Zoals water uit een kraan

Hoe weet je zeker dat de wereld niet nep is? Zijn de dingen die je om je heen ziet er echt? Tja, je zou zeggen van wel. Je hebt namelijk indrukken, je ziet een tafel, of je ruikt soep. En waar moet dat beeld van die tafel of de lucht van die soep anders vandaan komen dan van de tafel en de soep zelf?

Eigenlijk zeg je dan: Mijn indrukken van de tafel en de soep zijn waar, omdat ik indrukken heb van de tafel en de soep. Maar dat is geen bewijs voor het bestaan ervan. Om te weten of de indruk die jij van de tafel of de soep hebt echt van de tafel of de soep komt, zou je even buiten jezelf moeten gaan staan om te kijken of die tafel en die soep er echt zijn. Maar dat kan natuurlijk niet. René Descartes had dat goed begrepen.

René Descartes

Deze Franse filosoof uit de 17e eeuw was op zoek naar zekere kennis die onbetwijfelbaar is. Daarom besloot hij aan alles te twijfelen waaraan je maar kunt twijfelen om te kijken of er misschien iets zekers overblijft waaraan je niet kunt twijfelen en waar je de rest van je kennis op kunt bouwen.

Waar kun je echt zeker van zijn? Tja, alles om mij heen zou wel eens alleen in mijn hoofd kunnen bestaan. Je kunt niet uitsluiten dat er een soort kwade geest is die alles wat ik ervaar in mij projecteert, waardoor het lijkt alsof ik met mensen praat, de was doe en in de trein stap, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. 

Descartes was dus op zoek naar zekerheid en met zijn denkexperiment vond hij die. Want ook al twijfel je aan alles, er is altijd een ik, die twijfelt. En die kwade geest houdt mij voor de gek. Dus die ik, die dit allemaal zit te denken, moet er wel zijn. En zo kwam Descartes op zijn beroemde uitspraak: Ik denk dus ik ben.

Maar wat heb je aan deze zekerheid? Het enige waarvan je zeker bent, dat ben jijzelf, de rest van de wereld, inclusief de mensen van wie je houdt, zou nep kunnen zijn. Dat is een akelige gedachte. En wat het nog erger maakt is dat het na Descartes niemand is gelukt om een sluitend bewijs te vinden voor het bestaan van de rest van de wereld.

Aan de andere kant, we leven sinds de 17e eeuw nog steeds gewoon door. Daarom meent de Amerikaanse logicus en wiskundige Charles Sanders Peirce (1839-1914) dat we niet op zoek moeten gaan naar zekere kennis, maar beter kunnen spreken van overtuigingen. En we moeten dan kijken of die overtuigingen werken. Het effect van wat je doet laat zien of je gelijk hebt, oftewel, of jouw beeld over hoe de wereld in elkaar steekt klopt.

Charles Sanders Peirce

Dat klinkt misschien wat raadselachtig. Laat ik een voorbeeld geven. Als ik dorst heb, dan draai ik de kraan open, en hou er een glas onder. Ik laat het glas vollopen met water, draai de kraan dicht en drink het glas leeg. Dat werkt fantastisch.

Dat lijkt erg simpel, maar als je er even over nadenkt zie je dat er ongelooflijk veel overtuigingen achter zitten: 

  • Als ik de kraan opendraai komt er water uit
  • Door water te drinken kan ik mijn dorst lessen
  • Het water blijft in een glas zitten
  • Met mijn hand kan ik het glas pakken en naar mijn mond brengen
  • Water is zwaarder dan lucht
  • Het water dat uit mijn kraan komt is schoon en niet giftig
  • En ga zo maar door

Doordat ik deze overtuigingen heb (en nog veel meer), kan ik succesvol handelen en ben ik nog steeds niet omgekomen van de dorst.

Wat nu als de kwaliteit van het Amsterdamse kraanwater plotseling ongelooflijk achteruit gaat en ik ziek word na het drinken ervan? Zal ik dan mijn overtuiging loslaten dat het water uit mijn kraan van goede kwaliteit is?

Als het water niet ongelooflijk stinkt of een vieze kleur heeft, zal ik waarschijnlijk nog even blijven voortleven in de overtuiging dat het prima spul is. Pas als ik andere oorzaken van mijn ziekte heb uitgesloten, zal ik na een tijdje misschien die optie overwegen. Wanneer ik merk dat ik weer beter word als ik stop met kraanwater drinken, stel ik mijn oude overtuiging (Amsterdams kraanwater is topspul) bij en ontwikkel ik een nieuwe overtuiging (Amsterdams kraanwater is slecht, niet drinken die troep!).

Die nieuwe overtuiging werkt op dat moment beter, want daar kan ik mijn handelen op aanpassen. Ik kan een waterfilter kopen, ik kan voortaan mijn drinkwater bij de supermarkt kopen, en ik kan een klacht indienen bij Waternet. Mijn nieuwe overtuiging is dus een fijne overtuiging waar ik wat aan heb.

De twijfel die ik heb als ik ziek word van het Amsterdamse kraanwater en daardoor ga twijfelen aan de kwaliteit ervan, zou Charles Peirce doorleefde twijfel noemen. Dat is twijfel waar je echt wat aan hebt. Die maakt dat je je overtuiging moet bijstellen.

Daartegenover stelt Peirce de neptwijfel. Neptwijfel is waar filosofen als Descartes zich mee bezighouden als ze zich afvragen of de wereld echt bestaat. Die twijfel is volgens Peirce nep, omdat de twijfelende filosoof op het moment dat hij dorst krijgt, gewoon de kraan opendraait om een glas te vullen en dat leeg te drinken. Die filosoof denkt niet: ‘Ik voel wel dorst maar dat betekent nog niet dat ik echt een lichaam heb en dat er echt water bestaat. Daarvoor wil ik eerst een doorslaggevend bewijs.’ Door water te drinken toont deze filosoof zijn ware overtuiging, namelijk dat er buiten zijn geest echt wel een wereld is.

De overtuiging dat al die dingen die ik zie, ruik, voel en hoor er echt zijn werkt goed en daarom kan ik daar maar beter vanuit gaan. Hoewel ik er geen bewijs voor heb, bewijst mijn gedrag –ik drink water, ik ga op een stoel zitten, ik geef mijn vrouw een zoen – dat ik ervan overtuigd ben dat de wereld echt bestaat.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief


Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!