Category

Omgaan met de wereld

Het lijstjesdier

By Omgaan met de wereld
Over de zin van het leven en de Socratesbeker

‘Als we het universum vragen wat de zin van het leven is, is het antwoord een doodse stilte,’ beweerde de Franse filosoof Albert Camus. En misschien heeft Camus wel gelijk. Ik heb in ieder geval nog nooit antwoord gekregen op die vraag. Er zijn geen richtlijnen voor wat we moeten doen of waarom het één meer waard is dan het ander. Alles is er gewoon.

En dat vind ik best verontrustend. Gelukkig dringt het niet altijd tot me door. Meestal ben ik te druk bezig met leven om erover na te denken. Maar soms komt dit besef in zijn volle omvang tot me. In de Ikea bijvoorbeeld. Je ziet al die mensen met hun Ikeaboodschappenlijstjes en Ikeapotlood in de aanslag traag door de uitgestippelde kronkelroute gaan. 

De walging overvalt me vooral als ik besef dat ik zelf precies hetzelfde doe. Op dat soort momenten lukt het me niet om vervelende vragen weg te drukken als: Waarom maken we ons toch zo druk? Wat stelt ons leven voor als je het afzet tegen de tijd dat de aarde bestaat, dat zelf ook weer een lullig planeetje is dat in een of andere uithoek van een immens universum hangt?

Toch is er juist in de Ikea een antwoord te vinden op de vraag hoe wij zin kunnen geven aan ons leven. De ikea speelt met haar gratis papiertjes en potlootjes namelijk in op een eeuwenoude zingevingstactiek: het opstellen van een lijstje. Neem de 10 geboden. Of de 95 stellingen van Maarten Luther, De Quote 500, de top vijf van zeldzaamste vogels ter wereld, de tien mooiste plekjes van Nederland, of de 2000 beste liedjes aller tijden. Met een lijstje breng je hiërarchie aan. Je zegt: Dit is heilig, dit is bijzonder, dit doet er toe (en dit niet).

Door het bestaan van lijstjes weet je vaak direct wat je moet doen. Je moet nog een keer in je leven naar de mooiste stad van de wereld, of je moet opblijven omdat je je favoriete nummer dat op nummer 254 van de top 2000 staat wilt horen (terwijl je het natuurlijk nu direct op Spotify zou kunnen luisteren, maar dat is veel minder leuk).

Zijn die lijstjes zelf niet net zo goed zinloos en allemaal even belangrijk en dus onbelangrijk? Natuurlijk zijn ze dat. Het zijn ook maar toevallige lijstjes. Dat zie je bijvoorbeeld wanneer toeristen in het Vondelpark heel voorzichtig naar een reiger kruipen om die van dichtbij te kunnen fotograferen. Ik moet er om lachen, want hoe bijzonder is een reiger nu eigenlijk? Maar goed, blijkbaar is een reiger wel zeldzaam in veel andere landen. Toeristen die een reiger fotograferen, hebben gewoon een ander lijstje van zeldzame vogels in hun hoofd dan wij.

Dat is zo leuk van de mens. Die weet dat dergelijke lijstjes gewoon door mensen bedacht zijn, of dat er op gestemd is en dat die lijstjes weer kunnen veranderen, maar toch gelooft zij erin. Want de mens is nu eenmaal een lijstjesdier.

Lijstjesdieren worden heel blij van het maken van lijstjes, maar ze worden nog blijer van het staan op lijstjes. Daarom ben ik zo blij: ik – nou ja, misschien niet ik, maar dan toch wel mijn  boek – sta op dit moment op een lijstje, namelijk op de longlist van de Socratesbeker, de prijs voor het prikkelendste filosofieboek van het voorafgaande jaar.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Irrational man

By Omgaan met de wereld
Mag je heel soms iemand doodslaan?

Als je door één iemand te doden andere mensen kunt redden, moet je dat dan doen? Over dit bekende filosofische probleem gaat de film Irrational man van Woody Allen. De film is gebaseerd op het boek Misdaad en Straf van Dostojevski, waarin hetzelfde dilemma speelt.

In de film van Woody Allen draait het om Abe Lucas, hoogleraar filosofie, ooit een bevlogen denker, maar nu vooral depressief en teleurgesteld in het effect van al zijn gedenk. Hij noemt filosofie denigrerend ‘intellectuele masturbatie’ (wat is daar eigenlijk mis mee?).

Dan vangt hij in een café een gesprek op dat gaat over een rechter die aan vriendjespolitiek doet en ervoor zorgt dat een moeder haar kinderen niet kan zien. Dat zet Abe Lucas aan het denken: moet hij deze man niet gewoon uit de weg ruimen? Daar wordt de wereld beter van. Hij besluit te stoppen met denken en over te gaan tot actie.

Vanaf dat moment is zijn depressie over. Hij heeft een doel in zijn leven: de perfecte moord plegen. Maar ook als de moord achter de rug is, blijft hij zich goed voelen. Hij heeft eindelijk het gevoel dat hij leeft.

In het boek van Dostojevski is het Raskolnikov die een soortgelijk gesprek hoort in een café. Ook hij pleegt de moord. Maar hij voelt zich niet zo goed erna. Hij wordt ernstig ziek en raakt zelfs buiten bewustzijn. Hoewel je als lezer meevoelt met het hoofdpersonage, keurt Dostojevski de moord toch echt af. Bij Allen is dat minder duidelijk.

Dat komt misschien door de vorm. De film is een komedie, best eigenaardig voor zo’n zwaar thema. Alle personages zijn tamelijk plat en je bent niet werkelijk geraakt door de moord. Je ziet hoe Abe Lucas een bekertje verwisselt waardoor hij de rechter vergiftigt. In Misdaad en straf is dat anders, daarin beschrijft Dostojevski vrij plastisch hoe Raskolnikov met een bijl het hoofd inslaat van een vrekkige pandjesbaas.

Rest de vraag, is het een enkele keer geoorloofd om boven de wet te gaan staan als je daarmee de wereld een betere plek maakt? ‘Nee’, zegt Dostojevski, maar wat zegt Allen? Misschien dit: ‘Ik weet het niet precies, wat denk jij?’ Of vindt hij het eigenlijk een idiote filosofische vraag die je maar beter belachelijk kunt maken?

Het is het makkelijkst om de vraag met een categorisch ‘nee’ te beantwoorden. Maar goed, Claus von Staufenberg, die een aanslag pleegde op Hitler, zien we nu toch wel als een held. Wat denk jij?

Voor VPRO-cinema sprak ik over deze film met filmjournalist Noa Johannes. Tussen kerst en oud en nieuw wordt de film en het gesprek uitgezonden. 

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

De pannenkoekenplantjes-revolutie

By Omgaan met de wereld
En de filosofie van Alain Badiou

Laatst zat ik in een theecafé. Je kon er alle soorten thee krijgen. Ook matcha latte, en chai tea, en dat alles met havermelk natuurlijk. Het etablissement was sfeervol ingericht. Met fijne natuurlijke kleuren, comfortabele zitplekken, met veel hout en zachte tinten. Het personeel sprak er Engels en op de tafeltjes stonden pannenkoekenplantjes.

Ik moest denken aan een café in Lissabon waar ik niet zo lang geleden nog had gezeten. De sfeer en inrichting was vergelijkbaar. Ook Engels, havermelk en pannenkoekenplantjes. Er wordt vaak gezegd dat het kapitalisme alle tegenbewegingen opslokt. En dat was ook het eerste wat ik dacht. Dit waren ooit misschien goedbedoelde initiatieven, maar ze vormden nu een internationale commerciële beweging.

Tegelijkertijd bedacht ik me dat die havermelk toch beter was dan gewone melk en dat ik daar nu al een tijd bijzonder prettig zat te werken tussen al die lieve zachte kleuren en grote en kleine mensen, met of zonder hoofddoek, omaatjes en vaders met baby’s. Eigenlijk zat ik daar gewoon in een ideale wereld.

Onwillekeurig moest ik denken aan Alain Badiou. Ooit interviewde ik deze Franse filosoof voor Filosofie Magazine. In zijn denken speelt het evenement een belangrijke rol. ‘Dat is een opening, een mogelijkheid die zich voordoet binnen een concrete historische situatie, maar niet kan worden herleid tot die situatie,‘ antwoordde hij op mijn vraag wat zo’n evenement precies was. Er gebeurt dus iets nieuws en dat komt voort uit het oude maar is er niet tot te herleiden.

Zou het zo kunnen zijn dat het kapitalisme nu eens niet alles opslokt, maar iets nieuws voortbrengt dat juist een tegenbeweging is? Hoe zouden we dat voor elkaar kunnen krijgen?

Volgens Badiou zijn we vaak te veel gericht op het begin van de evenementen. We kijken alleen naar de opstand of de revolutie, maar het gaat eigenlijk meer om wat daarna gebeurt. Wanneer mensen trouw blijven aan het nieuwe dat is ontstaan, moeten ze manieren bedenken om dat nieuwe te laten werken. De vraag is dus, hoe kunnen we trouw blijven aan de pannenkoekenplantjesrevolutie?

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Één met

By Omgaan met de wereld
Snacken naar een gedeeld taalspel

In het postuum verschenen boek Filosofische onderzoekingen (1953) doet de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein (1889-1951) zijn theorie van de taalspelen uit de doeken. Volgens Wittgenstein heeft de betekenis van woorden niet alleen te maken met het ding waarnaar het verwijst (het woord balkon verwijs naar een balkon in de werkelijkheid), maar vooral met de context waarin het gebruikt wordt. Wittgenstein noemt zo’n context een taalspel.

Een woord kan binnen het ene taalspel een andere betekenis hebben dan binnen het andere. In het boek Meesters in de filosofie geven mijn broer Maarten en ik het voorbeeld van de woorden ‘één’ en ‘met’. Die hebben in de context van ons boek (en ook van deze blog) een weinig specifieke betekenis, maar in het taalspel van de snackbar juist wel, daar verwijst ‘één’ naar een patatje en ‘met’ naar mayonaise. Of stel, je gaat naar het theater, je bent al wat laat en je zegt tegen de man achter de balie: ‘een keer balkon’. Dan krijg je een kaartje voor het balkon. Maar als je diezelfde woorden uitspreekt in de bouwmarkt, krijg je een heel balkon mee naar huis.

Ik had onlangs op het Brainwashfestival een interessant gesprek met twee kenners van het werk van Wittgenstein, schrijver en filosoof Jannah Loontjens en theatermaker en filosoof Bo Tarenskeen. We kwamen tot de conclusie dat je met deze taalspeltheorie van Wittgenstein een instrument in handen hebt waarmee je de huidige tijd beter kunt begrijpen.

Kijk bijvoorbeeld eens naar een Amerikaans onderzoek van de Carnegie Mellon University. De onderzoekers verzamelden meer dan 86,6 miljoen commentaren van meer dan 6,5 miljoen mensen bij 200 000 YouTube-filmpjes. Ze analyseerden de commentaren gebruikmakend van een vorm van Kunstmatige Intelligentie die normaal ingezet wordt om van de ene taal in de andere te kunnen vertalen. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat links en rechts, hoewel beide in het Engels communiceren, toch een andere taal spreken.

Mensen die zich aan weerszijden van het politieke spectrum bevinden blijken andere woorden te gebruiken om dezelfde dingen mee aan te duiden. Wat bij links een ‘masker’ heet, wordt in rechtse kringen een ‘muilkorf’ genoemd. En zo zijn er veel meer voorbeelden te noemen.

Zouden we in deze tijd steeds meer in verschillende taalspelen zitten en elkaar daardoor steeds slechter begrijpen? Als dat zo is, dan is de vraag: Hoe komen we weer in hetzelfde taalspel, of zorgen we er in ieder geval voor dat er meer overlap is? Hoe krijgen we onze taalspelen dichter bij elkaar? Heb jij een idee? Laat het me weten, ik hoor het graag.

Foto: Valerie Granberg

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Wijsheid geen waarheid

By Omgaan met de wereld
Bouw een huis op het ijs

Er was eens een mannetje, dat was niet wijs.

Dat bouwde zijn huisje op ‘t ijs

‘t begon te dooien, maar niet te vriezen

Toen moest dat mannetje zijn huisje verliezen

Als ik dit versje vroeger hoorde, zag ik telkens levendig voor me hoe dat huisje in het water zakte. Ik had als kind met het mannetje te doen, maar vond hem wel tamelijk dom. Hoe kun je nu zo stom zijn? Maar bij nader inzien moet ik constateren dat hij misschien toch best wijs was.

Al zou je dat op het eerste gezicht misschien niet zeggen. Een huis moet natuurlijk langer meegaan dan een winter, dus kun je beter een fundament kiezen dat nooit smelt, iets blijvends waarop je kunt bouwen zodat je bouwwerk altijd overeind blijft staan. 

Filosofen zoeken ook zo’n blijvend fundament voor hun filosofische bouwwerk. En meestal noemen ze dat De Waarheid. De Waarheid is dat wat altijd hetzelfde blijft. De Waarheid smelt nooit, hoe hoog de temperatuur ook wordt.

Maar hoe vind je ‘dat wat altijd hetzelfde blijft’ zelfs als het stikheet wordt? Nou, tot nu toe is dat eigenlijk nog nooit gevonden. Er bestaat geen enkel materiaal dat niet bij een bepaalde temperatuur smelt en bij een nog grotere hitte, net als water, verdampt. Dat gaat zelfs op voor graniet. Alleen wordt het hier op aarde voorlopig niet zo extreem heet, dus hoeven we ons daar geen zorgen over te maken en kunnen we er met een gerust hart een huis op bouwen.

In een gebied waar het voor zover wij weten altijd heeft gevroren, kun je dus ook rustig een huis op ijs bouwen, daar zal het niet smelten. Nou ja, nu blijkt dat door de opwarming van de aarde zelfs daar het ijs kan smelten. 

Eigenlijk heeft bijna iedere basis wel zo zijn eigen problemen. Amsterdam, die grote stad, die is gebouwd op palen. En die palen staan op stevig zand. Dat klinkt degelijk, maar ja, die zeespiegel. In het licht van de huidige klimaatverandering is het zeer waarschijnlijk dat het een keer mis gaat en deze huizen, net als het huisje van het mannetje, in het water zakken.

Dan kun je beter in Lissabon wonen. Deze stad ligt ruim boven zeeniveau op een harde, stenen ondergrond. Een duurzame, stabiele basis, zou je zeggen. Maar in 1755 vond er een rampzalige aardbeving plaats die grote delen van de stad verwoestte. Daarna is Lissabon weer opgebouwd. En de stad staat nu al weer een paar eeuwen fier overeind. Maar voor hoe lang nog? De vraag is namelijk niet of er weer een aardbeving zal komen, maar eerder wanneer. Is het daarom niet ‘zo wijs’ dat de stad na 1755 weer opgebouwd is? 

Als elke waarheid onherroepelijk smelt, waarom blijven we ons dan toch zo aan zekerheden vastklampen? Dat zie je al bij kleine en ogenschijnlijk onbelangrijke kwesties. Denk aan de aanpassing van de schrijfwijze van woorden die zo af en toe wordt doorgevoerd om ervoor te zorgen dat de spreektaal en de schrijftaal niet te ver uit elkaar lopen. Bij elke verandering komt telkens veel weerstand op. Mensen hebben op school geleerd dat ‘pannekoek’ de juiste schrijfwijze is, dat is voor hen ‘dat wat altijd hetzelfde blijft’, en dan besluit de Nederlandse Taalunie dat het voortaan ‘pannenkoek’ moet zijn, met een n voor de k, omdat het makkelijker is alle samengestelde woorden met een n te schrijven. Dan kun je zeggen, waar maak je je druk om? Het gaat om nagenoeg niets, slechts een n. Maar die n is voor menigeen veel meer dan niets. Die afwezige n is onderdeel van hun identiteit. Als die n er opeens bijkomt, staat hun hele wereld op z’n kop. Want alles hangt met alles samen.

Dingen veranderen in het leven. Dat is niet fijn (soms ook wel trouwens). Daarom proberen we krampachtig een waarheid te vinden die wel vastigheid biedt als de dingen om ons heen bewegen. En als je die eenmaal gevonden denkt te hebben, wil je die het liefst zo houden. Je moet ergens op leunen. Je moet wel erg wijs zijn, een uitzonderlijk intellectueel evenwichtsgevoel hebben, om die verandering te accepteren en bereid te zijn waarheden bij te stellen als dat nodig is. 

Die blijvende waarheden lijken gewoon niet te bestaan. Als er al iets waar is, dan is het eerder dat juist niets blijvend is. En daarom moet dat mannetje dat zijn huis op het ijs bouwde toch wel erg wijs zijn. Hij weet als geen ander dat elke waarheid onherroepelijk smelt, en dat we het daar nu eenmaal mee moeten zien te rooien.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Meelopen met de klimaatmars

By Omgaan met de wereld
(Zelfs als je erheen vliegt)

Als je op Schiphol aan mensen vraagt waarom ze nog in het vliegtuig stappen terwijl bekend is dat vliegen een enorme CO2-uitstoot veroorzaakt, dan vertellen ze vaak iets als: ‘Wat maakt het nu uit of ik wel of niet in het vliegtuig stap? Zie je die drukte? Als ik niet vlieg, blijven al die mensen rustig doorvliegen. Ik ga dus gewoon vliegen.’

Het basisprincipe achter deze redenering is wat wel the tragedy of the commons wordt genoemd. In 1833 schreef de Britse econoom William Forstner Llyoyd er voor het eerst over. Common verwijst naar een gemeenschappelijke weide waar herders hun schapen kunnen laten grazen. Maar waarom is er sprake van een tragedy?

De hoeveelheid gras is in principe schier oneindig, als je het maar goed onderhoudt en ervoor zorgt dat de schapen de common niet helemaal kaalvreten. Daarom is het in het algemeen en het individueel belang om er niet te veel schapen te laten grazen. Het probleem is alleen dat de herders niet weten hoeveel schapen de anderen laten grazen. Dus jij kunt in je eentje braaf niet al te veel schapen op de common zetten, als jouw collega’s de weide wel laten overbegrazen, zal het land toch nog kaal worden. Dat is de tragedy.

Economen concluderen hieruit dat het vanuit het individuele perspectief van de herder het verstandigst is om zoveel mogelijk van zijn eigen schapen op de common te laten grazen. Dan verdwijnt weliswaar uiteindelijk het gras door overbegrazing, maar tot die tijd heeft hij tenminste optimaal gebruik gemaakt van het beschikbare gras.

Wanneer hij als een van de weinigen slechts een paar schapen laat grazen, dan zal het gras net zo goed verdwijnen en hebben zijn schapen een minder groot deel van het gras kunnen meepikken. Dat wil hij niet, dus zet hij zoveel mogelijk schapen op die common.

Het is niet moeilijk om in te zien dat de aarde ook een common is. Het is een stuk land met een beperkte hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen. Volgens veel economen vertellen de mensen die in het vliegtuig stappen en beweren dat het uiteindelijk toch niets uitmaakt of ze dat nu wel of niet doen, dus helemaal geen smoesje, maar hebben ze gewoon gelijk.

Dat is namelijk het slimste om te doen. Als ze het niet doen, gaat de wereld ten onder. Als ze het wel doen, gaat de wereld ook ten onder, maar hebben ze tenminste nog een leuke vakantie gehad. Je kunt het met een eenvoudig sommetje weergeven: wel vliegen = -1 (wereld ten onder) + 1 (leuke vakantie) = 0. Niet vliegen: -1 (wereld ten onder) + 0 (geen vakantie) = -1. Het is per saldo dus beter om wel te gaan vliegen.

Alleen maken deze economen een fout. De mens is namelijk geen slechts op eigenbelang gericht individu, maar eerder een ijdel wezen dat het belangrijk vindt wat anderen van hem vinden. Die duidelijke lijn tussen individueel belang en groepsbelang is in werkelijkheid redelijk vaag. Wat je belangrijk vindt, heeft ook altijd te maken met wat je denkt dat anderen belangrijk vinden. Je wilt graag laten zien dat je een goed mens bent. En daardoor kan er zoiets ontstaan als vliegschaamte. En kan niet-vliegen zelfs een statussymbool worden (door bijvoorbeeld een duurdere treinreis te boeken).

Jouw gedrag heeft dus wel effect, al is de uitstoot van die ene vlucht misschien verwaarloosbaar, het gaat om een ander effect. Een kleine minderheid kan de meerderheid namelijk overhalen om hun gedrag te veranderen. Door open en bloot te laten zien dat jij niet vliegt, kun je mensen stimuleren het ook niet te doen.

Deelnemen aan de klimaatmars is natuurlijk ook een manier om mensen over te halen. Ik ben nu in Lissabon waar de klimaatmars niet gisteren was maar vandaag. En ik ben met de auto naar Lissabon gekomen, maar zelfs als ik met het vliegtuig was gegaan, zou ik meelopen, in volle overtuiging, zoals het een goede inconsequentialist betaamt.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Soms is het fijn om een beetje vies te zijn

By Gelukt leven, Omgaan met de wereld
Bacteriën zijn je vrienden

Als ik aan bacteriën dacht, kreeg ik altijd de kriebels. Ik ging spontaan heel goed mijn handen wassen. Totdat ik Remco Kort, professor microbiologie aan de VU, moest interviewen. Hij wist mij ongelooflijk enthousiast te maken voor die kleine beestjes. Hij vertelde dat micro-organismen juist onze vrienden zijn.

Om je toch eerst even af te schrikken: ze zijn overal, tussen je tenen, onder je oksels, in je darmen en in je uitwerpselen. Ieder mens huisvest meer dan honderdduizend miljard microben.

Dat we dat lang niet wisten komt natuurlijk doordat ze niet zichtbaar zijn. In de 17e eeuw was het Antonie van Leeuwenhoek die met zijn lenzen voor het eerst microben in het vizier kreeg. Hij wist alleen niet precies wat hij zag. Hij beschreef die levende ‘dierkens’ zonder te beseffen dat zij verband konden houden met ziektes of voedselbederf. Dat kwam pas twee eeuwen later met mensen als Pasteur, de voorvaders van de bacteriologie, die de methoden ontwikkelden om bacteriën te isoleren en te kweken op een petrischaaltje. Vanaf dat moment richtten de microbiologen hun studies op kweekbare bacteriën. Ze zagen die bacteriën als de bron van ziektes.

Door nieuwe technieken voor het bepalen van de DNA-volgorde kunnen we tegenwoordig ook microben die het niet goed doen in een kweekje op grote schaal identificeren. En nu blijkt dat de kweekbare bacteriën in onze darmen slechts een kleine fractie van het geheel vormen en dat veel bacteriële soorten die te boek staan als ziekteverwekker onderdeel zijn van de gewone microflora in ons lichaam die we altijd bij ons dragen. Sterker nog: de ziekteverwekkers zijn de uitzonderingen. Verreweg de meeste bacteriën beschermen ons juist tegen ziekten.

Toch hebben bacteriën in de medische wereld volgens Remco Kort, nog steeds een slechte naam. Daarom wordt alles in het werk gesteld om ziekenhuizen ‘bacterievrij’ te houden. Maar juist dan loop je het risico een gevaarlijke ‘ziekenhuisbacterie’ op te lopen die resistent is tegen antibiotica. Volgens Kort kunnen hoogstwaarschijnlijk andere bacteriën helpen de ziekenhuisbacterie minder gevaarlijk te maken. Dus we moeten niet zomaar alle bacteriën vernietigen, maar de juiste weten te gebruiken. Het zijn onze vrienden.

Doordat we alleen gericht zijn op het verdelgen van micro-organismen zijn we het bacteriële evenwicht in onze lichamen aan het verstoren. We weten allemaal dat overmatig gebruik van antibiotica leidt tot antibioticaresistente bacteriën die steeds moeilijker te bestrijden zijn. Bacteriën kennen in de natuur veel meer vijanden dan de schimmels die antibiotica produceren. Deze vijanden, zoals andere bacteriën en bacteriofagen, zouden we ook kunnen inzetten om infectieziektes terug te dringen. Bacteriofagen zijn virussen die overal voorkomen in de natuur waar bacteriën zijn en die in staat zijn gericht bacteriën te infecteren en uit te schakelen.

Door onze moderne leefstijl – gebruik van antibiotica, keizersnedes, antibacteriële zeep en anti-bacteriële middelen in voeding – worden we veel minder aan bacteriën blootgesteld dan vroeger. Onderzoek laat zien dat er vooral in Westerse landen sprake is van een toename van auto-immuunziektes, waaronder astma, allergie en chronische darmaandoeningen, die hier mogelijk mee in verband staan.

Ook via onze voeding krijgen we helaas niet zoveel bacteriën meer binnen als vroeger. Nu beschikken we over een koelkast. Daardoor hoeven we onze voedingsmiddelen, zoals zuivel en groente, niet langer te fermenteren om ze te kunnen bewaren. In gefermenteerde producten zitten veel goede bacteriën. Bekende gefermenteerde producten zijn yoghurt en zuurkool. Dit is slechts het topje van de ijsberg, meent Kort. Eigenlijk zou je volgens de microbioloog, zelf in de keuken aan de slag moeten om groenten, zuivel, en fruit te fermenteren. ‘Het is een stuk eenvoudiger dan je denkt en het levert lekker en gezond eten op’.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Voorpublicatie Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen

By Omgaan met de wereld
Pleidooi voor inconsequentie

Het was een paar jaar terug op een middag in september dat ik achter mijn bureau zat dat na een paar maanden achterstallig onderhoud redelijk was dichtgeslibd. En ik besloot om het bureau die middag dan eindelijk eens onder handen te nemen. Ik had een indeling bedacht voor al mijn bureauspullen, maar toen bleef ik nog wat restdingetjes die in geen enkele categorie leken te passen, documenten die niet in één van de hokjes thuishoorden, en bureau-artikelen die juist op meerdere plekken pasten.

Ik kwam er net niet helemaal uit. Daarom besloot ik maar koffie te gaan drinken. Even wat anders doen en aan iets anders denken, brengt soms een oplossing. Tenminste, zo ging het vaak als ik een artikel dat ik aan het schrijven was niet rond kreeg. Dus ik ging naar beneden, naar het pop-upcafé dat zich op de onderste etage had gevestigd van het gebouw waarin mijn kantoor zich bevindt. Ik raakte er al snel aan de praat met een goede vriend die daar ook kantoor hield en net als ik even behoefte had aan wat afleiding.

Het begon als een onbenullig gesprek over het weer, het was die dag stikheet, maar het werd al snel een steeds levendigere conversatie over hoe de wereld in elkaar steekt en hoe we ons daartoe moeten verhouden. We gingen er helemaal in op en eigenlijk zochten we oplossingen voor zo’n beetje alles. We hadden dat gesprek waarschijnlijk nog lang voortgezet als mijn gesprekspartner geen afspraak had gehad en weg moest.

Ik ging weer naar boven, naar mijn werkplek en mijn nog niet helemaal opgeruimde bureau. Ik had gehoopt dat even koffiedrinken en aan iets anders denken, mijn bureau-opruimproblemen zouden oplossen, maar dat was niet zo. De restjes lagen er nog en ik wist nog steeds niet waar ik ze moest opbergen. Wat moest ik doen? Ze gewoon in de prullenbak gooien? Dat vond ik zonde.

Ze wegmoffelen in categorieën waarin ze eigenlijk net niet pasten? Maar dan was er een grote kans dat ik ze niet meer kon vinden. Natuurlijk had ik ook helemaal opnieuw kunnen beginnen en voor een andere ordening kunnen kiezen die wel een echte plek voor deze dingen bood. Maar ik wist dat ik dan weer andere restjes over zou houden.

En zo kwam ik tot de conclusie dat het me nooit zou lukken een ordening te bedenken die alles een gelijke plek geeft, want dan zou ik bij chaos uitkomen. Ik pakte de restjes bij elkaar en moffelde ze weg achter in de onderste la. Mijn bureau was leeg. Ik kon weer aan het werk.

Misschien kwam het ook door de koffie, maar ik voelde me plotseling bijzonder gelukkig. Ik had het gevoel dat er een last van mijn schouders was gevallen. Wat voor mijn bureau gold, ging ook op voor het onderwerp van het gesprek met mijn vriend: voor alles dus. Het zou nooit lukken om alles te ordenen.

Al die frustraties die ik voorheen had gevoeld als het me niet lukte om als een man uit één stuk voor de dag te komen, kon ik laten varen. Dat zou me toch nooit lukken en daarom was het niet erg. Net als de meeste mensen had ik al die tijd geprobeerd een consequent verhaal over mijn leven te vertellen. Mijn stijl, mijn opvattingen over politiek, kunst, opvoeden, eten en de juiste garderobe probeerde ik op één lijn te brengen. En nu bleek dat niet te kunnen.

Dus hoefde ik me er niet vervelend over te voelen als het niet helemaal lukte. Bovendien hoefde ik me ook niet al te veel aan te trekken van mensen die net deden alsof ze precies wisten hoe alles zat, alsof ze wel zo’n consequent verhaal over alles konden vertellen. Lang had ik tegen hen opgekeken, maar nu bedacht ik me dat hun stelligheid waarschijnlijk voortkwam uit hun eigen onzekerheid.

En dat is ook wat ik de lezer wil meegeven. Op links en rechts (niet per se als het om politiek gaat) is een kleine groep schreeuwers. Ze weten precies hoe alles zit en proberen je mee te trekken in hun heldere wereldbeeld. De meeste andere mensen weten het allemaal niet zo precies. Maar dat is geen probleem. Sterker nog, het is juist goed. Want dat kan ook niet. Met dit boek wil ik die grote groep, waartoe ik zelf dus ook behoor, argumenten geven om zich niet weg te laten zetten in een van die duidelijke kampen en hun ambigue tussenpositie te behouden.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Boter, kaas noch eieren (behalve heel af en toe)

By Omgaan met de wereld
Over het inconsequentialisme van Milouska Meulens

Boter, kaas noch eieren is een documentaire over presentatrice Milouska Meulens en haar veganisme. Ze vertelt erin dat ze besloot veganist te worden toen ze haar eerste kindje kreeg. Ze zag dat mooie, pure wezentje en vond het opeens heel slecht voelen om daar iets dierlijks als worst in te gaan stoppen.

Ze ziet haar veganisme dus niet alleen als een manier van leven die beter is voor de wereld (minder dierenleed, beter voor het klimaat), maar ook voor zichzelf en haar kinderen (gezonder).

De documentairemakers nemen haar mee naar een medisch centrum dat bloedonderzoek doet naar tekorten aan vitaminen en andere essentiële stoffen. Dat is een heel emotioneel moment voor Meulens. Het idee dat ze tekorten zou hebben opgebouwd door haar manier van leven, kan ze eigenlijk niet goed verdragen. Dan zou ze het al die tijd verkeerd hebben gedaan, zegt ze.

Ik verbaasde me over haar frustratie. Waarom vond ze dat zo erg? Ze heeft dan toch niet alles verkeerd gedaan? Waarom test ze niet gewoon of er tekorten zijn en als dat zo is slikt ze de ontbrekende stoffen bij? De enige reden die ik kan bedenken is haar overtuiging dat veganisme iets puurs en zuivers is, dat helemaal goed is. Het is een soort geloof, een oplossing voor alles.  

Nu wankelt dat geloof. Het is lastig te verdragen dat er geen perfecte oplossingen zijn, dat elke oplossing halfbakken is en om een voortdurend schipperen vraagt. Er is geen consequente manier van leven die helemaal goed is. Dit is precies het thema van mijn nieuwe boek Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen. Pleidooi voor inconsequentie.

Het besef dat het nooit helemaal lukt, kan namelijk ook fijn zijn. Dan hoef je minder kritisch naar jezelf te zijn in je pogingen vat te krijgen op het leven. Die pogingen lukken niet helemaal, maar dat zou ook niet kunnen. Het blijkt dat wat goed is voor het ene (vee) soms niet zo goed voor het andere (jouw gezondheid). En daar moet je een beetje tussen schuiven.

Het enige wat je kunt doen is steeds weer proberen om een optimum te vinden, het best haalbare. Dat lijkt mij in dit geval: doorgaan met veganisme, maar wel vitaminen B12 bij slikken. Want daar bleek ze inderdaad een tekort aan te hebben, zoals trouwens 80 procent van de veganisten die niet bij slikt.

Gelukkig is dat ook wat ze besluit te doen. Aan het einde van de documentaire belt ze met haar vriend over de uitslag van het onderzoek. ‘B12 bij slikken en af en toe een eitje’, zegt ze. Ze is nu toch blij met de wending die het genomen heeft. Ze beseft dat ze zich ook steeds slechter begon te voelen door haar tekorten en nu kan ze een ‘happy veggie’ worden. Ze legt zich dus neer bij het feit dat de perfecte manier van leven voor alles en iedereen gewoon niet bestaat. Ze is een beetje meer een inconsequentialist geworden.

14 september verschijnt Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen. Pleidooi voor inconsequentieAls je het boek nu reserveert en mij je betaalbewijs mailt (info@burofludo.nl), krijg je de cursus Hoe word ik een inconsequentialist voor 10 euro in plaats van 39 euro! Deze cursus komt gelijk met het boek op 14 september uit.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Inconsequentialisme

By Omgaan met de wereld
Filosoof Sophie Bósèdé Olúwolé over het denken van Òrúnmìlà

In Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen. Pleidooi voor inconsequentie introduceer ik het inconsequentialisme. Dat is een filosofie die er vanuit gaat dat het nooit lukt om een consequent verhaal over het leven te vertellen dat volledig is.

Eigenlijk zijn er al heel wat denkers geweest die deze gedachte op hun eigen manier hebben verwoord. Ik denk aan westerse filosofen als Albert Camus, Friedrich Nietzsche, maar ook aan de Afrikaanse filosoof Òrúnmìlà.

Ik ken hem vooral door het boek Socrates en Òrúnmìlà, van de in 2018 overleden Nigeriaanse filosoof Sophie Bósèdé Olúwolé. Ze geeft daarin een overzicht van het denken van Òrúnmìlà, die zij ziet als de Socrates van de Afrikaanse filosofie.

Er zijn inderdaad veel overeenkomsten tussen de twee mannen. Ze leefden ongeveer in dezelfde tijd. Ze hebben zelf niets opgeschreven, maar hun leer mondeling aan hun volgelingen doorgegeven. Ze zouden zelfs op elkaar lijken, ze worden beiden omschreven als klein en lelijk.

Ook in hun opvattingen zijn er overeenkomsten. Ze leggen beiden de nadruk op het niet-weten. Ze komen niet met een dichtgetimmerd systeem, maar proberen aan te zetten tot kritisch nadenken over de bestaande opvattingen.

Toch zou Socrates aan het begin komen te staan van een denktraditie, vooral door zijn leerling Plato, die uitgaat van essenties en eeuwige waarheden, terwijl Òrúnmìlà juist een traditie in gang heeft gezet die zoekt naar manieren om te leven zonder eeuwige waarheid. Vandaar dat hij zo goed in het inconsequentialisme past. Neem de volgende citaten:

‘Wijsheid is als een weg die verschillende richtingen opgaat. Daarom kan niemand de beschermer zijn van de absolute waarheid. Kinderen zijn net zo wijs als volwassenen.’ Of: ‘De Wijsheid van dit jaar zou best wel eens de dwaasheid van het komende jaar kunnen zijn. ‘ En dit is wel de allerinconsequentialistischte: ‘Als je de rede tot het uiterste oprekt, is dwaasheid onvermijdelijk.’ Òrúnmìlà ziet het niet alleen als een probleem van de mens, hij zegt: ‘Niet alleen mensen bezitten geen absolute kennis, God is hier ook niet wijs genoeg voor.’

Als je met de rede niet een consequent systeem kunt ontwikkelen dat zekerheid geeft over hoe de wereld in elkaar steekt, hoe kun je dan nog handelen? Waarop moet je je handelingen baseren? Dat is de vraag waar het inconsequentialisme mee worstelt. Een van de oplossingen is te vinden in het zogenaamde pragmatisme (zie ook mijn blog Waarom de dingen die ik zie ruik en hoor er (waarschijnlijk) echt zijn). Bij het pragmatisme gaat het er niet om of iets waar is, maar of het werkt.

Dat is ook precies de oplossing van Òrúnmìlà. Sophie Olúwolé verwoordt het zo: ‘Ondanks dat we streven naar meer kennis zal onze kennis over de dingen om ons heen altijd onvolledig en imperfect blijven. Ervaringskennis kan dan ook nooit de maat der dingen zijn. Toch kunnen we er voorzichtig op bouwen, omdat ervaringskennis een hoge mate van waarschijnlijkheid kent.’ We hebben alleen die ervaringskennis en daar zullen we het dus mee moeten doen, maar wel voorzichtig.

Vaak is Òrúnmìlà als een goddelijke figuur voorgesteld en is zijn leer als een religie gezien. Sophie Olúwolé laat zien dat hij juist als een filosoof gezien moet worden, wiens inzichten en uitspraken niet klakkeloos aangenomen moeten worden. Ze kunnen helpen om ons denken te ontwikkelen.

Meer weten over Òrúnmìlà lees: Sophie Bósèdé Olúwolé (2020) Socrates en Òrúnmìlà. Wat we van de Afrikaanse filosofie kunnen leren. Ten Have: Utrecht.

Op 14 september komt mijn boek Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen. Pleidooi voor inconsequentie uit. Om het boek te bestellen klik hier.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Op het verleden

Aznavour, le regard de Charles, de blik van Charles Aznavour is een prachtige film die is samengesteld uit het materiaal dat de beroemde Franse zanger zelf heeft geschoten tijdens zijn leven. Vanaf het begin van zijn carrière heeft hij altijd gefilmd en zo zijn eigen leven vastgelegd.