde me plotseling bijzonder gelukkig. Ik had het gevoel dat er een last van mijn schouders was gevallen. Wat voor mijn bureau gold, ging ook op voor het onderwerp van het gesprek met mijn vriend: voor alles dus. Het zou nooit lukken om alles te ordenen.

Al die frustraties die ik voorheen had gevoeld als het me niet lukte om als een man uit één stuk voor de dag te komen, kon ik laten varen. Dat zou me toch nooit lukken en daarom was het niet erg. Net als de meeste mensen had ik al die tijd geprobeerd een consequent verhaal over mijn leven te vertellen. Mijn stijl, mijn opvattingen over politiek, kunst, opvoeden, eten en de juiste garderobe probeerde ik op één lijn te brengen. En nu bleek dat niet te kunnen.

Dus hoefde ik me er niet vervelend over te voelen als het niet helemaal lukte. Bovendien hoefde ik me ook niet al te veel aan te trekken van mensen die net deden alsof ze precies wisten hoe alles zat, alsof ze wel zo’n consequent verhaal over alles konden vertellen. Lang had ik tegen hen opgekeken, maar nu bedacht ik me dat hun stelligheid waarschijnlijk voortkwam uit hun eigen onzekerheid.

En dat is ook wat ik de lezer wil meegeven. Op links en rechts (niet per se als het om politiek gaat) is een kleine groep schreeuwers. Ze weten precies hoe alles zit en proberen je mee te trekken in hun heldere wereldbeeld. De meeste andere mensen weten het allemaal niet zo precies. Maar dat is geen probleem. Sterker nog, het is juist goed. Want dat kan ook niet. Met dit boek wil ik die grote groep, waartoe ik zelf dus ook behoor, argumenten geven om zich niet weg te laten zetten in een van die duidelijke kampen en hun ambigue tussenpositie te behouden.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Boter, kaas noch eieren (behalve heel af en toe)

By Omgaan met de wereld
Over het inconsequentialisme van Milouska Meulens

Boter, kaas noch eieren is een documentaire over presentatrice Milouska Meulens en haar veganisme. Ze vertelt erin dat ze besloot veganist te worden toen ze haar eerste kindje kreeg. Ze zag dat mooie, pure wezentje en vond het opeens heel slecht voelen om daar iets dierlijks als worst in te gaan stoppen.

Ze ziet haar veganisme dus niet alleen als een manier van leven die beter is voor de wereld (minder dierenleed, beter voor het klimaat), maar ook voor zichzelf en haar kinderen (gezonder).

De documentairemakers nemen haar mee naar een medisch centrum dat bloedonderzoek doet naar tekorten aan vitaminen en andere essentiële stoffen. Dat is een heel emotioneel moment voor Meulens. Het idee dat ze tekorten zou hebben opgebouwd door haar manier van leven, kan ze eigenlijk niet goed verdragen. Dan zou ze het al die tijd verkeerd hebben gedaan, zegt ze.

Ik verbaasde me over haar frustratie. Waarom vond ze dat zo erg? Ze heeft dan toch niet alles verkeerd gedaan? Waarom test ze niet gewoon of er tekorten zijn en als dat zo is slikt ze de ontbrekende stoffen bij? De enige reden die ik kan bedenken is haar overtuiging dat veganisme iets puurs en zuivers is, dat helemaal goed is. Het is een soort geloof, een oplossing voor alles.  

Nu wankelt dat geloof. Het is lastig te verdragen dat er geen perfecte oplossingen zijn, dat elke oplossing halfbakken is en om een voortdurend schipperen vraagt. Er is geen consequente manier van leven die helemaal goed is. Dit is precies het thema van mijn nieuwe boek Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen. Pleidooi voor inconsequentie.

Het besef dat het nooit helemaal lukt, kan namelijk ook fijn zijn. Dan hoef je minder kritisch naar jezelf te zijn in je pogingen vat te krijgen op het leven. Die pogingen lukken niet helemaal, maar dat zou ook niet kunnen. Het blijkt dat wat goed is voor het ene (vee) soms niet zo goed voor het andere (jouw gezondheid). En daar moet je een beetje tussen schuiven.

Het enige wat je kunt doen is steeds weer proberen om een optimum te vinden, het best haalbare. Dat lijkt mij in dit geval: doorgaan met veganisme, maar wel vitaminen B12 bij slikken. Want daar bleek ze inderdaad een tekort aan te hebben, zoals trouwens 80 procent van de veganisten die niet bij slikt.

Gelukkig is dat ook wat ze besluit te doen. Aan het einde van de documentaire belt ze met haar vriend over de uitslag van het onderzoek. ‘B12 bij slikken en af en toe een eitje’, zegt ze. Ze is nu toch blij met de wending die het genomen heeft. Ze beseft dat ze zich ook steeds slechter begon te voelen door haar tekorten en nu kan ze een ‘happy veggie’ worden. Ze legt zich dus neer bij het feit dat de perfecte manier van leven voor alles en iedereen gewoon niet bestaat. Ze is een beetje meer een inconsequentialist geworden.

14 september verschijnt Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen. Pleidooi voor inconsequentieAls je het boek nu reserveert en mij je betaalbewijs mailt (info@burofludo.nl), krijg je de cursus Hoe word ik een inconsequentialist voor 10 euro in plaats van 39 euro! Deze cursus komt gelijk met het boek op 14 september uit.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Inconsequentialisme

By Omgaan met de wereld
Filosoof Sophie Bósèdé Olúwolé over het denken van Òrúnmìlà

In Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen. Pleidooi voor inconsequentie introduceer ik het inconsequentialisme. Dat is een filosofie die er vanuit gaat dat het nooit lukt om een consequent verhaal over het leven te vertellen dat volledig is.

Eigenlijk zijn er al heel wat denkers geweest die deze gedachte op hun eigen manier hebben verwoord. Ik denk aan westerse filosofen als Albert Camus, Friedrich Nietzsche, maar ook aan de Afrikaanse filosoof Òrúnmìlà.

Ik ken hem vooral door het boek Socrates en Òrúnmìlà, van de in 2018 overleden Nigeriaanse filosoof Sophie Bósèdé Olúwolé. Ze geeft daarin een overzicht van het denken van Òrúnmìlà, die zij ziet als de Socrates van de Afrikaanse filosofie.

Er zijn inderdaad veel overeenkomsten tussen de twee mannen. Ze leefden ongeveer in dezelfde tijd. Ze hebben zelf niets opgeschreven, maar hun leer mondeling aan hun volgelingen doorgegeven. Ze zouden zelfs op elkaar lijken, ze worden beiden omschreven als klein en lelijk.

Ook in hun opvattingen zijn er overeenkomsten. Ze leggen beiden de nadruk op het niet-weten. Ze komen niet met een dichtgetimmerd systeem, maar proberen aan te zetten tot kritisch nadenken over de bestaande opvattingen.

Toch zou Socrates aan het begin komen te staan van een denktraditie, vooral door zijn leerling Plato, die uitgaat van essenties en eeuwige waarheden, terwijl Òrúnmìlà juist een traditie in gang heeft gezet die zoekt naar manieren om te leven zonder eeuwige waarheid. Vandaar dat hij zo goed in het inconsequentialisme past. Neem de volgende citaten:

‘Wijsheid is als een weg die verschillende richtingen opgaat. Daarom kan niemand de beschermer zijn van de absolute waarheid. Kinderen zijn net zo wijs als volwassenen.’ Of: ‘De Wijsheid van dit jaar zou best wel eens de dwaasheid van het komende jaar kunnen zijn. ‘ En dit is wel de allerinconsequentialistischte: ‘Als je de rede tot het uiterste oprekt, is dwaasheid onvermijdelijk.’ Òrúnmìlà ziet het niet alleen als een probleem van de mens, hij zegt: ‘Niet alleen mensen bezitten geen absolute kennis, God is hier ook niet wijs genoeg voor.’

Als je met de rede niet een consequent systeem kunt ontwikkelen dat zekerheid geeft over hoe de wereld in elkaar steekt, hoe kun je dan nog handelen? Waarop moet je je handelingen baseren? Dat is de vraag waar het inconsequentialisme mee worstelt. Een van de oplossingen is te vinden in het zogenaamde pragmatisme (zie ook mijn blog Waarom de dingen die ik zie ruik en hoor er (waarschijnlijk) echt zijn). Bij het pragmatisme gaat het er niet om of iets waar is, maar of het werkt.

Dat is ook precies de oplossing van Òrúnmìlà. Sophie Olúwolé verwoordt het zo: ‘Ondanks dat we streven naar meer kennis zal onze kennis over de dingen om ons heen altijd onvolledig en imperfect blijven. Ervaringskennis kan dan ook nooit de maat der dingen zijn. Toch kunnen we er voorzichtig op bouwen, omdat ervaringskennis een hoge mate van waarschijnlijkheid kent.’ We hebben alleen die ervaringskennis en daar zullen we het dus mee moeten doen, maar wel voorzichtig.

Vaak is Òrúnmìlà als een goddelijke figuur voorgesteld en is zijn leer als een religie gezien. Sophie Olúwolé laat zien dat hij juist als een filosoof gezien moet worden, wiens inzichten en uitspraken niet klakkeloos aangenomen moeten worden. Ze kunnen helpen om ons denken te ontwikkelen.

Meer weten over Òrúnmìlà lees: Sophie Bósèdé Olúwolé (2020) Socrates en Òrúnmìlà. Wat we van de Afrikaanse filosofie kunnen leren. Ten Have: Utrecht.

Op 14 september komt mijn boek Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen. Pleidooi voor inconsequentie uit. Om het boek te bestellen klik hier.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Op het verleden

Aznavour, le regard de Charles, de blik van Charles Aznavour is een prachtige film die is samengesteld uit het materiaal dat de beroemde Franse zanger zelf heeft geschoten tijdens zijn leven. Vanaf het begin van zijn carrière heeft hij altijd gefilmd en zo zijn eigen leven vastgelegd.

Onder die beelden is een stem gezet die vanuit het perspectief van Aznavour over zijn leven vertelt. Soms hoor je een lied van Aznavour. Slechts af en toe zijn er beelden toegevoegd die hij niet zelf heeft geschoten, waardoor de kleine intrigerende man even in beeld komt.

Die stem eronder is zo nu en dan wat al te filosofisch, zoals bij de overpeinzingen over zien en gezien worden. Dat levert uitspraken op als je film donc je suis, ik film dus ik ben. Maar ik had geen zin om me daar aan te ergeren. Ik wilde me laten meeslepen door de nostalgische beelden en de melancholieke muziek van Aznavour.

Dat was niet moeilijk. Bijna al zijn liedjes gaan over de verloren tijd, zoals Yesterday when I was Young, of La Bohème. Tegelijkertijd zie je die verloren tijd aan je voorbij trekken door de beelden van Parijs, van de Côte d’Azur en van zijn vele reizen, naar Macao, Armenië, Rusland ga zo maar door. Die combinatie werkt perfect. De film is vaak in zwart-wit, of in groezelige kleuren. En juist die uit de hand gefilmde en niet altijd even scherpe beelden versterken het nostalgische sentiment.

Ze gaan over een tijd die er niet meer is. En dat is tragisch. Voor een deel was dat mijn eigen tijd. De jaren 70. De tijd dat ik samen met mijn ouders en mijn broers op vakantie ging in ons busje, en mijn vader, die leraar Frans is, chansons draaide, ook die van Aznavour natuurlijk. En door de film voelde ik de heimwee naar de jaren van mijn onbezorgde jeugd in een onbezorgde wereld.

Onwillekeurig moest ik denken aan de film Midnight in Paris van Woody Allen. De hoofdrolspeler is schrijver en helemaal weg van de jaren 20. Hij ontdekt dat hij naar die tijd kan reizen door om 12 uur ’s nachts in een oude auto te stappen die hem naar het Parijs van de jaren 20 brengt. Hij ontmoet daar alle grote kunstenaars, zoals Ernest Hemingway, Gertrude Stein, Luis Buñuel.

En hij wordt er verliefd. Elke avond gaat hij weer naar die tijd terug om zijn geliefde te ontmoeten. Hij zwerft met haar door Parijs. Plots komt er een koets voorrijden. Ze stappen in en worden samen naar het fin de siècle gebracht. Zij is in alle staten, dat is namelijk haar favoriete tijd. Voor haar zijn de jaren 20 maar gewoontjes. Ze wil blijven. Maar hij wil weer terug naar de jaren 20.

En dat is waarschijnlijk het ware tragische van die voorbije tijd. Je ervaart niet alleen dat die nooit meer terugkomt, maar vooral ook dat je alleen in staat bent om werkelijk te genieten van momenten die al voorbij zijn. Het is ongelooflijk moeilijk om het nu te waarderen en de schoonheid in je eigen tijd te zien zoals je die in het verleden ziet. Daarin ben ik maar een enkele keer geslaagd. Misschien lukt het eigenlijk alleen als je verliefd bent.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Op het verleden

Aznavour, le regard de Charles, de blik van Charles Aznavour is een prachtige film die is samengesteld uit het materiaal dat de beroemde Franse zanger zelf heeft geschoten tijdens zijn leven. Vanaf het begin van zijn carrière heeft hij altijd gefilmd en zo zijn eigen leven vastgelegd.

Onder die beelden is een stem gezet die vanuit het perspectief van Aznavour over zijn leven vertelt. Soms hoor je een lied van Aznavour. Slechts af en toe zijn er beelden toegevoegd die hij niet zelf heeft geschoten, waardoor de kleine intrigerende man even in beeld komt.

Die stem eronder is zo nu en dan wat al te filosofisch, zoals bij de overpeinzingen over zien en gezien worden. Dat levert uitspraken op als je film donc je suis, ik film dus ik ben. Maar ik had geen zin om me daar aan te ergeren. Ik wilde me laten meeslepen door de nostalgische beelden en de melancholieke muziek van Aznavour.

Dat was niet moeilijk. Bijna al zijn liedjes gaan over de verloren tijd, zoals Yesterday when I was Young, of La Bohème. Tegelijkertijd zie je die verloren tijd aan je voorbij trekken door de beelden van Parijs, van de Côte d’Azur en van zijn vele reizen, naar Macao, Armenië, Rusland ga zo maar door. Die combinatie werkt perfect. De film is vaak in zwart-wit, of in groezelige kleuren. En juist die uit de hand gefilmde en niet altijd even scherpe beelden versterken het nostalgische sentiment.

Ze gaan over een tijd die er niet meer is. En dat is tragisch. Voor een deel was dat mijn eigen tijd. De jaren 70. De tijd dat ik samen met mijn ouders en mijn broers op vakantie ging in ons busje, en mijn vader, die leraar Frans is, chansons draaide, ook die van Aznavour natuurlijk. En door de film voelde ik de heimwee naar de jaren van mijn onbezorgde jeugd in een onbezorgde wereld.

Onwillekeurig moest ik denken aan de film Midnight in Paris van Woody Allen. De hoofdrolspeler is schrijver en helemaal weg van de jaren 20. Hij ontdekt dat hij naar die tijd kan reizen door om 12 uur ’s nachts in een oude auto te stappen die hem naar het Parijs van de jaren 20 brengt. Hij ontmoet daar alle grote kunstenaars, zoals Ernest Hemingway, Gertrude Stein, Luis Buñuel.

En hij wordt er verliefd. Elke avond gaat hij weer naar die tijd terug om zijn geliefde te ontmoeten. Hij zwerft met haar door Parijs. Plots komt er een koets voorrijden. Ze stappen in en worden samen naar het fin de siècle gebracht. Zij is in alle staten, dat is namelijk haar favoriete tijd. Voor haar zijn de jaren 20 maar gewoontjes. Ze wil blijven. Maar hij wil weer terug naar de jaren 20.

En dat is waarschijnlijk het ware tragische van die voorbije tijd. Je ervaart niet alleen dat die nooit meer terugkomt, maar vooral ook dat je alleen in staat bent om werkelijk te genieten van momenten die al voorbij zijn. Het is ongelooflijk moeilijk om het nu te waarderen en de schoonheid in je eigen tijd te zien zoals je die in het verleden ziet. Daarin ben ik maar een enkele keer geslaagd. Misschien lukt het eigenlijk alleen als je verliefd bent.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

De waarheid voor twee levens

By Omgaan met de wereld, Omgaan met mensen

Afgelopen week keek ik de film Quo Vadis, Aida? van de Bosnische regisseur Jasmila Žbanić over de val van de moslimenclave Srebrenica. Een aangrijpende film, waarbij een scène me vooral bij de keel greep.

Er hebben zich duizenden mensen verzameld bij de kazerne van de Verenigde Naties die onder leiding staat van Dutchbatsoldaten. De opperbevelhebber van de Bosnisch-Servische troepen, Ratko Mladić, weet een overeenkomst te sluiten met de Nederlanders waarbij hij belooft de moslims naar een andere plek te brengen waar ze veilig zijn. De mannen en vrouwen worden gescheiden voordat ze worden afgevoerd. De vrouwen in bussen, de mannen in vrachtwagens. Zoals we nu allemaal weten, zullen ruim 8000 mannen vermoord worden.

Op het moment dat de vrouwen, velen met hoofddoeken om, de poort van het VN-complex uitlopen, roept een van de Dutchbatsoldaten, een jongen van nog geen twintig zo lijkt het: “It’s a man! It’s a man!” Servische soldaten rennen op een gesluierde persoon af, trekken de hoofddoek van zijn hoofd, en duwen hem hardhandig in de andere rij.

Zijn moeder gilt wanhopig, probeert hem vast te grijpen, wordt tegen de grond gesmeten. Op de achtergrond hoor je een andere Dutchbatter, een arts, luidkeels vloeken tegen de jonge soldaat en zie je hoe hij tegen de grond wordt geslagen.

Waarom greep het me zo aan? Waarschijnlijk omdat pijnlijk duidelijk wordt hoe slecht principes samengaan met de realiteit. De jonge soldaat doet in een reflex waarvan hij denkt dat het het beste is: de waarheid spreken. Hij gedraagt zich volledig volgens de ethiek van de achttiende-eeuwse Duitse filosoof Immanuel Kant, die meende dat je je altijd aan universele regels moet houden zoals: ‘gij zult niet liegen.’

Kant gaf zelf het voorbeeld van een onschuldig persoon die zich in je huis verstopt. Vervolgens klopt er iemand aan die hem wil vermoorden en die aan je vraagt of deze persoon zich in je huis bevindt. Volgens Kant moet je ook dan de waarheid spreken.

Je zou misschien zeggen dat je je normaal gesproken inderdaad aan die regel moet houden, maar dat je die in deze specifieke situatie wel even mag negeren. Maar Kant wil van de specifieke situatie weg. Als je namelijk met het specifieke rekening houdt, dan lukt het nooit om tot een handeling te komen. Er zitten zoveel facetten aan. Hoe onschuldig is deze persoon eigenlijk? Wat is onschuld? Zijn we niet allemaal een beetje schuldig? Enzovoorts.

Anders dan Kant zou de Chinese filosoof Confucius (551 – 479 v. Chr.) zeggen dat zo’n algemene regel volstrekt zinloos is. Je moet niet weg van het concrete om iets over ethiek te kunnen zeggen, maar je moet juist het concrete opzoeken. Je kunt zelfs niets over ethiek zeggen zolang je in algemene termen blijft spreken.

Als je iets wilt terugbrengen tot de kern verlies je namelijk de realiteit uit het oog. Juist die concrete situaties zetten je aan tot nadenken over wat ethisch gedrag is. En in het geval van de Dutchbatter zou je volgens Confucius vermoedelijk wel moeten liegen of in ieder geval niet uit jezelf de waarheid vertellen. Of liegen wel of niet gepast is, is volledig afhankelijk van de situatie.

De scène uit de film is dus niet alleen zo pijnlijk omdat je weet dat de man met hoofddoek het niet zal overleven, maar ook omdat je inziet dat de jonge Dutchbatter voortaan moet leven met het feit dat door zijn principiële reflex iemand vermoord is.

In een artikel in het AD komt een oud-Dutchbatmilitair aan het woord die de film gezien heeft. Ook hij haalt deze scène aan. Hij zegt: ‘We zien een Dutchbatter een als vrouw verklede moslimman verraden. Die wordt vervolgens door aanwezige Serviërs opgepakt en (dat wordt althans gesuggereerd) vermoord. ‘Onzin’, dacht ik. Het bleef aan me knagen, dus ben ik gaan rondbellen. Geen van mijn collega’s kenden dit verhaal. Toch bleek uiteindelijk uit een document van het Joegoslaviëtribunaal dat dit schijnbaar plaatsvond. Zijn naam was doorgestreept. Het zelfmoordpercentage onder de militairen was hoog, misschien leeft hij of zij niet meer.’

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Een dier of mens verzorgen is goed

By Omgaan met de wereld
Maar wat is zorgen voor?

Ik zie de geranium in de tuin bewegen. Als ik ga kijken, zie ik dat er een heel jong vogeltje in hangt. Haar pootjes vastgeklemd aan een tak. Ik roep Valerie erbij. We schatten dat ze net een week oud is, haar oogjes zijn nog dicht. Er is even lichte paniek.

Bij het zien van zoveel hulpeloosheid moet ik onwillekeurig denken aan een uitspraak van de Franse schrijver Michel Houellebecq. Hij beweert dat er vaak discussies zijn over wat het goede is, maar dat dat eigenlijk heel duidelijk is. Het goede is zorgdragen voor een dier of een mens. Dat voelt iedereen wel aan. Hij heeft misschien gelijk. Maar wat is zorgdragen?

Als we het laten zitten krijgen de katten het te grazen. We zien geen nest in de boom of onder de dakrand. Valerie maakt een foto van het vogeltje en zet het op een Facebookgroep in de hoop antwoord te krijgen op de vraag wat we moeten doen.

De meeste mensen raden ons aan de vogel zo veel mogelijk met rust te laten. ‘Laat het aan de natuur over.’ ‘Zet het in een boom, zodat de ouders erbij kunnen.’ Een dier redden, doe je alleen voor jezelf, niet voor het dier, lezen we ook. 

Dus we zetten het beestje in een doosje in een boom. Inmiddels weten we dat het een gierzwaluw is. Er blijkt een verschil te zijn tussen een gierzwaluw en een boerenzwaluw, allebei zitten ze hier veel in Portugal.

Boerenzwaluwen maken nestbakjes in een hoek bovenaan een muur onder een dak. Maar een gierzwaluw maakt nesten onder dakpannen. Gierzwaluwen kunnen helemaal niet in een boom landen of opstijgen. Vanaf het dak kunnen ze wel wegvliegen. Dus we halen haar snel weer uit de boom.

Als Valerie later aan onze 96-jarige bovenbuurvrouw vertelt dat we een jong vogeltje hebben gevonden, zegt ze: ‘ja, ik ook’. Hij was op haar hoofd is gevallen. Ze had hem in de tuin gegooid. 

We vogelen uit waar het nest zit, inderdaad vlak boven het balkon van de bovenbuurvrouw, op een onmogelijke plek om haar terug te zetten. In de Facebookgroep raden velen ons aan om haar naar een vogelopvang te brengen. Maar die kunnen we hier niet zo snel vinden.

Een gierzwaluwjong blijkt tartaar en larven te moeten eten. Zoetwaterkreeftjes, die je kunt kopen als schildpaddenvoer, komen het dichts in de buurt van larven. We weken de kreeftjes, maken er balletjes van, samen met de tartaar en eigeel. De eerste keer doet ze haar bekje niet open. Na even oefenen snapt ze dat de pincet het nieuwe moederbekje is. Ze piept, we geven eten. Ze groeit goed. 

Na een paar dagen gaan haar ogen open. We lezen dat het een maand duurt voordat een gierzwaluw het nest verlaat. Maar binnen een week zullen we weer teruggaan naar Nederland.

Valerie leest op internet alles wat los en vast zit over gierzwaluwen, en we leren wat voor ongelofelijke dieren het zijn. Tien maanden lang blijven ze non-stop in de lucht als ze naar het zuiden van Afrika trekken. Ze kunnen 200 kilometer per uur halen in duikvlucht. De ouders maken per dag twintig balletjes per jong met daarin 600 tot 800 insecten. Ze kunnen wel tien jaar oud worden. En elk jaar komen ze op dezelfde plek terug.

Na bijna een week bij ons in huis te zijn gebleven, brengen we onze logé weg. We hadden ons bij de opvang een romantisch beeld gevormd van een idyllisch plekje in het bos met allemaal vriendelijk mensen die zich met liefde over de vogel ontfermen en er alles aan doen om haar weer te verenigen met haar familie.

Het blijkt een ongezellige balie waar we een formulier in moeten vullen. Er komt een jongen met een mondkapje op en een kaalgeschoren hoofd onder een pet in een blauw pak. Hij zegt niet veel, steekt zijn armen uit om het doosje aan te nemen. Hij wil meteen weer weglopen.

Valerie doet nog snel de doos open en zegt: ‘Kijk ze zit heel rustig. We hebben een week voor haar gezorgd. Ze vertelt dat er nog balletjes tartaar over zijn, die ze bewaard heeft in een dekseltje van de jampot met een cellofaantje eroverheen. Twintig balletjes per dag. Ze zegt in haar beste Portugees: ‘Zal ik het eten meegeven?’ De jongen antwoordt: ‘ja, waarom niet.’

‘Kijk,’ zegt Valerie. ‘Ze heeft haar oogjes open. Dat had ze eerst nog niet.’ De man van de balie zegt: ‘Fijn dat jullie zo goed voor haar gezorgd hebben.’ Hij vertelt ook dat we kunnen mailen om te vragen hoe het met haar gaat. Daar verdwijnt de jongen met het doosje door een groot hek. 

Als we weglopen moeten we allebei huilen. Het overvalt ons, zoveel verdriet. Het vogeltje zat zo rustig in haar doosje, vol vertrouwen. Het voelt als verraad. We hebben haar weggegeven. Zal ze op deze andere plek haar familie nog terug kunnen vinden?

Na een week sturen we een mail naar het opvangcentrum, om te vragen hoe het gaat. We krijgen een standaardantwoord terug. Iedereen bezweert ons dat we het beste hebben gedaan voor het beestje. Maar ik moet steeds denken aan die uitspraak van Michel Houellebecq.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Hoe de techniek ons leven beheerst

By Omgaan met de wereld
Met Victor Hugo in de trein

Mensen maken techniek en techniek maakt mensen. Techniek is dus niet slechts een neutraal middel dat wij naar eigen goeddunken kunnen inzetten.

Een voorbeeld. De vertegenwoordigers van de wapenlobby in Amerika hoor je vaak zeggen: ‘Het pistool doodt geen mensen, mensen doden mensen.’ Een pistool kan zonder mens inderdaad niet doden. Toch klopt de redenering niet helemaal. Mensen die een pistool tot hun beschikking hebben, blijken namelijk eerder tot het doden van mensen over te gaan dan mensen die dat niet hebben. Het is de combinatie van mens en pistool die doodt.

Zo sturen ook de sociale media de manier waarop wij met anderen omgaan. Dat blijkt heel duidelijk uit een verhaal over Robinson Canó, een honkballer die eerst voor de New York Yankees speelde en later naar de Seattle Mariners ging. Dat werd hem door de Yankeesfans natuurlijk niet in dank afgenomen. Na een aantal jaar moet Canó met zijn nieuwe club tegen zijn oude club in New York spelen.

Niet lang voor de wedstrijd plaatst een medewerker van de The Tonight Show Starring Jimmy Fallon in een park in New York een grote kartonnen afbeelding van de speler en hij vraagt aan voorbijgangers om eens flink boe te roepen tegen deze kartonnen Robinson Canó. Veel mensen zijn bereid om de honkballer goed de waarheid te zeggen.

Maar de boeroepers weten niet dat de echte Robinson Canó achter zijn kartonnen afbeelding staat. Elke keer als ze helemaal los staan te gaan tegen de kartonnen pop, komt de echte Canó tevoorschijn. Alle boeroepers draaien als een blad aan een boom om, er verschijnt een lach op hun gezicht en ze zeggen dingen als: ‘Hé hallo, hoe gaat het?’ of ‘Dat meende ik niet’.

Je kunt het (heel erg grappige) filmpje hier terugkijken

Blijkbaar zijn wij veel liever voor anderen als we hen direct voor ons zien dan wanneer we hen op een schermpje ontmoeten of alleen maar over hen lezen. We kunnen ons dan beter inleven in de ander en denken na over hoe we overkomen. Net als bij het pistool is het de combinatie van de mens en een specifieke techniek die tot bepaald gedrag leidt.

In Techniek, kunst, kermis en theater laat de Nederlandse filosoof Petran Kockelkoren zien dat nieuwe technieken ons als het ware uit ons vertrouwde centrum trekken. We gaan de wereld erdoor op een andere manier bekijken. Zoals de man met een hamer in alles een spijker ziet om op te slaan, zo zien wij door sociale media ieder moment als een fotomoment. En zo verandert die techniek op een subtiele manier ons wereldbeeld.

En bij elke nieuwe techniek raken we daarom in de war. Onze oude vertrouwde wereld is een beetje verdwenen. Om dat duidelijk te maken citeert Kockelkoren de negentiende-eeuwse Franse schrijver Victor Hugo, die verhaalt over zijn ervaring met een nieuwe techniek uit zijn tijd, de trein:

‘De bloemen aan de wegranden zijn geen bloemen meer, maar kleurvlekken of beter gezegd rode of witte strepen, er zijn geen punten meer, alles wordt een streep; de graanvelden worden lange gele strengen, de klavervelden zijn lange groene staarten. Aan de einder voeren de steden, de kerktorens en de bomen een dans uit en lopen op een krankzinnige wijze door elkaar. Van tijd tot tijd verschijnt en verdwijnt bliksemsnel een schim, een silhouet, een spook achter het raam: het is een conducteur.’

In de tijd dat mensen voor het eerst met de trein gingen reizen, was deze ervaring zo heftig dat ze zelfs fysieke weerstand opriep. Er bestond een tijdje een treinziekte. Mensen werden misselijk en kregen hoofdpijn door treinreizen. Toen ze er eenmaal aan gewend waren, verdween deze ziekte weer.

Victor Hugo

Na een tijdje raak je dus gewend aan het nieuwe wereldbeeld en kom je weer in een nieuw centrum terecht, waar je op den duur door een nieuwe techniek uiteraard ook weer uit getrokken kunt worden.

Volgens Kockelkoren kan kunst helpen om je evenwicht te hervinden. Kunstenaars kunnen die nieuwe wereld op een zinvolle manier uitbeelden en betekenis geven, zoals Victor Hugo deed met zijn mooie beschrijving van de treinrit. Als je niet gewend bent om graanvelden als gele strepen te zien, kan het beangstigend werken. Door de omschrijving van Hugo kun je deze ervaring een plek geven.

We kunnen dus, zoals de kunstenaars van Kockelkoren, proberen om de nieuwe ervaringen te beschrijven, te schilderen of er een theaterstuk of videogame van te maken. Kunst helpt om nieuwe ervaringen een plek te geven in ons leven.

Maar je kunt het ook nog praktischer aanpakken. Hou eens bij hoe vaak je op een dag de social media checkt. Als je vindt dat je dat veel te veel doet, spreek dan bijvoorbeeld met jezelf af dat je het maar drie keer per dag zal doen. En als dat niet lukt, kun je de techniek zelf gebruiken om je wat discipline op te leggen in de vorm van apps zoals Pomodore en Freedom. Die kunnen je helpen om met de verleidingen van de nieuwe media om te gaan.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Pleidooi voor inconsequentie

By Omgaan met de wereld
Voorpublicatie van 'Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen'

De volgende tekst is een fragment uit mijn boek Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen. Pleidooi voor inconsequentie, dat half september zal verschijnen. 

Gedurende je leven maak je een verhaal over hoe de wereld in elkaar steekt. Dat heb je stapje voor stapje opgebouwd en bijgeschaafd. Dit verhaal geeft je houvast in het leven. Het stelt je in staat wat je overkomt te begrijpen, het maakt dat je je kunt oriënteren in de wereld en is daarom de basis voor jouw handelingen. Jij bent dus wie je bent door dat verhaal. Hierdoor sta je in de wereld zoals je in de wereld staat. Het is je lievelingsverhaal.

Daarom zijn de meeste mensen in meer of mindere mate conservatief. Als ze eenmaal denken te weten hoe iets zit, willen ze dat graag zo houden. Omdat alles met alles samenhangt, voelt het al als een bedreiging als er maar een klein dingetje niet blijkt te kloppen. Ik vermoed dat de wiskundige Hilbert uit hoofdstuk 1 een dergelijke angst wilde bedwingen toen hij op zoek ging naar een logisch systeem om de wiskunde mee te onderbouwen.

Wat de één met wiskunde heeft, heeft de ander met taal. Denk aan de aanpassing van de schrijfwijze van woorden die zo af en toe wordt doorgevoerd om ervoor te zorgen dat de spreektaal en de schrijftaal niet te ver uit elkaar lopen. Bij elke verandering komt telkens veel weerstand op.

Mensen hebben op school geleerd dat ‘pannekoek’ de juiste schrijfwijze is, en dan besluit de Nederlandse Taalunie dat het voortaan ‘pannenkoek’ moet zijn, met een n voor de k, omdat het makkelijker is alle samengestelde woorden met een n te schrijven. Dan kun je zeggen: het gaat om bijna niets, slechts een n, maar die n is voor menigeen veel meer dan niets. Die afwezige n is onderdeel van hun identiteit. Als die n er opeens bijkomt, staat hun hele wereld op z’n kop. Want alles hangt met alles samen.

Dat begrijpt het inconsequentialisme goed. Zoals ik eerder schreef wil het inconsequentialisme een milde leer zijn. Een leer die troost biedt en tweevoeters helpt om te gaan met de moeilijkheden van het leven, of het nu om ogenschijnlijk kleine dingen gaat als de aanwezigheid van een n op een plek waar die voorheen niet was of om iets veel ernstiger als het wegvallen van een geliefde of de ondergang van de planeet aarde. Het inconsequentialisme neemt al die zaken serieus.

Dingen veranderen in het leven. Dat is soms niet fijn (soms ook wel). Daarom proberen we krampachtig om een consistente wereldvisie te hebben die vastigheid biedt als de dingen om ons heen bewegen. Het probleem is dat juist die dingen die veranderen het grote verhaal dat zekerheid geeft weer een beetje ondermijnen. Tel daar nog bij op dat zo’n omvattend verhaal niet bestaat en het ons (hoogstwaarschijnlijk) nooit lukt om het geheel onder één noemer te brengen, en we komen tot de kern van het probleem waar dit boek in het algemeen over gaat en dit hoofdstuk in het bijzonder.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Morele vakantie, kan dat (nog)?

By Omgaan met de wereld
En hoe ziet dat er dan uit?

Sinds een jaar of vijf verblijven Valerie en ik een paar maanden per jaar in Portugal. De broer van Valerie is er jaren geleden gaan wonen, en doordat we hem bezochten zijn we van dit land gaan houden. Inmiddels spreken we de taal mais ou menos (min of meer). Ook hebben we hier veel lieve mensen leren kennen.

Het afgelopen jaar ging het allemaal anders vanwege corona, maar sinds kort zijn we na lange tijd weer terug in Portugal. Al moeten we hier twee weken in quarantaine zitten omdat de cijfers in Nederland te hoog zijn, toch is het ontzettend fijn om hier te zijn. Alleen al omdat het prettig is om afstand te kunnen nemen en mijn leven in Nederland vanuit een ander perspectief te zien. En we hebben het geluk dat we ons werk vanuit Portugal kunnen doen.

Het enige ingewikkelde aan ons leven hier is de reis. De makkelijkste manier om in Portugal te komen is per vliegtuig. Dat is goedkoop en snel. Maar natuurlijk erg slecht voor het milieu en je doet mee aan een pervers systeem waarin vliegtuigmaatschappijen geen belasting over kerosine hoeven te betalen, waardoor de vliegtickets zo goedkoop kunnen zijn. Ik kocht wel altijd mijn CO2 schade af (een 21e-eeuwse variant op de aflaat). Maar besloot uiteindelijk om een busje te kopen.

Dat was ook gemakkelijk, omdat we er spullen in mee konden nemen. Zoals mijn contrabas. Want ik heb hier ook musici leren kennen en altijd als ik er ben regelen zij optredens. Maar toen ik de CO2 van de reis per auto wilde compenseren, merkte ik tot mijn verbazing dat ik meer moest betalen dan wanneer we het vliegtuig namen.

Ik sprak er over met een vriend die bij het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium werkt. Hij vertelde me dat het reizen met een gemiddelde auto pas zuiniger is ten opzichte van een (modern) vliegtuig vanaf drie personen per auto. Toen heb ik dat busje maar weer weggedaan.

Ik besloot alleen nog maar met de trein te gaan. Daar had ik wel wat extra geld voor over. Maar omdat onze hond ook mee wil, bleek dat erg lastig. In Spanje mag dat namelijk alleen maar als je eerste klas reist en een privé couchette neemt. Dat werd wel een heel erg dure reis…

Tja, toch maar vliegen dan? Het wonderlijke is dat ik dat idee weer serieus in overweging nam na het lezen van een boek dat de verantwoordelijkheid voor de milieuproblematiek juist bij het individu legt. Ik heb het over De Meester-methode. De makkelijkste manier om te stoppen met milieuvervuilen van collega-filosoof en broer Maarten Meester.

Veel milieufilosofen staan in de traditie van het utilitarisme. Een utilitarist meent dat je bij elke handeling moet denken wat het effect zal zijn van die handeling: levert die het grootst mogelijke geluk voor het grootst aantal wezens op, dan is die goed. Vliegen is duidelijk niet goed. Voor de mensen in het vliegtuig mag het vooral leuk zijn, de ellende voor de rest van de wereld is groot en zeker voor de toekomstige generaties van mensen en niet-menselijke dieren. Dan gaat het om heel veel wezens.

Het utilitarisme mag prachtig klinken, het grote probleem is wel, zeker in verband met de milieuproblematiek, dat je nooit meer rust hebt. Als je even iets leuks voor jezelf wilt doen, kan dat eigenlijk niet, want er is altijd wel iets te bedenken dat een groter geluk oplevert voor meer wezens. Je staat moreel dus de hele tijd ‘aan’ en hebt nooit eens morele vakantie.

Om dat probleem te voorkomen en toch zijn lezers op hun individuele verantwoordelijkheid te wijzen, bespreekt Maarten de mogelijkheid om je ecologische voetafdruk te berekenen. Dat kun je bijvoorbeeld op de website van het wereldnatuurfonds doen. Als je zorgt dat die onder de 1 aarde blijft, ben je goed bezig en mag je met een gerust hart genieten van de dingen die je doet zonder steeds te denken dat je eigenlijk iets anders had moeten doen. Als je voetafdruk groter dan 1 aarde is, moet je je leven aanpassen om er toch onder te komen.

Omdat ik in mijn dagelijks leven al vrij zuinig en milieubewust probeer te leven (we hebben geen auto, we hebben een tamelijk tiny-huis met een woonkamer op het zuiden, waardoor de verwarming bijna nooit aan gaat, we werken veel thuis, en als we ergens anders werken gaan we op de fiets, we eten geen vlees, kopen bijna al onze kleding tweedehands) bleek dat ik nog ongeveer 10 uur per jaar kan vliegen en toch onder de 1 aarde blijf. Dat is ruim voldoende om op en neer te gaan naar Portugal.

Alles goed, zou je zeggen. Maar ondanks de ‘goedkeuring’ van mijn strenge grote broer, blijf ik het wel een beetje lastig vinden. Waarom kies ik er niet voor om dichterbij huis te verblijven? Maar ja, inmiddels ligt ons hart ook hier. En als ik hier weer ben, overvalt me de rust, het fijne weer, de lieve mensen, en dan weet ik waarom ik hier zo graag kom. En toch blijft er iets knagen aan mijn geluk. Ik ben er nog niet helemaal uit, en ben benieuwd wat jullie ervan vinden.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Vrijheid: wat betekent dat nou?

By Omgaan met de wereld
En hoe vrij is de kat op het spek?

‘Vrijheid’ is een woord dat we gemakkelijk in de mond nemen. Maar wat betekent het eigenlijk? ‘Morgen ben ik vrij’. Iedereen begrijpt dat: als kind hoef je niet naar school en als volwassene niet naar je werk. Dat lijkt heel eenvoudig. Maar tegenwoordig is 41 % van de beroepsbevolking ZZp-er. Dan heb je eigenlijk nooit vrij, of je bent altijd vrij. Wat zegt die vrijheid dan nog?