Category

Omgaan met de wereld

De koe centraal

By Omgaan met de wereld
En de mens een beetje minder

Dat het goed is om de mens centraal te stellen is een waarheid als een koe. In de categorie: Vrijheid is goed. Maar is het wel zo? Zouden we niet juist moeten proberen om de mens wat minder centraal te stellen? Dat wordt wel lastig. Want voor de mens is de mens nu eenmaal de maat der dingen, zoals voor de koe waarschijnlijk de koe de maat der dingen is.

En omdat we dus opgesloten zitten in ons eigen perspectief, kunnen we nooit met zekerheid weten wat er in de kop van een koe omgaat als zij het slachthuis in wordt gebracht. Of wat een hond voelt wanneer die ons zielig aankijkt. 

Nous’che heeft een wondje en kijkt best zielig. 

Misschien voelen die dieren niet zoveel als wij. Er is een kans dat hun bewustzijn minder ontwikkeld is en dat ze zich daarom nauwelijks bewust zijn van hun lijden. Zou het daarom geoorloofd zijn om dieren af en toe te gebruiken voor onze doeleinden? Bijvoorbeeld door medicijnen op ze te testen, hun vacht te gebruiken, hun melk te drinken, of ze, mits we het netjes doen, op te eten. 

Het spreekt voor zich dat we dat bij mensen niet moeten doen. Van mensen weten we dat ze kunnen voelen en denken. We zijn immers zelf een mens. Je kunt weliswaar niet ontdekken wat er diep van binnen in een ander mens omgaat door hem open te snijden, maar je zou dan wel kunnen zien dat die ander van binnen erg op jou lijkt. Hij heeft het zelfde rode bloed en dezelfde organen, zoals een centraal zenuwstelsel. Daarom is het bijzonder waarschijnlijk dat die andere mens ook een innerlijk leven heeft: gevoelens, gedachten en ervaringen, net zoals jij.

Als andere mensen net zo in elkaar steken als jij en daarom ongeveer hetzelfde ervaren als jij, is het best een aardige regel om onze medemensen te behandelen zoals we zelf behandeld willen worden.

Die regel werkt vrij goed, al moeten we die uiteraard niet al te consequent doorvoeren. Want uit de praktijk weten we dat er mensen zijn die een andere smaak hebben dan wij. 

Ik hou van klassieke muziek en ik kan er erg van genieten als ik die muziek heel hard opzet, maar het is de vraag of mijn buurman dat leuk vindt. Ik denk het niet, want ik weet toevallig dat hij van stevige bluesmuziek houdt. Daarom moet ik rekening met hem houden en mijn klassieke muziek niet te hard zetten. Dus: in grote lijnen (we houden van muziek) lijken we op elkaar, maar in kleine lijnen (hij houdt van blues, ik van klassiek) niet. 

Als we ons interesseren voor andere mensen en achterhalen wat zij leuk en niet leuk vinden, zijn we beter in staat om ons zo te gedragen dat we hen geen kwaad doen.

Een mens lijkt in grote lijnen op een koe

Wij mensen zijn zoogdieren. Als je andere zoogdieren open zou snijden – ratten, koeien of honden -, dan zou je zien dat ze in grote lijnen op ons lijken. Ze hebben veel dezelfde organen, zoals een enigszins vergelijkbaar centraal zenuwstelsel. 

Het is daarom zeer aannemelijk dat ze ongeveer dezelfde dingen voelen als wij. En dat zou best ver kunnen gaan. Kijk maar eens naar youtubefilmpjes van honden die zich schamen. Ze hebben iets gedaan wat niet mag en ze kijken vervolgens met een blik die wij medezoogdieren direct herkennen als beschaamd. Waarschijnlijk kennen zij dus niet alleen het gevoel van fysieke pijn, maar ook een gevoel zoals schaamte. 

Goed, je weet niet zeker of ze zich ook echt beschaamd voelen en niet alleen maar zo kijken omdat ze toevallig zo kijken. Daar is geen bewijs voor, maar het is wel erg aannemelijk (en wat mij betreft aannemelijker dan dat ze zomaar beschaamd kijken als ze iets beschaamds hebben gedaan zonder daar iets bij te voelen). Want in grote lijnen lijken ze op ons, in kleine lijnen niet.

Een vis is geen zoogdier en staat dus wat verder van ons af. Maar er is volgens mij genoeg reden om aan te nemen dat een vis het niet fijn vindt om een haakje in zijn bek te krijgen en daaraan uit het water omhoog getrokken te worden waar het niet kan ademen, om vervolgens opgemeten te worden en (als de vis geluk heeft) weer terug gegooid te worden in het water. Ook die vis lijkt namelijk in grote lijnen op ons en in kleine niet. Iemand die daaraan twijfelt gebruikt twijfel als smoes om lekker door te kunnen gaan met vissen. 

 Twee vissen met mannen die wel blij zijn

Er is overigens een interessant onderzoek met koikarpers waaruit blijkt dat ze bluesmuziek en klassieke muziek uit elkaar kunnen houden. Drie karpers, Beauty, Oro en Pepi kregen een compositie van Johan Sebastian Bach te horen en van de blueszanger John Lee Hooker. De vissen waren niet alleen in staat onderscheid te maken tussen een compositie van de twee componisten, maar toen de vissen ook andere klassieke muziek en blues-stukken te horen kregen, bleken ze ook de genres blues en klassiek uit elkaar te kunnen houden. 

Hoe zit het met de regenworm? Die staat vermoedelijk nog verder van ons af. Zou die het erg vinden om aan een haakje geregen te worden en in het water te hangen totdat een vis in hem hapt? De analogieredenering gaat waarschijnlijk nog weer minder op dan bij de vis, maar ik zou het zekere voor het onzekere nemen en er gewoon vanuit gaan dat die regenworm het niet prettig vindt.

Een plant staat nog verder van ons af. Zou de plant ook gevoel hebben? Dat is erg lastig te zeggen. Het is in ieder geval wel een levend wezen dat zijn uiterste best doet om in leven te blijven en het daarom waarschijnlijk op de een of andere manier niet fijn vindt wanneer het daarin gefrustreerd wordt.
Betekent het dat je planten daarom maar beter niet kunt doden of verminken? Tja, dat gaat waarschijnlijk te ver. We moeten zelf ook nog blijven leven en als we geen planten meer eten (en ook al geen dieren), blijft er niet zoveel meer over. 

Deze plant oogt best gelukkig

Bovendien is het belangrijk om afwisselend te eten. Dus helemaal consequent kun je hier ook weer niet in zijn. Maar je kunt wel proberen om, als het niet mogelijk is, planten zo veel mogelijk met rust te laten, en als je planten verzorgt, om het dan goed te doen, en ze altijd genoeg water te geven, een fijne grote pot met vruchtbare grond en de juiste dosis licht, zodat ze niet langzaam sterven op je vensterbank. Want dat vinden ze niet leuk.

Oké, strikt genomen weten we dat niet. Maar is het feit dat we het niet weten, niet juist een reden om dan het zekere voor het onzekere te nemen? Dat beweert de Duitse filosoof Richard David Precht in zijn boek Denken over dieren. Hij pleit ervoor dat ‘niet zeker weten’ als uitgangspunt te nemen voor onze omgang met andere soorten. Juist omdat we het niet zeker weten, moeten we extra voorzichtig zijn. Ik ben het met hem eens, en ik zou het trouwens ook graag willen toepassen in de omgang met onze eigen soort.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Waarom vegetariërs vlees mogen eten

By Omgaan met de wereld
Ja, dan ben je dus inconsequent,
maar hoe erg is dat nou helemaal?

Mensen vragen mij soms waarom ik geen vlees eet. ‘Omdat ik geen dieren wil doden’, is meestal mijn antwoord. ‘Je hoeft die dieren toch niet zelf te doden?’ krijg ik dan vaak als reactie. ‘Dat klopt, maar als ik zelf geen dieren wil doden, vind ik dat ik het anderen ook niet voor me moet laten doen.’

Vaak blijft het daarbij, maar zo af en toe is er iemand die er geen genoegen mee neemt. Ik vermoed dat hij (het zijn meestal mannen) mij ervan wil overtuigen dat ik beter kan stoppen met mijn vegetarisme, om zo zijn eigen vleesconsumptie te rechtvaardigen. De meest toegepaste tactiek is om mij op een inconsequentie te betrappen. Gek genoeg zijn tot nu toe al twee mensen daarom over het jaïnisme begonnen.

Het jaïnisme is een Indiase godsdienst. Volgens deze leer heeft elk levend wezen een individuele en eeuwige ziel. Daarbij hanteren de leden van dit geloof een brede opvatting van leven. Planten hebben ook een ziel en zelfs water is volgens hen bezield. Het belangrijkste principe van het jaïnisme is respect tonen voor alles wat leeft. Dit principe voeren ze zeer consequent door. Ze eten uiteraard vegetarisch om zo geen dieren te doden, maar hun voedselwetten gaan nog veel verder. Zo mogen ze ook geen wortelgroenten eten, want daardoor kan de plant niet verder leven. Bovendien vegen ze het pad voor zich schoon met een bezem, zodat ze niet per ongeluk op een klein beestje stappen. Ze willen echt niets of niemand doden.

Als mijn ondervragers het jaïnisme zo’n beetje hebben uitgelegd, vragen ze met een triomfantelijk lachje om hun lippen: ‘En wat denk je, lukt het deze Indiase gelovigen om geen levens te doden?’ Voordat ik iets kan zeggen, geven ze zichzelf al antwoord: ‘Nee. Dat zal nooit lukken. Als je alleen al ademt, zal je af en toe per ongeluk een beestje inslikken. Dus je moet stoppen met ademen om geen levens meer te doden. Accepteer het nu maar: leven betekent doden.’ 

Ik denk dat ze gelijk hebben. Het zal je nooit lukken om geen dieren te doden of je moet jezelf doden. Het lukt überhaupt niet om helemaal consequent te leven. En dat is niet erg. Je kunt er beter naar streven om goed te doen, dan om consequent te zijn. Daarom is de verontwaardiging van de vleeseter over mijn leren riem of mijn leren schoenen zo ongepast. Het hek is al helemaal van de dam als ik wel eens een stukje vlees eet. Terwijl als iemand zo af en toe een stukje vlees mag eten, dan is het wel de vegetariër. Die eet (bijna) nooit vlees en spaart zo heel veel dieren. Die vleeseters zouden zelf wat minder vlees moeten eten.  

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Wereldvrede begint bij broederliefde

By Omgaan met de wereld, Omgaan met mensen
‘Imagine there’s no countries, It isn’t hard to do, Nothing to kill or die for, And no religion, too, Imagine all the people living life in peace’

Zong John Lennon. Ja, leven in een wereld waarin iedereen met elkaar verbroederd is, dat klinkt mooi.  Maar…verbroederd? En zusters dan? En dieren? En de planten? Het gaat meteen al mis.

En als ik er nog langer over nadenk, vraag ik me af, is broederschap wel echt zo fantastisch? Ik moet denken aan mijn eigen broers. Ik heb er drie. Alle drie zijn ze ouder. In mijn jeugd gedroegen we ons erg gebroederlijk. Dat merkte ik vooral toen ik naar de kleuterschool ging. Die zat in hetzelfde gebouw als de lagere school waar mijn broers op zaten. Andere kinderen durfden mij niets aan te doen, want dan kwamen mijn grote broers mij te hulp. Zelfs als ik tegen een klasgenoot niet zo aardig was geweest, stonden mijn broers aan mijn kant.

Maar het gekke was, zodra er geen gemeenschappelijke vijand was, was die verbondenheid plotseling voorbij. Dan was er juist regelmatig ruzie. Later heb ik daar mijn werk van gemaakt. Met mijn jongste broer Maarten, die dus ouder is dan ik, ben ik het duo begonnen: de Gebroeders Meester.

Ik werd een keer gevraagd om voor een filosofisch café in Utrecht boeken te bespreken. Ik zat er over te denken hoe ik dat aan zou pakken en toen stelde Valerie (mijn vrouw) voor het samen met Maarten te doen: ‘Jullie zijn het vaak met elkaar oneens, en het probleem bij een boekrecensie is altijd dat je maar een mening krijgt, die erg persoonlijk is. Op deze manier krijgt het publiek de meest uiteenlopende meningen over een boek te horen en kan het zelf een oordeel vellen.’

Dat was een gouden plan, de formule sloeg aan. Er was al snel een uitgever die ons vroeg een boek te schrijven volgens hetzelfde concept. Over de geschiedenis van de filosofie. We hebben uiteindelijk vier boeken geschreven, we kregen een column in de Volkskrant. En ik moet zeggen, de samenwerking werkte ook therapeutisch. Doordat we op het podium ruzie konden maken, hoefden we dat in het echt niet meer te doen. En tenslotte was onze strijd op het podium ook uitgestreden, doordat we het steeds meer met elkaar eens werden.

Toch werpt dit verhaal over mijn broer een beetje treurig licht op broederschap. Ik moet dan denken aan een beroemd Arabisch gezegde:

‘Ik tegen mijn broers, ik en mijn broer tegen mijn neven, ik en mijn broers en mijn neven tegen het dorp, ik en mijn broers en mijn neven en het dorp tegen de wereld.

Immanuel Kant geloofde net als Lennon in wereldvrede

De Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804) dacht ook al na over broederschap. Hij schreef het beroemd geworden boek Naar de eeuwige vrede, wat je met een beetje fantasie als een voorloper zou kunnen zien van John Lennons lied. Kant had heel veel vertrouwen in de mensheid en dacht dat het mogelijk was dat alle volkeren op aarde zich met elkaar zouden verbroederen en dat er dan eeuwige vrede zou komen onder de wereldburgers. Als we allemaal maar onze rede zouden gebruiken, dan kwam het wel goed.

Kant heeft van latere filosofen zoals Carl Schmitt (1888-1985) veel kritiek gekregen. Schmitt meende dat die universele verbroedering van Kant een abstract monster is. Het was volgens hem beter om te erkennen dat in de praktijk elke samenleving nu eenmaal vijanden heeft, dan er naar te streven dat alle mensen broeders worden. Want voor je het weet ben je in naam van de mensheid gruwelijke oorlogen aan het uitvechten.

En misschien moet je Schmitt ook wel een beetje gelijk geven, als je bijvoorbeeld kijkt naar de slavernij. Die werd goedgepraat met het argument dat zwarten minder redelijke vermogens bezaten dan witten, dus dat je je daarom niet met hen hoefde te verbroederen en ze zelfs wel als slaaf kon houden. Tja, wie heeft er gelijk?

Is verbroedering of verzustering van alle mensen, dieren en de rest van de organismen op de wereld mogelijk? Of kunnen we eigenlijk niet zonder een gemeenschappelijke vijand?

Misschien is het al heel wat als we ons gedrag naar die vijand toe weten te beperken tot een beetje gescheld. Zodat we verder bloedvergieten kunnen voorkomen. En dan kunnen we ons ondertussen afvragen hoe we zoveel mogelijk wezens tot onze medewezens kunnen rekenen?

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Soms is het gezond om een beetje vies te zijn

By Gelukt leven, Omgaan met de wereld
Bacteriën zijn je vrienden

Als ik aan bacteriën dacht, kreeg ik altijd de kriebels. Ik ging spontaan heel goed mijn handen wassen. Totdat ik Remco Kort, professor microbiologie aan de VU, moest interviewen. Hij wist mij ongelooflijk enthousiast te maken voor die kleine beestjes. Hij vertelde dat micro-organismen juist onze vrienden zijn.

Om je toch eerst even af te schrikken: ze zijn overal, tussen je tenen, onder je oksels, in je darmen en in je uitwerpselen. Ieder mens huisvest meer dan honderdduizend miljard microben.

Dat we dat lang niet wisten komt natuurlijk doordat ze niet zichtbaar zijn. In de 17e eeuw was het Antonie van Leeuwenhoek die met zijn lenzen voor het eerst microben in het vizier kreeg. Hij wist alleen niet precies wat hij zag. Hij beschreef die levende ‘dierkens’ zonder te beseffen dat zij verband konden houden met ziektes of voedselbederf. Dat kwam pas twee eeuwen later met mensen als Pasteur, de voorvaders van de bacteriologie, die de methoden ontwikkelden om bacteriën te isoleren en te kweken op een petrischaaltje. Vanaf dat moment richtten de microbiologen hun studies op kweekbare bacteriën. Ze zagen die bacteriën als de bron van ziektes.

Door nieuwe technieken voor het bepalen van de DNA-volgorde kunnen we tegenwoordig ook microben die het niet goed doen in een kweekje op grote schaal identificeren. En nu blijkt dat de kweekbare bacteriën in onze darmen slechts een kleine fractie van het geheel vormen en dat veel bacteriële soorten die te boek staan als ziekteverwekker onderdeel zijn van de gewone microflora in ons lichaam die we altijd bij ons dragen. Sterker nog: de ziekteverwekkers zijn de uitzonderingen. Verreweg de meeste bacteriën beschermen ons juist tegen ziekten.

Toch hebben bacteriën in de medische wereld volgens Remco Kort, nog steeds een slechte naam. Nog steeds wordt alles in het werk gesteld om ziekenhuizen ‘bacterievrij’ te houden. Juist daar loop je het risico een gevaarlijke ‘ziekenhuisbacterie’ op te lopen die resistent is tegen antibiotica. Volgens Remco Kort kunnen hoogstwaarschijnlijk andere bacteriën helpen de ziekenhuisbacterie minder gevaarlijk te maken. Dus we moeten die bacteriën juist gebruiken. Het zijn onze vrienden.

Doordat we alleen gericht zijn op het verdelgen van micro-organismen zijn we het bacteriële evenwicht in onze lichamen aan het verstoren. We weten allemaal dat overmatig gebruik van antibiotica leidt tot antibioticaresistente bacteriën die steeds moeilijker te bestrijden zijn. Bacteriën kennen in de natuur veel meer vijanden dan de schimmels die antibiotica produceren. Deze vijanden, zoals andere bacteriën en bacteriofagen, zouden we ook kunnen inzetten om infectieziektes terug te dringen. Bacteriofagen zijn virussen die overal voorkomen in de natuur waar bacteriën zijn en in staat zijn gericht bacteriën te infecteren en uit te schakelen.

Door onze moderne leefstijl – gebruik van antibiotica, keizersnedes, antibacteriële zeep en anti-bacteriële middelen in voeding – worden we veel minder aan bacteriën blootgesteld dan vroeger. Onderzoek laat zien dat er vooral in Westerse landen sprake is van een toename van auto-immuunziektes, waaronder astma, allergie en chronische darmaandoeningen, die hier mogelijk mee in verband staan.

Ook via onze voeding krijgen we helaas niet zoveel bacteriën meer binnen als vroeger. Nu beschikken we over een koelkast. Daardoor hoeven we onze voedingsmiddelen, zoals zuivel en groente, niet langer te fermenteren om ze te kunnen bewaren. In gefermenteerde producten zitten veel goede bacteriën. Bekende gefermenteerde producten zijn yoghurt en zuurkool. Dit is slechts het topje van de ijsberg, meent Remco Kort. Eigenlijk zou je volgens de microbioloog, zelf in de keuken aan de slag moeten om groenten, zuivel, en fruit te fermenteren. ‘Het is een stuk eenvoudiger dan je denkt en het levert lekker en gezond eten op’.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Waarom afval scheiden altijd zin heeft, ook al heeft het geen zin

By Gelukt leven, Omgaan met de wereld
Oftewel: wat is het nut van nutteloosheid?

Als ik keurig mijn afval sta te scheiden, moet ik vaak aan de Franse schrijver en filosoof Albert Camus (1913-1960) denken. Ik krijg van dat afval scheiden soms een nogal zinloos gevoel.

Ik moet een aardig stukje lopen om mijn plastic kwijt te kunnen. Veel mensen gooien hun plastic gewoon bij de rest van het afval. En wat maakt het uit dat ik dat zo keurig doe? Is het niet gewoon een druppel op een gloeiende plaat? En misschien dat niet eens.

Laatst las ik in de krant dat er in Amsterdam niet genoeg capaciteit is om al het plastic te verwerken. Daarom komt het vaak toch weer bij het restafval terecht. Dan is mijn werk dus echt helemaal voor niets geweest. En juist dan moet ik dus aan Camus denken.

In 1942 verschijnt Camus’ De mythe van Sisyfus. Het essay begint met een van de beroemdste zinnen uit de filosofie:

‘Er bestaat maar een werkelijk ernstig filosofisch probleem: de zelfmoord. Oordelen of het leven wel of niet de moeite waard is geleefd te worden, is antwoord geven op deze fundamentele vraag van de filosofie.’

Volgens Camus is het menselijk leven absurd. We zullen namelijk nooit de zin ervan kunnen achterhalen. Het universum is redeloos en geeft geen antwoord op onze vraag over de zin van het leven. Maar als het leven absurd is, kunnen we dan niet beter direct zelfmoord plegen?, vraagt Camus zich af. Nee, is zijn antwoord. Er is namelijk een manier om toch nog iets van je leven te maken, ondanks deze fundamentele zinloosheid. Je kunt je gaan gedragen als een ‘absurde held.’

Sisyfus uit de titel van het boek is zo’n absurde held. Sisyfus is een personage uit een Griekse mythe. In deze mythe moet Sisyfus als straf van de goden elke dag een steen de berg op rollen. ‘s Avonds rolt de steen er weer af en zo gaat het eindeloos door.

Dit klinkt je misschien als een vreselijke kwelling in de oren. Maar in wezen verschilt ons leven niet zoveel van dat van Sisyfus, vindt Camus. Wij zijn ook ons hele leven aan het ploeteren zonder dat we weten waartoe het precies leidt. Camus meent dat Sisyfus, net als wij, een gelukkig mens kan worden. Als hij inziet dat zijn leven absurd en zinloos is, maar toch voldoening weet te halen uit het feit dat hij zo sterk is dat hij die zware steen de berg op heeft gekregen. Als hij dat beseft zal hij zich vol overgave op dit absurde leven storten

De meeste mensen zijn echter niet bereid het absurde onder ogen te zien, volgens Camus. Die verschuilen zich achter leugenachtige verhalen, zoals die van religies. Daarin wordt beweerd dat het leven wel zin heeft en dat het universum redelijk in elkaar steekt. Juist uit dergelijke leugens komt veel lijden voort. Uit naam van religie en van het betere leven in het hiernamaals, zijn hier op aarde de vreselijkste dingen gedaan.

Oké, dus die absurde held erkent dat het leven absurd is. Maar toch komt hij in opstand tegen het absurde. Hoe krijgt hij dat voor elkaar?

Hoe verzet je je tegen het absurde? Camus geeft in zijn roman La Peste een voorbeeld. In de Algerijnse stad Oran breekt de pest uit. De stad wordt afgesloten van de rest van de wereld. De arts Rieux gaat zich met gevaar voor eigen leven inzetten om de pest te uit te bannen. Hij verzet zich tegen de absurditeit: namelijk dat mensen zonder reden lijden en doodgaan aan deze vreselijke ziekte.

Ik wil niet zeggen dat je net zo’n held bent als Rieux als je afval staat te scheiden. Het gevaar voor eigen leven is bij het scheiden van afval doorgaans minimaal. Toch voel ik me af en toe een heel klein beetje een absurde held als ik stug door ga met dit vrijwel zinloze werk.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer Buro Fludo?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Kunst helpt je om een held te zijn

By Gelukt leven, Omgaan met de wereld
Zonder betovering verliest het leven zijn glans

Als je aan het heelal vraagt wat de zin van het leven is, is een doodse stilte het antwoord. Volgens de Franse schrijver en filosoof Albert Camus (1913-1960) moeten we accepteren dat we de zin van het leven nooit zullen kennen. Als je erkent dat het leven geen zin heeft, maar toch probeert om de wereld beter te maken, dan ben je volgens Camus een Absurde Held.

Ik kan wel meegaan in Camus’ gedachte dat het belangrijk is om te erkennen dat we de zin van het leven nooit zullen leren kennen. Het kan namelijk gevaarlijk zijn om te beweren dat je de zin van het leven kent. Veel religieuze stromingen hebben dat gedaan. ‘Als je nu aan de regels houdt kom je in de hemel’. En uit naam van die religies zijn gruwelijke oorlogen gevoerd.

Toch denk ik dat ik depressief zou worden als ik niet af en toe kleine zinnetjes zou maken waar ik stiekem een klein beetje in geloof. Het goede nieuws is: wij mensen zijn heel goed in staat om het leven een beetje zin te geven en toch niet in die val van een religie te trappen. We kunnen namelijk ons leven betoveren.

Verhalen van films en boeken nemen ons mee in andere sferen die we vervolgens op onze eigen wereld plakken. Maar misschien zit het ook wel in de filters van Instagram die de gebeurtenissen uit ons leven letterlijk kleuren, waardoor we ons leven zelf ook kleuren en glans geven.

Oscar Wilde schreef dat het leven de kunst imiteert. En dat gebeurt ook vaak. De impressionistische schilders met hun oog voor hoe het licht viel, hebben ons anders naar de werkelijkheid laten kijken. Opeens zagen we het licht van hun schilderijen ook in het echt. Dat is wat een kunstwerk doet, ons een andere blik op de wereld geven. Dingen die eerst normaal waren, worden opeens bijzonder.

Misschien heeft Camus gelijk en moeten we ons best doen om een absurde held te worden, maar ik denk dat die absurde held zwaar depressief wordt als hij of zij elke betovering van de wereld schuwt. Kunst is juist in staat om de wereld te betoveren zonder dat we het verhaalachtige ervan vergeten.

Als we naar een film gaan weten we allemaal dat het nep is – dat het acteurs zijn, dat het verhaal door iemand geschreven is, dat die muziek in het echt niet klinkt als je elkaar kust – en toch gaan we erin mee. Als we vervolgens uit de bioscoop stappen, kleurt die film nog een tijdje ons leven. Dat is de noodzakelijke betovering die we nodig hebben om het leven aan te kunnen en dus een held te zijn.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer Buro Fludo?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!