Category

Gelukt leven

Soms is het fijn om een beetje vies te zijn

By Gelukt leven, Omgaan met de wereld
Bacteriën zijn je vrienden

Als ik aan bacteriën dacht, kreeg ik altijd de kriebels. Ik ging spontaan heel goed mijn handen wassen. Totdat ik Remco Kort, professor microbiologie aan de VU, moest interviewen. Hij wist mij ongelooflijk enthousiast te maken voor die kleine beestjes. Hij vertelde dat micro-organismen juist onze vrienden zijn.

Om je toch eerst even af te schrikken: ze zijn overal, tussen je tenen, onder je oksels, in je darmen en in je uitwerpselen. Ieder mens huisvest meer dan honderdduizend miljard microben.

Dat we dat lang niet wisten komt natuurlijk doordat ze niet zichtbaar zijn. In de 17e eeuw was het Antonie van Leeuwenhoek die met zijn lenzen voor het eerst microben in het vizier kreeg. Hij wist alleen niet precies wat hij zag. Hij beschreef die levende ‘dierkens’ zonder te beseffen dat zij verband konden houden met ziektes of voedselbederf. Dat kwam pas twee eeuwen later met mensen als Pasteur, de voorvaders van de bacteriologie, die de methoden ontwikkelden om bacteriën te isoleren en te kweken op een petrischaaltje. Vanaf dat moment richtten de microbiologen hun studies op kweekbare bacteriën. Ze zagen die bacteriën als de bron van ziektes.

Door nieuwe technieken voor het bepalen van de DNA-volgorde kunnen we tegenwoordig ook microben die het niet goed doen in een kweekje op grote schaal identificeren. En nu blijkt dat de kweekbare bacteriën in onze darmen slechts een kleine fractie van het geheel vormen en dat veel bacteriële soorten die te boek staan als ziekteverwekker onderdeel zijn van de gewone microflora in ons lichaam die we altijd bij ons dragen. Sterker nog: de ziekteverwekkers zijn de uitzonderingen. Verreweg de meeste bacteriën beschermen ons juist tegen ziekten.

Toch hebben bacteriën in de medische wereld volgens Remco Kort, nog steeds een slechte naam. Daarom wordt alles in het werk gesteld om ziekenhuizen ‘bacterievrij’ te houden. Maar juist dan loop je het risico een gevaarlijke ‘ziekenhuisbacterie’ op te lopen die resistent is tegen antibiotica. Volgens Kort kunnen hoogstwaarschijnlijk andere bacteriën helpen de ziekenhuisbacterie minder gevaarlijk te maken. Dus we moeten niet zomaar alle bacteriën vernietigen, maar de juiste weten te gebruiken. Het zijn onze vrienden.

Doordat we alleen gericht zijn op het verdelgen van micro-organismen zijn we het bacteriële evenwicht in onze lichamen aan het verstoren. We weten allemaal dat overmatig gebruik van antibiotica leidt tot antibioticaresistente bacteriën die steeds moeilijker te bestrijden zijn. Bacteriën kennen in de natuur veel meer vijanden dan de schimmels die antibiotica produceren. Deze vijanden, zoals andere bacteriën en bacteriofagen, zouden we ook kunnen inzetten om infectieziektes terug te dringen. Bacteriofagen zijn virussen die overal voorkomen in de natuur waar bacteriën zijn en die in staat zijn gericht bacteriën te infecteren en uit te schakelen.

Door onze moderne leefstijl – gebruik van antibiotica, keizersnedes, antibacteriële zeep en anti-bacteriële middelen in voeding – worden we veel minder aan bacteriën blootgesteld dan vroeger. Onderzoek laat zien dat er vooral in Westerse landen sprake is van een toename van auto-immuunziektes, waaronder astma, allergie en chronische darmaandoeningen, die hier mogelijk mee in verband staan.

Ook via onze voeding krijgen we helaas niet zoveel bacteriën meer binnen als vroeger. Nu beschikken we over een koelkast. Daardoor hoeven we onze voedingsmiddelen, zoals zuivel en groente, niet langer te fermenteren om ze te kunnen bewaren. In gefermenteerde producten zitten veel goede bacteriën. Bekende gefermenteerde producten zijn yoghurt en zuurkool. Dit is slechts het topje van de ijsberg, meent Kort. Eigenlijk zou je volgens de microbioloog, zelf in de keuken aan de slag moeten om groenten, zuivel, en fruit te fermenteren. ‘Het is een stuk eenvoudiger dan je denkt en het levert lekker en gezond eten op’.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Waarom we er maar beter naar kunnen streven onsterfelijk te worden

By Gelukt leven
Terwijl we het (waarschijnlijk) nooit worden

Hoe zou het zijn om onsterfelijk te zijn? Als je Alle mensen zijn sterfelijk van de Franse filosoof Simone de Beauvoir leest, kom je al gauw tot de conclusie dat het verschrikkelijk moet zijn. Deze roman gaat over de ontmoeting tussen de actrice Régine, die zich het liefst met haar kunsten onsterfelijk zou willen maken, en Fosca die juist niets liever zou willen dan sterven, maar dat lukt hem niet, omdat hij onsterfelijk is.

Ze komen elkaar tegen in een hotel in de provincie, waar Régine logeert, omdat ze op tournee is met haar theatergezelschap. Fosca valt haar direct op, want hij zit, weer of geen weer, op een stoel in de tuin van het hotel. Hoewel hij zijn ogen open heeft, lijkt hij niets of niemand te zien, ook Régine niet als ze naast hem komt zitten.

Pas als zij hem meerdere keren aanspreekt, antwoordt hij haar, maar zonder naar haar te kijken. Régine, die knap is en eraan gewend dat mensen haar zien staan, zegt hem: ‘U moet naar me kijken.’ ‘Ga in hemelsnaam weg. Ga weg, anders begint alles opnieuw,’ is Fosca’s onvriendelijke antwoord. ‘Wat is dit nu! U bent jong en sterk en u kiest ervoor te leven alsof u al dood bent!’ roept Régine verbaasd uit.

Dat is precies wat Fosca doet. Hij leeft al sinds de dertiende eeuw en heeft er schoon genoeg van. Maar helaas begint door toedoen van Régine inderdaad alles weer opnieuw. Fosca ziet hoe mooi ze is en wordt verliefd op haar. Via haar begint hij de rest van de wereld ook te zien.

Als Régine ontdekt dat Fosca onsterfelijk is, wil ze hem voortaan zo veel mogelijk om haar heen, zodat hij alles wat zij doet voor eeuwig in zich opneemt. Hij wordt haar belangrijkste publiek. Voor hem wil ze schitteren om zo eeuwig te blijven leven in zijn gedachten.

Misschien is niet iedereen zo ambitieus als Régine, maar wij stervelingen hebben wel een lastige verhouding met de dood. We proberen hem te ontkennen, we proberen zo min mogelijk aan de dood te denken, een manier te verzinnen om hem te slim af te zijn of hem ten minste zo lang mogelijk op afstand te houden.

Door gezond te eten, te sporten, door plastische chirurgie, zodat in ieder geval de schijn van de afwezigheid van de dood wordt gewekt, door naar de dokter te gaan als we ziek zijn of door veiligheidsmaatregelen te nemen waardoor de kans kleiner is dat we omkomen bij een ongeluk. Toch weet iedereen dat de dood uiteindelijk onherroepelijk komt. Nou ja, iedereen. Er zijn mensen die denken dat onsterfelijkheid mogelijk is. 

Kijk eens naar de Turritopsis nutricula. Dit is een kwal die in staat is zijn cellen te veranderen en weer terug te keren naar zijn eerdere poliepfase. Deze kwal is daardoor biologisch onsterfelijk, wat niet wegneemt dat hij uiteindelijk zal sterven, als voer voor andere beesten, in de schroeven van een schip of door een dodelijke ziekte.

Turritopsis nutricula

Als wij mensen wat aan onze genen zouden sleutelen, kunnen wij in de nabije toekomst ook biologisch onsterfelijk worden, is de gedachte. Er zijn ook mensen die geen genoegen nemen met biologische onsterfelijkheid. Zij onderzoeken de mogelijkheid om ons brein te uploaden in een robot zodat we niet meer afhankelijk zijn van ons vergankelijke lichaam.

Misschien is een robot zelfs overbodig en kunnen we zonder lichaam in de virtuele wereld eeuwig blijven leven.

Sommige mensen die geloven in de mogelijkheid van deze aardse onsterfelijkheid, hebben zich na hun dood laten invriezen. Ze gaan ervan uit dat er een moment komt in de toekomst dat de wetenschap in staat is hun lichamen weer tot leven te wekken. Kosten 200.000 dollar voor je hele lichaam en 80.000 voor alleen je hoofd. Als het eeuwige leven ooit tot de mogelijkheden behoort, dan is het waarschijnlijk alleen weggelegd voor de rijken. Maar voorlopig lijkt het ook voor hen niet mogelijk.

Als je Alle mensen zijn sterfelijk uit hebt, kun je niet anders dan heel blij zijn met je eigen sterfelijkheid. Niemand zou het lot van Fosca willen delen. Nu heeft Fosca wel een bijzondere vorm van onsterfelijkheid. Wat er ook gebeurt, hij overleeft het. Hij kan niet aan het leven ontsnappen. Fosca zou er alles voor geven om te sterven. Maar wat is dat ‘alles’? Voor een sterveling is dat zijn leven. Maar dat kan hij nu juist niet geven.

Is het dus niet raadzaam om ons gewoon neer te leggen bij het feit dat we imperfecte, vergankelijke wezens zijn in een imperfecte en vergankelijke wereld? Ik denk eigenlijk van niet. We moeten juist blijven streven naar onsterfelijkheid. Want die combinatie van een sterfelijk wezen dat streeft naar onsterfelijkheid, dat is wat wij zijn. Daar halen we veel plezier uit.

Stel nu eens dat we allemaal in een virtuele wereld leven als onsterfelijke wezens, dat we elk mogelijk lichaam kunnen aannemen, over alle mogelijke gaven kunnen beschikken, hoe kunnen we ons dan meten met anderen, wat is dan nog de lol van zoiets als een atletiekwedstrijd? Streven naar perfectie is leuk – steeds harder rennen, steeds langer leven, steeds beter de natuur begrijpen –, maar alleen voor imperfecte wezens.

.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Maak van je scheet een donderslag

By Gelukt leven
Over de vingers van Django

We hebben allemaal wel eens pech in ons leven, de één meer dan de ander. In hoeverre de pech je in de weg zit, is afhankelijk van de ernst van de pech en van hoe je ermee omgaat. Ik heb de pech dat ik vrij weinig talent heb. Er is niet één specifiek ding waar ik heel goed in ben. Ik kan heel veel dingen een beetje. En dat is soms frustrerend, want ik zou juist wel graag een groot talent willen hebben. Ik moet voor alles wat ik produceer, uitzonderlijk hard ploeteren.

Hoe kun je jezelf als pechvogel toch nog op de been houden? Nou, als ik aan de gitarist Django Reinhardt (1910-1953) denk, help dat enorm. Hij had grote pech en wist daar toch nog iets van te maken.

Django leefde met zijn gezin in een woonwagen net iets buiten Parijs aan het begin van de vorige eeuw. Hij verdiende aanvankelijk zijn geld met het bespelen van de banjo. Op een nacht kwam hij terug van een optreden. Zijn vrouw had van crêpepapier bloemen gemaakt om die de volgende dag te kunnen verkopen op het kerkhof, want dan zou het Allerzielen zijn. Django stak een kaars aan en de papieren bloemen vlogen in de fik. Hij raakte zwaar gewond.

De artsen wilden zijn linkerarm amputeren. Maar Django weigerde dat te laten doen. Uiteindelijk wist hij zijn arm te behouden. Alleen zijn pink en zijn ringvinger van zijn linkerhand waren verlamd. Einde van zijn bestaan als musicus, zou je zeggen. Nee dus, dat was eigenlijk pas het begin.

Django bedacht een truc en werd een van de beste gitaristen ter wereld. Hij richtte zich vanaf nu op de gitaar. Dat instrument was tot dan toe vooral gebruikt om akkoorden te spelen, waarbij je meerdere snaren tegelijk moet indrukken. Dat gaat lastig als je maar zo weinig vingers tot je beschikking hebt. Daarom ging Django lijnen spelen waarbij je maar één noot tegelijk hoeft aan te slaan.

Bovendien ontwikkelde hij een soort doorvaltechniek die maakte dat hij met zijn twee goede vingers toch nog razendsnel kon spelen. Zo werd hij de grondlegger van de jazzgitaar. Zijn muziek wordt nog steeds gespeeld. Er zijn zelfs Django-adepten die met tape hun ringvinger en pink afplakken om net zo te kunnen spelen als de grootmeester.

 

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

De onmogelijkheid van een opgeruimde boekenkast

By Gelukt leven, Omgaan met de wereld
Oftewel, waarom ik een inconsequentialist ben

Ik wil graag een persoon uit een stuk zijn. Iemand die weet waar hij voor staat. Een mens met een helder wereldbeeld, waardoor ik weet hoe ik moet handelen. Maar in werkelijkheid twijfel ik juist vaak, verander ik voortdurend van mening en ben ik het meestal met de laatste spreker eens. Heb jij dat ook?

De afgelopen jaren ben ik beetje bij beetje, door het bestuderen van filosofen, natuurkundigen, wiskundigen, biologen en denkers uit nog andere disciplines, tot de conclusie gekomen dat het nooit zal lukken om een consistent, consequent wereldbeeld te vormen. Dat klinkt misschien niet als goed nieuws, maar dat is het juist wel. Het was in ieder geval voor mij een enorme opluchting. Want het betekent dus dat je je er niet meer druk om hoeft te maken als het niet lukt, want het lukt toch niet.

Maar waarom krijg je dat verhaal over de wereld niet rond? Je moet bedenken dat het nastreven van een helder wereldbeeld een poging is tot een ordening van de complexe werkelijkheid. Een ordening die zegt: dit is belangrijk en dit niet. Dit hoort hier, en dat hoort daar. En zo’n ordening krijg je nu eenmaal nooit helemaal rond.

Dat lukt al niet bij zoiets simpels als de ordening van je boekenkast. Hoe deel je je boekenkast in? Je kunt je boeken op genres zetten en dan binnen die genres op alfabetische volgorde. Ik noem maar wat. Maar wat doe je dan met Jean-Paul Sartre? Hij heeft filosofische werken, maar ook literaire werken geschreven en sommige van die werken zijn het allebei. Waar zet je die? Op twee verschillende plekken? Liever heb ik alles van Sartre bij elkaar.

Goed, je kunt er voor kiezen om het helemaal op alfabetische volgorde te doen en die genres overboord te gooien. Dan staat Sartre bij Sartre. Dat lijkt het meest strikt. Maar wat doe je dan met een boek over Sartre? Zet je dat bij de S van Sartre of bij de schrijver van het boek over Sartre? 

Als je strikt bent, zou je hem bij de schrijver moeten zetten. Maar dat is dan wel lastig zoeken, want je kent vaak de namen van de biografen van Sartre niet allemaal. Bovendien krijg je dan allerlei boeken over Sartre verdeeld over je hele boekenkast. 

Je kunt ook besluiten om de boeken over Sartre bij de boeken van Sartre te zetten. Maar hoe doe je het dan weer met boeken van bekende filosofen over bekende filosofen? Zo heb ik een boek over Baruch de Spinoza van de beroemde Franse filosoof Gilles Deleuze. Zet ik dat boek bij Spinoza of bij Deleuze?

Het komt erop neer, dat je altijd een beetje moet rommelen om de ordening rond te krijgen. Je moet goochelen met begrippen, hokjes, genres. De perfecte ordening bestaat niet. Dat geldt niet alleen voor je boekenkast, maar ook voor je bureau, de maatschappij, de verschillende soorten wezens hier op aarde, voor biertjes, stofzuigers, filosofen, en al helemaal voor de wereld als geheel.

Dus als het je maar niet lukt om een persoon uit een stuk te zijn, die weet waar hij of zij voor staat en hoe de wereld in elkaar steekt, dan geeft dat helemaal niets. Hoewel veel mensen net doen alsof, is er eigenlijk niemand die precies weet hoe het zit.

Over die onmogelijkheid om een consequent verhaal over het leven te vertellen, ben ik op dit moment een boek aan het schrijven met de titel Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen. Pleidooi voor inconsequentie. Daarin probeer ik ook uit te leggen waarom een inconsequentialist een beter mens is en meer geniet van het leven. Het boek komt in september uit bij uitgeverij Ten Have.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

We kunnen onszelf maar beter voorliegen

By Gelukt leven
Over de mier die ik ben

Volgens de Amerikaanse psycholoog en econoom Dan Ariely (1967) houden we onszelf voortdurend voor de gek. Hij schrijft in zijn boek: The (Honest) Truth About Dishonesty dat dat gebeurt als we twee conflicterende verlangens ervaren: 

1 We willen onszelf een goed en eerlijk persoon voelen 

2 Als het even kan willen we profiteren van bedriegen en liegen

Het lijkt onmogelijk om die twee met elkaar in overeenstemming te brengen, maar toch kunnen we dat, volgens Ariely. Namelijk door onszelf voor de gek te houden. De leugens die we onszelf vertellen noemt hij rationalisaties. Als we het liegen niet te gortig maken, kunnen we onze leugentjes naar onszelf blijven rechtvaardigen en onszelf blijven zien als eerlijke en fantastische mensen. 

Om aan te geven wat we nog wel kunnen rechtpraten voor onszelf en wat niet, vertelt Ariely een mop: 

Een jongetje komt thuis van school. Hij heeft een briefje bij zich van de meester waarop staat dat hij een pen heeft gestolen van het klasgenootje dat naast hem zit. Zijn vader is erg boos. ‘Je weet dat je nooit mag stelen!’, roept hij tegen zijn zoon. ‘Bovendien als je een pen nodig hebt, kun je die altijd aan mij vragen. Ik kan er wel honderd voor je meenemen van kantoor.’ 

Is het fout dat we onszelf zo voor de gek houden? Volgens Dan Ariely wel. In de maatschappij focussen we ons volgens hem teveel op de grote misdadigers, terwijl de economische schade van al die kleine overtredingen die we voor onszelf goed weten te praten veel groter is.

 

Toch denk ik dat je niet te streng moet zijn voor jezelf. Als ik voor mezelf mag spreken: als ik mezelf om de tuin leid, dan doe ik dat inderdaad bijna altijd om van mezelf een net iets beter persoon te maken dan ik in werkelijkheid ben. Dat klinkt misschien ijdel en dat is het ook, maar het lijkt mij eerlijk gezegd essentieel. 

Je kunt wel zeggen dat ieder mens een unieke identiteit heeft: iedereen is anders, maar als je ietsje uitzoomt, zie je heel veel mensen die precies hetzelfde doen en als je nog ietsje verder uitzoomt, zie je een mierenhoop.

Als ik mezelf echt eerlijk in de spiegel zou bekijken, dan zou ik een mier zien die in het licht van de tijd dat de aarde bestaat, een miniem momentje op de aardkloot rondscharrelt en dan voor de eeuwigheid verdwijnt in het grote niets. Als ik dat beeld goed tot me door zou laten dringen, zou mij alle lust om verder te ploeteren vergaan. 

Als ik mezelf alleen verstandelijk zou bekijken, zou ik moeten constateren dat ik niet heel bijzonder ben. Niet bijzonderer dan anderen in ieder geval. Toch geloof ik, en daar ben ik dus helemaal niet bijzonder in, dat ik net wat bijzonderder ben dan de rest. En door allerlei kleine opkloppertjes en wegmoffeltrucs weet ik mezelf daar steeds weer van te overtuigen. Dat houdt mij op de been. Zo zitten wij liegbeesten nu eenmaal in elkaar.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Hoe krijgen we de orgasmekloof dicht?

By Gelukt leven, Omgaan met mensen
Oftewel: Hoe krijgen we een betere balans tussen piemel en clitoris?

‘Bij seks ligt de nadruk nog altijd op de penetratie en dus op het genot van de man. Voor mannen is het seksuele orgaan de penis, voor vrouwen is het de clitoris en niet de vagina, zoals nog steeds veel mensen denken. De vagina is een baringskanaal.’ Dat vertelde seksuoloog Ellen Laan mij toen ik haar eens interviewde

Volgens Laan bestaat vaginaal klaarkomen niet, tenzij je vaginaal klaarkomen definieert als klaarkomen in een vagina door een man. Maar een vrouwelijk orgasme is dus altijd clitoraal.

Doordat seks nog steeds te veel om de penetratie draait, beleven vrouwen minder genot aan seks dan mannen. Laan noemt dat de orgasmekloof. Maar zo’n dertig procent van de vrouwen heeft altijd of vrijwel altijd een orgasme bij penetratie, terwijl dat bij mannen 95 procent is. Wanneer er ook andere vormen van stimulatie zijn tijdens een vrijpartij, beleven ongeveer 65 procent van de vrouwen een orgasme. 

Natuurlijk is het wel of niet hebben van een orgasme niet de enige graadmeter voor genot, maar toch geeft deze orgasmekloof wel een goede indicatie van het probleem. ‘Dan is er ook nog eens een grote kans dat penetratie pijn doet’, aldus Laan. Tien procent van de vrouwen heeft pijn. Laan: ‘We accepteren dat bijna als een natuurwet. ‘De eerste keer hoort het pijn te doen’, hoor je vaak. Maar dat is echt onzin. Als het pijn doet, ben je onvoldoende opgewonden.’

Seks draait dus te veel om de penis en te weinig om de clitoris. Een betere balans tussen die twee leidt tot meer genot, ook voor vrouwen. Daarom genieten lesbische vrouwen veel meer van seks dan heteroseksuele vrouwen.

Het is best lastig om het vooroordeel over seks te veranderen. Let maar eens op als je een film kijkt waar seks in voorkomt tussen man en vrouw. Meestal wordt de suggestie gewekt dat ze tegelijk klaarkomen door penetratie. In werkelijkheid komt dat dus bijna nooit voor. 

Waar het volgens Laan om gaat bij seks is: ‘Open staan voor de ander en je eigen gevoelens serieus nemen. Seks wordt nu vooral gezien als een handeling, namelijk vaginale penetratie, maar we moeten het leren zien als een ervaring, de ervaring van alles wat lekker is.’ Bij de Stichting Seksueel Welzijn Nederland, waarvan Ellen Laan voorzitter is, hanteren ze de volgende definitie van seks: met genegenheid gedeeld genot onder gelijken. GGGG.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Nieuw! Je kunt nu ook een proefles doen. Ga naar de cursuspagina om je aan te melden!

Een beetje jaloezie houdt de liefde levend

By Gelukt leven, Omgaan met mensen
Je merkt pas wat iemand betekent als hij of zij er niet meer is

Deze les leerde ik toen ik À la recherche du temps perdu van Marcel Proust (1871-1922) las. Een van de delen uit dit 3000 pagina’s tellende meesterwerk van Proust is Een liefde van Swan.

In dit deel ontmoet Swan, de hoofdpersoon, dagelijks de jonge vrouw Odette in de salon van meneer en mevrouw Verdurin. Aan het einde van de avond begeleidt hij haar naar huis. Van seks is het nog nooit gekomen, want Swan voelt zich lichamelijk niet zo tot Odette aangetrokken.

Op een avond komt hij wat later bij de salon omdat hij niet zo’n zin heeft in die altijd weer op dezelfde manier verlopende afspraak met Odette. Als hij bij de Verdurins arriveert is Odette al weg. Hij schrikt zich rot. Nu hij niet vrijelijk over haar kan beschikken, schiet hij in de paniek. Hij merkt wat ze voor hem betekent, nu ze er niet is.

Hij moet en zal haar die avond nog zien hoewel hij zich tegelijkertijd ten volle bewust is van het feit dat hij een uur geleden nog op zag tegen hun samenzijn. Bij het verlaten van het huis van de Verdurins overhandigt de portier hem een briefje waarin Odette hem laat weten dat hij haar kan vinden in een zeker café. Hij gaat als de wiedeweerga naar de desbetreffende horecagelegenheid, maar daar is ze niet. Nu breekt de paniek pas echt uit. Hij stuurt zijn koetsier er op uit om in alle cafés van Parijs te zoeken. Als zijn koetsier terugkomt laat hij weten dat hij haar nergens heeft kunnen vinden. Swan gaat zelf nog eens zoeken en loopt haar dan eindelijk tegen het lijf. Hij gaat bij haar in de koets en daar heeft hij voor het eerst seks met haar.

Vanaf dat moment is hij ongelooflijk verliefd op haar en tegelijkertijd stinkend jaloers. De dingen die hij eerst onaantrekkelijk aan haar vond, vindt hij nu opeens juist bijzonder aantrekkelijk, omdat ze typisch zijn voor wie zij is. Alles draait voor hem om haar. Als hij haar een avond niet kan zien, gaat hij uit eten in een restaurant dat haar naam draagt, zo doet hij toch nog iets wat met haar te maken heeft. Zijn wereld heeft een nieuw centrum: Odette. Eigenlijk voelt hij zich alleen nog gerust als hij seks met haar heeft, dan is ze even helemaal van hem. De rest van de tijd is hij bang dat ze met iemand anders is of aan iemand anders denkt. Gek genoeg wil zijn jaloerse ik tegelijkertijd niets liever dan haar betrappen. Ondertussen wordt hij door zijn jaloerse gedrag steeds minder aantrekkelijk in de ogen van Odette. Zij wordt onverschillig ten opzichte van hem, zoals hij aan het begin van hun verhouding onverschillig was ten opzichte van haar, doordat ze onbeperkt over hem kan beschikken.

In Prousts Op zoek naar de verloren tijd komen nog wel meer liefdesrelaties voor. Steeds weer zie je hetzelfde patroon. De liefde volgt in de boeken van Proust altijd de volgende stappen:

•Een moment van weerstand wekt liefde op
•Onvolkomenheden worden aantrekkelijk
•De wereld van de verliefde staat op z’n kop en krijgt een nieuw centrum: de geliefde
•Jaloezie en liefde gaan hand in hand
•Seks is een moment van bezit en dus van rust
•De jaloezie die met de liefde samengaat werkt afstotend

Hoewel het er bij Proust wel extreem aan toe gaat, zul je er misschien wel elementen uit herkennen. Je zou Prousts liefdestheorie op kunnen vatten als een degradatie van de liefde, ik zie haar vooral als een opwaardering van de jaloezie.

Een beetje jaloezie is denk ik zo slecht nog niet. Dan blijf je je best doen voor elkaar. Als de jaloezie verdwijnt, ligt onverschilligheid op de loer.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO? Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wil je echt vrij zijn?

By Gelukt leven
Ga in een hokje zitten!

Wie wil er niet vrij zijn? Dat is zo’n vanzelfsprekende veronderstelling, dat je soms vergeet stil te staan bij het begrip vrijheid zelf.

Als we het op 4 en 5 mei over vrijheid hebben, dan betekent vrijheid het afwezig zijn van onderdrukking. Als er in de politiek over vrijheid wordt gesproken, dan gaat dat vaak over de vrije markt en dan betekent vrijheid de keuzevrijheid van de consument. Het is vanuit dat idee goed dat de mens vrij is om te kiezen wat hij wil. En bij vrijheid denk je waarschijnlijk ook aan creativiteit: aan buiten de gebaande wegen gaan en out of the box denken.

Jean-Paul Sartre en zijn geloof in radicale vrijheid

Vrijheid is in al deze betekenissen iets positiefs. Een van de denkers die veel over vrijheid heeft nagedacht is de Franse filosoof Jean-Paul Sartre (1905-1980). In zijn filosofie, het existentialisme, is de mens heel erg vrij. Je zou kunnen zeggen, radicaal vrij. Waarom is de mens zo radicaal vrij? Omdat hij afstand kan nemen van zichzelf en van zijn eigen positie, hij kan daarover nadenken en er een andere draai aangeven.

Sartre geeft daarbij het volgende voorbeeld. Een briefopener is ontworpen als briefopener en kan misschien wel voor iets anders gebruikt worden, als moordwapen bijvoorbeeld, maar hij kan niet besluiten om geen briefopener te zijn. Die briefopener heeft een essentie meegekregen. Een ontwerper heeft de briefopener bedacht en toen is hij zo gemaakt.

Bij de briefopener gaat zijn essentie dus aan zijn existentie vooraf. Hij is eerst bedacht (essentie) en toen gemaakt zodat hij werkelijk bestaat (existentie). Bij de mens is dat anders gegaan. Er is volgens Sartre geen God die de mens bedacht heeft en hem toen in de wereld heeft gezet. De mens kwam als een niets in de wereld en gaat zichzelf vervolgens vormgeven. Bij de mens gaat de existentie dus aan de essentie vooraf.

De mens is helemaal vrij om zichzelf zo vorm te geven als hij of zij wil.

Dat mag misschien heel fijn klinken, maar zo leuk is het eigenlijk niet. Door deze radicale vrijheid ben je zelf totaal verantwoordelijk voor je leven. Elke keuze is helemaal jouw keuze. Je hebt geen God of iets anders om op terug te vallen. En als jij dus mislukt bent in je leven, dan heb je dat aan jezelf te danken. Als je zegt, eigenlijk had ik graag dit of dat gedaan in mijn leven, maar ik kreeg de mogelijkheid niet, dan zou Sartre zeggen: dat is dan je eigen schuld.  

Vrij zijn om je hele leven zelf te bepalen, betekent een heel grote verantwoordelijkheid. Als het niet lukt is het je eigen schuld.

En soms heb ik het idee dat het gedachtegoed van Sartre ons vandaag de dag nog steeds bepaalt. Het kiezen van de juiste studie of baan, is een belangrijke keuze, waar we voor de volle honderd procent achter moeten staan. Of het vinden van de juiste partner. Ook zoiets. Al die beslissingen leggen een grote druk op onze schouders. En dat geeft stress. Keuzestress.

En dan is er nog de vrije markt die het allemaal niet makkelijker maakt door voortdurend nieuwe keuzes aan te bieden. Welke telefoon moet je kopen, of welke spijkerbroek? Door reclames word je verleid om keuzes te maken die niet altijd de beste voor je zijn. En als gevolg daarvan voel je je dan soms weer mislukt, omdat je je hebt laten verleiden tot iets wat je eigenlijk niet wilde, maar je was niet in staat om jezelf te bedwingen. Dat voelt niet vrij.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de vrijheid ons niet boven het hoofd groeit?

Ik moet wel eens aan Sartre denken vlak voordat ik ‘s avonds de deur uitga, bijvoorbeeld om naar de film te gaan. Dan breng ik namelijk Nous’che, onze teckel, naar haar bench. Voor de niet-hondenbezitters onder ons, een bench is een soort grote vogelkooi, met daarin een matrasje, speciaal gemaakt voor honden. Ik doe het deurtje open, en til het dekentje op (ze ligt graag onder een dekentje, het is een beetje een koukleum) en doe het deurtje weer dicht. Nous’che maakt wat gemoedelijke bromgeluidjes en gaat slapen. 

Met Nous’che

Je zou misschien zeggen, is dat niet zielig om je hond zo op te sluiten, het klinkt een beetje als een gevangenis. Een hokje met tralies. Vindt zo’n hond het niet vervelend om daarin gestopt te worden? Maar dat is niet zo. Ze vindt het juist heel fijn in haar bench. Ze kruipt er vaak zelf in. Het is haar eigen overzichtelijke gebiedje waarin ze zich veilig en ontspannen voelt.

Ga eens in een hokje zitten

Misschien helpt dit beeld van Nous’che je om te beseffen dat wat minder vrijheid bevrijdend kan zijn. Minder tv-kijken, minder op je telefoon rommelen, al die dingen kunnen helpen om je even af te sluiten van alle mogelijkheden die er zijn. En dat geeft rust.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer Buro Fludo?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Kleed je fatsoenlijk

By Gelukt leven
Draag tweedehands

In mijn vorige blog schreef ik dat je met je kleding altijd iets zegt over jezelf en de wereld en dat het daarom belangrijk is om je zorgvuldig te kleden. Maar goed, wat is zorgvuldig kleden? Volgens mij zijn er geen kant-en-klare regels voor. Iedereen kan dat op zijn manier doen en je kostuum verschilt per situatie.

Toch wil ik een tip geven: koop vooral tweedehands, want dan zie je er namelijk fatsoenlijk uit. Dat komt in de eerste plaats omdat het beter voor het milieu is. De kledingindustrie is een van de grootste milieuvervuilers. Het is daarom belangrijk om de kleding die er is zo lang mogelijk te gebruiken, zodat er geen nieuwe geproduceerd hoeft te worden. Daar komt bij dat wanneer kleding tweedehands is je je minder zorgen hoeft te maken over de manier waarop die geproduceerd is. Dus kleed je fatsoenlijk, draag tweedehands!

Maar je ziet er ook gewoon beter uit in de tweedehandskleding. Dat komt omdat bijna altijd de kwaliteit beter is. Wanneer je een nieuwe trui koopt is de kans groot dat hij na drie dagen begint te pluizen en maar één seizoen meegaat. Tweedehandskleding is al uitvoerig getest op mensen, en heeft dus de tand des tijds doorstaan.

Maar er is meer. Met tweedehandskleding vertel je een eigen verhaal. Tweedehandskleding is namelijk meestal niet voor deze tijd gemaakt. Je combineert zo in je garderobe kleding uit verschillende tijden en daarom is de kans kleiner dat de tijdgeest in je outfit zit, zoals dat bij de meeste nieuwe kleding wel het geval is. 

Bovendien vormt de manier waarop je de kleding bemachtigt vaak een verhaal op zich. Je moet ervoor naar rommel- en vlooienmarkten, tweedehandswinkels, Legerdesheilsshops of kringlooporganisaties. Je gaat dus actief zoeken en samenstellen. De setjes hangen niet voor je klaar bij h&m. Tussen de rommel vind je dat ene kledingstuk dat zo goed combineert met het afdankertje van je zwager. Het kan ook gebeuren dat je voor niets iets leuks vindt tussen de vuilnis op de stoep. Dus alleen al door de manier waarop je de kleding hebt gekocht, gekregen of gevonden, kun je een nieuw verhaal over jezelf vertellen.

Rondstruinen op mijn favoriete rommelmarkt

Daar komt nog bij dat er al een verhaal in de oude kleren zit: ze zijn immers door iemand anders gedragen. Dat verhaal ken je lang niet altijd, de rommelmarktkoopman vertelt het er meestal niet bij, maar er gaat iets van dat verhaal in het uiterlijk van de kleding zitten. Dat kunnen concrete dingen zijn als ingenaaide initialen, of reparaties, maar ik denk dat er ook op een minder duidelijk aanwijsbare manier nog iets rest van de vorige gebruiker.

De Friese schilder en voddenman Jopie Huisman maakte om die reden verschillende stillevens van oude kleren of gedragen schoenen. De vorm van die kleren en schoenen zegt veel over het leven van de mens die ze gedragen heeft.

Kleding geschilderd door Jopie Huisman

Als de kleren in je bezit zijn, ga je zelf een bijdrage leveren aan het vervolgverhaal van de kleding. Door de kleding te dragen natuurlijk, maar ook omdat tweedehandskleding niet altijd precies past, en je er daarom iets aan moet repareren. Als het niet zulke moeilijke verstelwerkjes zijn, doe ik dat vaak zelf, maar als het te ingewikkeld voor me wordt, ga ik naar mijn kleermaker. Overhemden tailleren, broeken wat smaller maken of aan de onderkant er een stukje aanzetten, met ongelooflijk veel vakmanschap weet hij het elke keer weer voor elkaar te krijgen. 

En zo wordt de kleding letterlijk uniek en nog meer eigen en is het verhaal ervan nog weer langer geworden.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO? Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Met je kleding zeg je altijd iets over jezelf en de wereld

By Gelukt leven

Ook als je er helemaal niets mee wilt zeggen

‘Het is werkelijk een zeer treurig gezicht, te moeten vaststellen, dat ook onze jeugd reeds onderworpen is aan een modewaanzin, die werkelijk alles doet, om de betekenis van het oude spreekwoord: “kleeren maken den mensch” tot iets noodlottigs om te vormen,’ schreef Adolf Hitler. Hoewel Hitler natuurlijk dol was op uniformen, zag hij de mens toch liever naakt. Bekend zijn de foto’s waarop afgetrainde jonge nazi’s naakt paraderen.

Maar Hitler was niet de enige. Ruim vier eeuwen voor hem zag Thomas More kleding als een uiterlijke schil die afleidt van waar het werkelijk om gaat.

In Utopia uit 1516 schreef de Engelse humanist over de ideale toekomst: ‘De snit der kleren is in heel Utopia van één model en blijft voor alle leeftijden steeds dezelfde; ze is niet onbevallig voor het oog en tevens praktisch voor de beweging van het lichaam, daarbij op koude en hitte berekend, alleen verschilt het kostuum van mannen en vrouwen, ongehuwden en getrouwden.’

Thomas More,
1527, door
Hans Holbein de jongere

Door de eenheid van de kleding wilde More een einde maken aan de ongelijkheid tussen mensen, al achtte hij sommige verschillen zo belangrijk dat ze wel zichtbaar moesten blijven. Hoewel de kleding in het ideale land Utopia ‘niet onbevallig voor het oog’ was, zag More haar toch als noodzakelijk kwaad. ‘Een waardige en eerbare moeder toont aan de huwelijkskandidaat naakt de vrouw die hij begeert, hetzij maagd of weduwe. En omgekeerd laat een rechtschapen vader de vrijer naakt aan het meisje zien.’ Dan pas zie je wat voor vlees je in de kuip hebt.

Ik persoonlijk kan me beter vinden in de woorden van William Shakespeare die schreef: ‘De ziel van deze man ligt in zijn kleren,’ Net als je boekenkast en je schilderijen, de inrichting van je huis en je platencollectie, zeggen kleren iets over wie je bent of wie je wilt zijn. En misschien gaat het nog wel verder en is het dragen van bepaalde kleren een daad waarmee je de wereld kunt veranderen

Onze kleding vormt een van de manieren waarop wij ons kunnen uitdrukken en waarmee wij ons levensverhaal kunnen vertellen. Kleding is het kostuum dat bij onze rol zou moeten passen, zoals de inrichting van ons huis het decor is. Het is niet voor niets dat iemand diep beledigd kan zijn als je zijn nieuwe schoenen niet mooi vindt, of zijn sokken te kort. Als het om een toevallig voorwerp ging was er niets aan de hand, maar het gaat om een deel van zijn of haar identiteit.

Met het omslaan van de palestijnensjaal vertel je over je standpunten betreffende het Midden-Oostenconflict. Het dragen van die sjaal is een uitnodiging aan iedereen die je tegenkomt om deel te nemen aan de strijd en jouw kant te kiezen.

Meestal is dat wat je zegt met je kleding niet zo expliciet, maar een enkele keer wordt het effect ervan overduidelijk. In 1983 werd Nederland geschokt door de tragische dood van de Antilliaanse jongen Kerwin Duinmeijer. Een skinhead had hem doodgestoken. Het was de eerste racistische moord van Nederland.

Ik zat in die tijd op de Vrije School in Amsterdam en daar zaten veel skinheads op. Van de ene op de nadere dag deden ze andere kleding aan. Ze wilden zich nadrukkelijk van deze racistische daad distantiëren.

Skinheads waren zich door de moord opeens pijnlijk bewust van het feit dat hun Dr. Martinsschoenen met stalen neuzen, hun strakke hoog opgerolde spijkerbroeken, hun bomberjacks en vooral hun kale hoofden iets leken te zeggen over hoe ze dachten. Ze merkten dat je een statement maakt met wat je draagt. Daarom wilden veel skinheads na de moord op Kerwin Duinmeijer geen skinhead meer zijn.

Skinheads

De keuze voor je kleding laat niet alleen zien wie je wilt zijn, maar ook in wat voor wereld je wilt leven. Zo zegt elk kledingstuk – het ene wat duidelijker dan het andere – iets over je standpunten en kan kleding een manier zijn om anderen over te halen je standpunten te delen en de wereld een bepaalde richting op de duwen.

Er is daarom denk ik geen wezenlijk verschil tussen de poster tegen de opwarming van de aarde die je voor je raam plakt of de bloemetjesgordijnen die je hebt opgehangen. Ze zeggen beide iets over wie je bent en over hoe de wereld eruit zou moeten zien. Uiterlijk vertoon is geen overbodige onzin, slechts interessant voor leeghoofden, maar maakt onlosmakelijk deel uit van wat er zich in die hoofden afspeelt. 

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!