Category

Omgaan met mensen

In tegenstelling tot de man, heeft de vrouw aan zichzelf genoeg

By Omgaan met mensen
Aldus Lou Salomé

Vandaag, 9 mei vieren Valerie en ik dat we 21 jaar getrouwd zijn. Nog altijd heb ik er een beetje spijt van dat we niet meteen zijn gaan trouwen toen we elkaar ontmoetten. Dan hadden we nu bijna ons dertigjarig jubileum kunnen vieren.

Eigenlijk had ik me, toen ik nog heel jong was, voorgenomen nooit te gaan trouwen. Ik had een romantisch beeld van het ongehuwde leven en hield van liedjes als ‘La non demande en mariage’ (Het niet ten huwelijk vragen) van Georges Brassens, waarin hij zingt: ‘j’ai l’honneur de ne pas te demander ta main’ (ik heb de eer je niet om je hand te vragen).

Ik had bewondering voor mensen die naar andere manieren zochten om hun verhouding vorm te geven. In de filosofie is de relatie tussen Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre waarschijnlijk het bekendste voorbeeld. Ze weigerden te trouwen, bleven hun hele leven partners, maar woonden nooit samen en hadden ook nog andere liefdesrelaties. Uit hun correspondentie blijkt dat het vaak niet makkelijk was. Maar goed, veel huwelijken schijnen ook niet altijd makkelijk te zijn.

Er is een andere, minder bekende denker die al jaren voor Sartre en de Beauvoir, in de 19e-eeuw, weigerde te trouwen omdat ze een zelfstandige vrouw wilde zijn die niet het bezit was van een man: Lou Salomé (1861-1937). Ze werd verschillende keren ten huwelijk gevraagd, maar wist de meeste verzoeken af te slaan.

Een van degenen die haar ten huwelijk vroeg was de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. Hij deed dat zelfs twee keer. De eerste keer was op de dag dat hij haar voor het eerst zag. Er was toen ook nog een iemand anders bij, de filosoof Paul Rée.

In feite vormden Salomé, Rée en Nietzsche gedurende een korte periode een soort ménage à trois. Op een beroemde foto van de drie gooit Salomé de zweep over Rée en Nietzsche lijkt voor de kar gebonden te zijn. De families van Rée en Nietzsche stelden de relatie niet op prijs. Daardoor ontstond een breuk met Nietzsche. Salomé ging met Paul Rée in Berlijn wonen. Ook hij vroeg haar ten huwelijk. Ze weigerde wederom.

Ze deed wat voor vrouwen nu aanvaard is, maar toen nog niet: op zichzelf wonen, studeren, reizen, en ze publiceerde meer dan twintig boeken, onder andere over (vrouwelijke) seksualiteit.

Ze is één keer gezwicht voor een aanzoek. Dat kwam van de vijftien jaar oudere oriëntalist Carl Friedrich Andreas. Ze weigerde aanvankelijk weer, maar toen hij met zelfmoord dreigde, stemde ze toe. Ze wist wel haar zelfstandige positie te behouden. Ze waren meer dan 40 jaar getrouwd, maar het was een huwelijk dat niet geconsumeerd werd. Salomé hield er andere relaties op na, zoals met de dichter Rainer Maria Rilke (hij was 21, zij 36 toen ze elkaar ontmoetten).

Op latere leeftijd kwam Salomé in aanraking met de psychoanalyse van Sigmund Freud. Deze leer gaf haar de mogelijkheid om een theorie over de zelfstandige positie van de vrouw te ontwikkelen. Ze was vooral geïnteresseerd in wat Freud het narcistische stadium noemde. Dat is het stadium waarin de mens nog de indruk heeft dat alles met hem of haar samenvalt, waarin er nog geen verschil is tussen het ik en een object daarbuiten.

Ze stelt dat het vrouwelijke principe gekenmerkt wordt door zelferkenning en zelfgenoegzaamheid (narcisme). Daarom is de vrouw in tegenstelling tot de man, niet van zichzelf afgesneden, en niet geneigd zich te onderwerpen. De vrouw is niet afhankelijk van een ander, laat staan van een man. Ze heeft aan zichzelf genoeg. De man is volgens haar een gebrekkig wezen.

.

Daar dacht Freud heel anders over. Hij meende juist dat vrouwen een gebrek ervaarden. Namelijk het gemis van een penis. Hij noemde dat penisnijd. Maar goed, als er penisnijd is, waarom zou er dan geen borstennijd bestaan? Misschien dat daarom zoveel mannen aan bodybuilding doen?

Wil je meer weten over de filosofie van Lou Salomé? Ze is één van de vrouwelijke filosofen die ik samen met filosoof Aline d’ Haese bespreek in: De zijkant van de filosofie. Een dialoog over vrouwelijk denken, dat onlangs verschenen is bij uitgeverij Boom. 

Zie ook het interview met Aline en mij in het meinummer van Filosofie Magazine.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Muziek maakt vrij

By Omgaan met mensen
Maar het is wel een hoop geploeter

‘Monsieur le Président. Je vous fais une lettre. Que vous lirez peut-être’. ‘Meneer de president, ik schrijf u een brief bij deze, die u wellicht zult lezen.’ Zo begint een van mijn favoriete liedjes: Le deserteur. In de brief vertelt de protagonist dat hij van plan is om te deserteren. Ik zing het lied vaak bij optredens en dan vertel ik erbij dat het van Boris Vian is en in 1954 verscheen, het jaar van de slag bij Dien Bien Phu. Die slag leidde ertoe dat Frankrijk zich uit zijn kolonie Indochina terug zou trekken.

Het was ook het jaar waarin de eerste opstanden tegen de Franse aanwezigheid in Algerije begonnen. Het lied werd in eerste instantie niet door Vian zelf vertolkt, maar door de chansonnier Marcel Mouloudji en zorgde al snel voor veel ophef. De plaat waarop het lied stond werd uit de handel genomen en tot het einde van de oorlog met Algerije in 1962 was het verboden om het chanson op de radio te draaien. Vian zette het lied in 1956 zelf ook op plaat en deze versie werd eveneens uit de schrappen gehaald. Hierdoor groeide Le Deserteur uit tot een van de bekendste anti-oorlogsliederen ooit.

Is deze pacifistische lading de reden dat ik al zo lang dit lied speel? Nee, eigenlijk niet. Toen ik het chanson voor het eerst hoorde – ik was een jaar of 16 – zei de betekenis van de woorden mij eigenlijk niet zoveel. Het ging mij meer om de ontroerende melodie, de sfeer, de stem van Vian, het arrangement van het liedje. Alles behalve de tekst dus. Bij de muziek hoorde voor mij een manier van Zijn. Als ik naar muziek luisterde die me aansprak, stelde ik me voor dat ik die muziek zelf maakte en me zo die zijnswijze eigen maakte.

Daarom begon ik met het uitzoeken van liedjes die ik mooi vond, liedjes van Georges Brassens, Serge Gainsbourg, Tom Waits en dus van Boris Vian. Eerst de akkoorden. Goed naar de bas luisteren die meestal de grondtonen speelt en daar op mijn gitaar de juiste akkoorden bij zoeken.

Dan de tekst. Ook weer goed luisteren. Terugspelen. Nog een keer luisteren. Wat ik niet verstond schreef ik fonetisch op. Van liedjes die ik in die tijd uitzocht weet ik nu soms nog niet precies wat ik zing. Ik heb ook hele teksten in talen die ik niet beheers fonetisch uit mijn hoofd geleerd. Een Spanjaard die eens tijdens een optreden een Spaans liedje van me hoorde, vertelde me dat het heel Spaans klonk, maar dat hij er geen woord van had verstaan.

Wanneer ik de woorden en de akkoorden eenmaal had, begon het instuderen. Door het liedje vaak te spelen en te zingen, maakte ik me de melodie eigen. Om de tekst uit je hoofd te kennen en soepel uit te spreken, was repetitie en heel goed luisteren naar het origineel nodig. Vooral bij Franse teksten kostte dat veel tijd. Tegen de tijd dat ik het liedje in de vingers had, had het zijn speciale betekenis, zijn manier van zijn die maakte dat ik het lied me eigen had willen maken, al lang verloren. Maar dan hoorde ik weer nieuwe liedjes die dezelfde aantrekkingskracht hadden en begon het hele proces opnieuw. En zo gaat het nog steeds. Ik ben weinig wijzer geworden.

Maar ik denk dat ik daarin niet alleen sta. Dat maak ik tenminste op uit de reacties op mijn eigen concertjes. ‘Ik wou dat ik dat kon,’ zeggen mensen, vooral mannen, me vaak. Ze stellen zich blijkbaar voor hoe het is om zelf muziek te maken. Ze vragen zich af hoe het is om muzikant te zijn, waarbij romantische ideeën over het vrijgevochten muzikantenbestaan waarschijnlijk een rol spelen. ‘Wat doe je nou overdag?’ is een andere vraag die ik regelmatig hoor. Als ik dan zeg dat ik thuis hard studeer, en ook nog ander werk doe, heb ik vaak de indruk dat het wat tegenvalt.

Ook willen ze veel weten over de liedjes en de componisten. Het verhaal over Boris Vian valt doorgaans erg goed. Al is het natuurlijk wel wat potsierlijk dat ik die woorden zing over oorlog en deserteren. Maar, door de context van het concert kom ik weg met grote gebaren die tegenwoordig in de meeste andere situaties redelijk belachelijk zouden klinken.

Zonder angst voor oorlog en zonder dat ik word opgeroepen ‘arme mensen te doden’ zing ik bloedserieus de ‘heldhaftige’ laatste woorden van het lied en niemand kijkt er gek van op: ‘Monsieur le Président. Si vous me poursuivez, prévenez vos gendarmes, que je n’ aurai pas d’ armes, et qu’ ils pourront tirer’, dat in de vertaling van Ernst van Altena als volgt klinkt: ‘Nee ik draag geen geweer. Geef opdracht aan uw knechten, mij niet vast te hechten. Knal mij gewoon maar neer.’

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Op de foto boven de blog sta ik met mijn zoons Midas (r) en Gilles, samen vormen we een familieband, de MAESTROs, waarmee we veel op buitenlandse festivals hebben gespeeld. We spelen popmuziek in een jazzjas en jazz in een popjas, met veel ska erin. De MAESTROs zijn inmiddels uitgebreid met Eric Diepraam, Wim en Thomas Lammen. (foto Valerie Granberg)

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Als een god in Klein-Frankrijk

By Omgaan met mensen
Opgevoed door Jean-Jacques Rousseau
Je kinderen zijn je kinderen niet

Woensdag is het precies 51 jaar geleden dat ik werd geboren als de jongste van vier jongens. Zolang ik me kan herinneren, hing er bij ons op het prikbord in de gang een spreuk van Kahlil Gibran uit zijn boek De Profeet met de titel ‘Je kinderen zijn je kinderen niet.’ waarin zinnen als: ‘Je mag hen je liefde geven, maar niet je gedachten, want zij hebben hun eigen gedachten.’ En: ‘Jullie zijn de bogen, waarmee je kinderen als levende pijlen worden weggeschoten.’ Die laatste zin vond ik als kind erg eng. Ik zag mezelf al door de lucht vliegen. Maar later begreep ik dat het juist heel lief bedoeld was.

Mijn ouders hadden deze spreuk niet alleen opgehangen, ze hielden zich ook echt aan de aanwijzingen die erin staan. Dat ze me niet hun gedachten wilden geven bleek bijvoorbeeld toen ik op mijn 16e verjaardag een brommer kocht. Ze hadden een hekel aan die lawaaierige dingen die ook nog eens erg gevaarlijk waren. Toch bood mijn moeder mij aan om de benzine te betalen, want dat was nu eenmaal mijn vervoersmiddel. En zo probeerden ze goed naar mij te luisteren en me te steunen bij de dingen die ik belangrijk vond. 

Als kind droomde ik ervan een eigen huisje te hebben in de tuin. Toen ze door hadden dat ik dat echt heel graag wilde, maakten ze samen met mij een heel mooi huisje. We zetten zetten er een vlag naast en noemden het Klein-Frank-rijk. Mijn kleine kinderrijk. Later toen ik ging skateboarden, hielp mijn vader me om een half-pipe te bouwen. Mijn vriendjes wilden altijd graag bij mij spelen, want dan konden ze in onze half-pipe skaten.

Jean-Jacques Rousseau

Later, tijdens mijn studie filosofie, ontdekte ik dat mijn ouders eigenlijk erfgenamen zijn van de opvoedleer van Jean-Jacques Rousseau (1712- 1778). Deze Zwitsers-Franse filosoof schreef een van de invloedrijkste boeken uit de opvoedkunde – Emile of over de opvoeding– dat zó vooruitstrevend was in zijn tijd, dat het verboden werd, zelfs in Nederland waar in de 18 eeuw bijna alles gepubliceerd mocht worden.

Het is eigenaardig dat juist Rousseau zo’n beroemd boek over opvoeding schreef, want hij heeft zijn eigen vijf kinderen te vondeling gelegd toen ze nog heel jong waren. Hij mocht zelf dan geen goede opvoeder zijn geweest, zijn boek is nog steeds heel erg invloedrijk.

Het hoofdpersonage uit Emile is een jongen, … Emile. Hij wordt opgevoed door ene … Jean-Jacques. Jean-Jacques wil Emile niet kneden tot een goed burger. Rousseau legt aan de hand van een wreed verhaal uit de Griekse oudheid uit wat het betekent om een goed burger te zijn.

‘Een Spartaanse vrouw had vijf zonen in het leger, er was een veldslag aan de gang. Een renbode arriveert, en bevend vraagt ze hem om nieuws over de slag: ‘Uw vijf zoons zijn gesneuveld’. – ‘Slavenhond, vroeg ik je daarnaar?’ – ‘De slag is gewonnen!’ De moeder snelt naar de tempel en brengt de goden dank. Dat is een echter burgeres!’

Je zult in de eerste plaats mens zijn

Wat wil Rousseau dan wel met zijn opvoeding? Hij schrijft:

‘In de natuurlijke orde zijn alle mensen gelijk en hebben zij allen een bestemming: de menselijke staat (…) Uit mijn handen gekomen zal hij magistraat, soldaat noch priester zijn, dat geeft ik toe; hij zal in de eerste plaats mens zijn.’

Hoe zorg je er nu voor dat iemand het vak mens zijn leert? Door hem of haar zo min mogelijk te vormen. Rousseau begint zijn boek met de beroemde zin dat ‘alles goed is zoals het uit de handen van de Schepper komt, en alles verdorven raakt in handen van de mens.’ Kinderen zijn dus nog helemaal goed en die worden, als je niet oppast, door de opvoeding slecht.

Je kunt beter niet van je kind verwachten dat het braaf is, of gehoorzaamt. Dan gaat het namelijk proberen jou te behagen, door te liegen om zich goed voor te doen. Wanneer het kind jou niet hoeft te vrezen, zal het alles eerlijk met je bespreken en zich niet anders voor willen doen dan het is. Jean-Jacques dringt Emile niets op, maar als Emile iets wil weten, dan legt hij het uit. Het moet uit Emile zelf komen. Kinderen zijn geen kleine volwassenen, ze leven in hun eigen kinderrijk. En daar moet je zo ze lang mogelijk in zien te houden. Daarbij hoort wel dat je goed luistert naar waar je kind aan toe is en wat het nodig heeft. Daarom is Jean-Jacques er altijd voor Emile.

Veel van deze Rousseauiaanse uitgangspunten herken ik in de manier waarop ik ben opgevoed. De vraag is wel, ben ik nu in de eerste plaats een mens? Misschien wel. Niets menselijks is mij in ieder geval vreemd. En ik heb een geweldige jeugd gehad. Daar ben ik ze nog steeds heel dankbaar voor. Het enige was, ik vond het thuis zo fijn, dat ik liever niet bij andere kinderen wilde spelen. Daar werden ouders wel eens boos en daar schrok ik erg van. 

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Een witte-mannenbolwerk

By Omgaan met mensen
Oftewel: kan ik mij mijn onwetendheid kwalijk nemen?

Filosofie is een wit, mannelijk bolwerk. Dat zou je misschien niet verwachten. Er zijn ook mensen die filosofie zien als soft en zweverig. Net als psychologie en pedagogiek. Heel wat anders dan een exact vak als elektrotechniek. Mijn oudste twee broers, Paul en Jos studeerden elektrotechniek in Delft. Jos vertelde me dat er in zijn jaarlaag slechts één vrouw zat. 

Ik studeerde dus filosofie, net als mijn andere broer Maarten. Bij filosofie waren wel vrouwelijke medestudenten. Maar tijdens de colleges en werkgroepen waren het vooral jongens die het woord namen en in hoogdravende debatten anderen probeerden eruit te lullen. Ik durfde meestal ook niets te zeggen te midden van dit verbale geweld.

Al mijn docenten waren trouwens mannen. Ik heb slechts één keer een vrouwelijke docent gehad. En alle filosofen die we bestudeerden waren ook man. Eigenlijk was de enige vrouwelijke denker die langs kwam Susanne Langer (over de invloed van kunst op de geest).

Het wonderlijke is dat het gebrek aan vrouwen mij nooit zo was opgevallen. Ik weet nog wel dat we een tekst van Immanuel Kant moesten lezen waarin de Duitse wijsgeer zich niet vriendelijk uitliet over vrouwen. Er was een vrouwelijke medestudent die dat tijdens de werkgroep ter sprake bracht. Ze werd weggezet als een zeurpiet. En dat vond ik toen eigenlijk ook. Ze kon toch wel bedenken dat Kant dat had gezegd in een heel andere tijd, de 18e eeuw. Maar ze had natuurlijk gewoon een punt. Verder kan ik me niet herinneren dat het programma waarin alleen mannen aan bod kwamen ooit ter discussie is gesteld door een van mijn medestudenten. 

Toen mijn broer Maarten en ik ruim tien jaar later werden gevraagd om een boek te schrijven waarin we al ruziënd, zoals echte broers betaamt, door de geschiedenis van de filosofie liepen, ging dat ook alleen maar over mannelijke denkers. Simone de Beauvoir en Hannah Arendt stonden wel in het boek, maar slechts als liefjes van Jean-Paul Sartre en Martin Heidegger. Met de wijsheid van nu vraag ik me af hoe het mogelijk is dat we daar niet anders naar gekeken hebben. 

Docent filosofie Aline d’Haese vroeg ons aan de hand van het boek om op haar school te komen spreken. Na ons praatje mochten de leerlingen vragen stellen. Aline stelde zelf ook een vraag: ‘Waarom komt er niet één vrouw voor in jullie boek?’ Wij stonden met onze mond vol tanden. Ik stamelde nog wel iets over dat er gewoon niet zoveel vrouwen waren in de filosofie. Maar dat wist ik eigenlijk helemaal niet. 

Niet lang na het bezoek aan de school kreeg ik een brief van Aline waarin ze me vroeg om samen met haar een boek te maken over de geschiedenis van de vrouwelijke filosofie. Net als het boek met mijn broer, zou het in dialoogvorm zijn. Dus een gesprek tussen Juf en Meester over vrouwelijke denkers. En ik leerde dat er al in de oudheid en middeleeuwen vrouwelijke denkers zijn die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan filosofie en religie. 

En ik ontdekte ook dat dat eigenlijk al een prestatie op zich is, want het werd vrouwen niet makkelijk gemaakt. Ze kregen geen opleiding, mochten eigenlijk niet in de openbaarheid treden en waren doorgaans het bezit van hun mannen. Probeer dan meer eens te denken dat jij iets interessants te zeggen hebt. En als dat je al lukt, de tijd en de ruimte te vinden om iets met die gedachtes te doen en vervolgens een publiek te vinden dat jou accepteert als iemand die er toe doet. Dus hoe waarschijnlijk is het dan dat gedachten van vrouwen ook nog eens bewaard zullen worden? 

Toch zijn er nog restanten van hun denken en die spreken door al die eeuwen heen tot ons. Als je goed luistert hoor je filosofen als Aspasia, Hipparchia, Héloïse en Lou Salomé. Ik weet oprecht niet of ik het mijzelf wel of niet kwalijk moet nemen dat ik er niets vanaf wist. Wel wil ik mijn vrouwelijke vakgenoten van toen en nu mijn excuses aanbieden en ik zal mijn best doen ze de aandacht te geven die ze verdienen.

Deze waanzinnige foto van Aline d’Haese, is gemaakt door Valerie Granberg (gelukkigerwijs ook mijn  vrouw). De foto staat in haar filosofisch foto-kookboek Diner Pensant. Voor dit project vroeg ze 35 Nederlandse en Vlaamse filosofen naar hun lievelingsgerecht. (Aline koos voor cannoli) Valerie maakte de maaltijd klaar en fotografeerde de denkers met de maaltijd. De filosofen schreven een essay bij de foto en ook de recepten staan in het boek. Je kunt het bestellen via deze link.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen.  Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Hoe krijgen we de orgasmekloof dicht?

By Gelukt leven, Omgaan met mensen
Oftewel: Hoe krijgen we een betere balans tussen piemel en clitoris?

‘Bij seks ligt de nadruk nog altijd op de penetratie en dus op het genot van de man. Voor mannen is het seksuele orgaan de penis, voor vrouwen is het de clitoris en niet de vagina, zoals nog steeds veel mensen denken. De vagina is een baringskanaal.’ Dat vertelde seksuoloog Ellen Laan mij toen ik haar eens interviewde

Volgens Laan bestaat vaginaal klaarkomen niet, tenzij je vaginaal klaarkomen definieert als klaarkomen in een vagina door een man. Maar een vrouwelijk orgasme is dus altijd clitoraal.

Doordat seks nog steeds te veel om de penetratie draait, beleven vrouwen minder genot aan seks dan mannen. Laan noemt dat de orgasmekloof. Maar zo’n dertig procent van de vrouwen heeft altijd of vrijwel altijd een orgasme bij penetratie, terwijl dat bij mannen 95 procent is. Wanneer er ook andere vormen van stimulatie zijn tijdens een vrijpartij, beleven ongeveer 65 procent van de vrouwen een orgasme. 

Natuurlijk is het wel of niet hebben van een orgasme niet de enige graadmeter voor genot, maar toch geeft deze orgasmekloof wel een goede indicatie van het probleem. ‘Dan is er ook nog eens een grote kans dat penetratie pijn doet’, aldus Laan. Tien procent van de vrouwen heeft pijn. Laan: ‘We accepteren dat bijna als een natuurwet. ‘De eerste keer hoort het pijn te doen’, hoor je vaak. Maar dat is echt onzin. Als het pijn doet, ben je onvoldoende opgewonden.’

Seks draait dus te veel om de penis en te weinig om de clitoris. Een betere balans tussen die twee leidt tot meer genot, ook voor vrouwen. Daarom genieten lesbische vrouwen veel meer van seks dan heteroseksuele vrouwen.

Het is best lastig om het vooroordeel over seks te veranderen. Let maar eens op als je een film kijkt waar seks in voorkomt tussen man en vrouw. Meestal wordt de suggestie gewekt dat ze tegelijk klaarkomen door penetratie. In werkelijkheid komt dat dus bijna nooit voor. 

Waar het volgens Laan om gaat bij seks is: ‘Open staan voor de ander en je eigen gevoelens serieus nemen. Seks wordt nu vooral gezien als een handeling, namelijk vaginale penetratie, maar we moeten het leren zien als een ervaring, de ervaring van alles wat lekker is.’ Bij de Stichting Seksueel Welzijn Nederland, waarvan Ellen Laan voorzitter is, hanteren ze de volgende definitie van seks: met genegenheid gedeeld genot onder gelijken. GGGG.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Nieuw! Je kunt nu ook een proefles doen. Ga naar de cursuspagina om je aan te melden!

Een beetje jaloezie houdt de liefde levend

By Gelukt leven, Omgaan met mensen
Je merkt pas wat iemand betekent als hij of zij er niet meer is

Deze les leerde ik toen ik À la recherche du temps perdu van Marcel Proust (1871-1922) las. Een van de delen uit dit 3000 pagina’s tellende meesterwerk van Proust is Een liefde van Swan.

In dit deel ontmoet Swan, de hoofdpersoon, dagelijks de jonge vrouw Odette in de salon van meneer en mevrouw Verdurin. Aan het einde van de avond begeleidt hij haar naar huis. Van seks is het nog nooit gekomen, want Swan voelt zich lichamelijk niet zo tot Odette aangetrokken.

Op een avond komt hij wat later bij de salon omdat hij niet zo’n zin heeft in die altijd weer op dezelfde manier verlopende afspraak met Odette. Als hij bij de Verdurins arriveert is Odette al weg. Hij schrikt zich rot. Nu hij niet vrijelijk over haar kan beschikken, schiet hij in de paniek. Hij merkt wat ze voor hem betekent, nu ze er niet is.

Hij moet en zal haar die avond nog zien hoewel hij zich tegelijkertijd ten volle bewust is van het feit dat hij een uur geleden nog op zag tegen hun samenzijn. Bij het verlaten van het huis van de Verdurins overhandigt de portier hem een briefje waarin Odette hem laat weten dat hij haar kan vinden in een zeker café. Hij gaat als de wiedeweerga naar de desbetreffende horecagelegenheid, maar daar is ze niet. Nu breekt de paniek pas echt uit. Hij stuurt zijn koetsier er op uit om in alle cafés van Parijs te zoeken. Als zijn koetsier terugkomt laat hij weten dat hij haar nergens heeft kunnen vinden. Swan gaat zelf nog eens zoeken en loopt haar dan eindelijk tegen het lijf. Hij gaat bij haar in de koets en daar heeft hij voor het eerst seks met haar.

Vanaf dat moment is hij ongelooflijk verliefd op haar en tegelijkertijd stinkend jaloers. De dingen die hij eerst onaantrekkelijk aan haar vond, vindt hij nu opeens juist bijzonder aantrekkelijk, omdat ze typisch zijn voor wie zij is. Alles draait voor hem om haar. Als hij haar een avond niet kan zien, gaat hij uit eten in een restaurant dat haar naam draagt, zo doet hij toch nog iets wat met haar te maken heeft. Zijn wereld heeft een nieuw centrum: Odette. Eigenlijk voelt hij zich alleen nog gerust als hij seks met haar heeft, dan is ze even helemaal van hem. De rest van de tijd is hij bang dat ze met iemand anders is of aan iemand anders denkt. Gek genoeg wil zijn jaloerse ik tegelijkertijd niets liever dan haar betrappen. Ondertussen wordt hij door zijn jaloerse gedrag steeds minder aantrekkelijk in de ogen van Odette. Zij wordt onverschillig ten opzichte van hem, zoals hij aan het begin van hun verhouding onverschillig was ten opzichte van haar, doordat ze onbeperkt over hem kan beschikken.

In Prousts Op zoek naar de verloren tijd komen nog wel meer liefdesrelaties voor. Steeds weer zie je hetzelfde patroon. De liefde volgt in de boeken van Proust altijd de volgende stappen:

•Een moment van weerstand wekt liefde op
•Onvolkomenheden worden aantrekkelijk
•De wereld van de verliefde staat op z’n kop en krijgt een nieuw centrum: de geliefde
•Jaloezie en liefde gaan hand in hand
•Seks is een moment van bezit en dus van rust
•De jaloezie die met de liefde samengaat werkt afstotend

Hoewel het er bij Proust wel extreem aan toe gaat, zul je er misschien wel elementen uit herkennen. Je zou Prousts liefdestheorie op kunnen vatten als een degradatie van de liefde, ik zie haar vooral als een opwaardering van de jaloezie.

Een beetje jaloezie is denk ik zo slecht nog niet. Dan blijf je je best doen voor elkaar. Als de jaloezie verdwijnt, ligt onverschilligheid op de loer.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van Buro Fludo.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

 

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO? Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Het is niet erg om te twijfelen over opvoeden

By Omgaan met mensen

Het opvoedcircus, zo heet de theatervoorstelling waarmee Stine Jensen en ik door het land trokken, totdat…corona toesloeg. Gelukkig hadden we voor die tijd al flink wat voorstellingen gedaan.

Overal waar we kwamen vroegen we het publiek naar hun opvoeddilemma’s. Zo kregen we een indruk van de opvoedproblemen van Nederlandse ouders. Die dilemma’s hebben we verzameld en onderverdeeld. We ontdekten dat we ze konden terugbrengen tot drie overkoepelende opvoeddilemma’s, namelijk: 

  1.     Moet je streng en autoritair zijn of luisteren naar je kind?  
  2.     Streef je bij de opvoeding naar een gelukkig individu of voed je je kind op om als burger aan de maatschappij deel te kunnen nemen?
  3.     Voed je genderneutraal op of maak je een verschil tussen jongetjes en meisjes?

Bij de gesprekken over die opvoeddilemma’s merkten we dat de meeste ouders het vervelend vonden dat ze er niet uitkwamen en veel bleven twijfelen. En dat hadden we zelf eigenlijk ook. Stine twijfelde of ze haar dochter niet teveel verwende. En mijn twee volwassen zonen woonden nog thuis. Moest ik ze het huis uitgooien of ze juist nog een warm nest bieden? 

Al dat geschipper is misschien niet leuk, maar heeft denk ik wel een functie. Het betekent namelijk dat je onderzoekt wat het beste is. Wie het twijfelen omarmt en onderzoekt, in plaats van verwerpt, kan bewuster een opvoedkeuze maken. 

En waarschijnlijk gebeurt dat ook. Want die schipperende Nederlandse opvoeders blijken het internationaal gezien heel goed te doen. Nederlandse kinderen rollen bij de Child Happiness Index elke keer als de gelukkigsten ter wereld uit de bus. En het bleek ook weer uit recent onderzoek van Unicef

Kinderen geven aan dat ze mogen meepraten en zich daardoor gehoord en gezien voelen. Als Immanuel Kants Verlichtingsidee ‘je bevrijden uit onmondigheid’ ergens heeft postgevat, dan is het wel in Nederland. Deze mondigheid is iets om te koesteren, want het maakt gelukkig. 

Daarom is het dus jammer dat wij Nederlandse ouders ons zo’n zorgen maken over dat geschipper. Al dat geschipper is juist goed! 

Met mijn zoons toen ze nog jong waren, nu 18 jaar geleden

Op 1 april 2021 spelen Stine en ik nog één keer Het opvoedcircus via een livestream in Cultura te Ede. Tickets kun je hier bestellen.

We schreven samen ook twee boeken over opvoeden, één voor volwassenen: De opvoeders. Wat filosofie de schipperende ouder kan leren. En één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op?

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO? Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Liefde om de liefde: Héloïse en Abélard

By Omgaan met mensen
Een liefdesgeschiedenis van twee filosofen

Lange tijd dacht ik dat Valentijnsdag een uit Amerika overgewaaide commerciële traditie was. Maar onlangs ontdekte ik dat Valentijnsdag van oorsprong juist Europees is en al sinds het begin van de middeleeuwen bestaat. Sinds 496 om precies te zijn, toen Paus Gelasius 14 februari uitriep tot de dag van de heilige Valentijn.

En die dag had ook direct al met de liefde te maken, want de legende gaat dat bisschop Valentijn bereid was stellen te trouwen waarvan de één christelijk was en de ander niet, omdat hij meende dat de liefde belangrijker was dan de wetten van de Keizer. Dit vooruitstrevende inzicht moest hij met een onthoofding bekopen.

Een van de meest romantische verhalen uit de geschiedenis van de filosofie stamt ook uit de middeleeuwen, maar dan uit de late middeleeuwen. Het is het verhaal van twee filosofen die in de 12e eeuw verliefd op elkaar worden, terwijl dat eigenlijk niet mocht. Ik heb het over Héloïse en Abélard.

Toen Héloïse nog vrij jong was deden er al verhalen de ronde over haar uitzonderlijke intelligentie en geleerdheid. Haar oom, kanunnik Fulbert van de Notre Dame in Parijs, vroeg de jonge filosoof Abélard om haar privéles te geven. Héloïse en Abélard besteedden hun tijd niet alleen aan de studie, maar vooral ook aan het bedrijven van de liefde.
Veel mensen kwamen al snel achter hun geheime verhouding, behalve oom Fulbert. Pas toen Héloïse zwanger was, kreeg hij het door. Onder dwang trouwden ze met elkaar, maar Fulbert liet Abélard ook castreren. De rest van hun leven brachten de twee gescheiden van elkaar door in een klooster en schreven elkaar brieven.

Ze schreven beiden ook andere werken. Abélard is er een beroemd filosoof door geworden. Van Héloïse zijn alleen haar brieven aan Abélard bewaard gebleven. Uit die brieven valt op te maken dat ze groot belang hechtte aan ‘de intentie’: het gaat niet om de handeling zelf, maar om de geest waarin iets gedaan wordt. Dat blijkt al uit haar eerste brief aan Abélard waarin ze uiteenzet dat het haar puur en alleen om haar liefde voor hem gaat. Een huwelijk doet daar eerder afbreuk aan dan dat het een bezegeling is van de liefde:

‘Niets heb ik ooit, God weet het, in jou gezocht dan jou alleen, jou, niet het jouwe, zuiver begeerd. Geen huwelijksband, geen bruidsgaven heb ik verwacht, niet mijn genoegens, maar de jouwe heb ik, zoals je zelf weet, geprobeerd te vervullen. En als de naam van echtgenote heiliger en meer waardevol schijnt, het is mij altijd liever geweest je vriendin genoemd te worden, of, als je het niet erg vindt, concubine, of maitresse…

Ze betreurt het niet alleen dat ze onder dwang moest trouwen, maar ook dat ze onder dwang het klooster in ging. Dat was met de verkeerde intentie. Ze had namelijk in het klooster willen gaan om haar liefde voor God. Héloïse en Abélard hebben elkaar hun hele leven gesteund en zijn zo trouw aan elkaar gebleven. Ze liggen ook naast elkaar begraven op Père-Lachaise in Parijs.

Lang was Héloïse vooral bekend als de geliefde van de grote filosoof Abélard en er werd aangenomen dat alles van haar hand onder zijn invloed tot stand gekomen was. Maar sinds de 20e eeuw is duidelijk dat Héloïse zelf ook een groot geleerde was die met haar denken Abélard heeft beïnvloed. 

De filosoof Héloïse komt aan bod in het boek Zijkant van de filosofie. Een dialoog over vrouwelijk denken, dat ik samen met de Vlaamse filosoof en classicus Aline d’Hease schreef en dat 8 maart verschijnt bij uitgeverij Boom. 

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO? Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Het is fijn dat er nu geen feestjes zijn

By Omgaan met mensen
Want die zijn ingewikkeld

Voor veel mensen is deze lockdown een vreselijke tijd, omdat ze geen feestjes kunnen geven. Dat snap ik. Maar als ik eerlijk ben, vind ik het zelf wel fijn. Tenminste, ik vind het wel leuk om naar feestjes te gaan, maar ik vind het niet leuk om ze zelf te geven

Vroeger wist ik niet waarom. Van te voren keek ik uit naar feestjes die ik wilde geven, maar op het moment zelf vond ik het vreselijk. Achteraf was ik doodmoe en als ik aan de avond terugdacht, bestond die naar mijn idee uit de ene gênante situatie na de andere.

Het feestje was een opeenstapeling van ingewikkelde sociale kwesties. Dat kwam waarschijnlijk omdat ik me verantwoordelijk voelde voor mijn gasten en me er zorgen over maakte of ze zich wel vermaakten. Maar er was meer aan de hand, ik kon alleen niet goed achterhalen wat precies.

Totdat ik tien jaar geleden naar een reünie van de middelbare school ging. Toen ik met mijn oude klasgenoten stond te praten, viel het me op dat zij, hoewel ik sommigen van hen in eerste instantie bijna niet herkend had, in hun gedrag nauwelijks veranderd waren.

Ze praatten net zoals vroeger, hadden dezelfde humor, gebruikten dezelfde stopwoordjes, maakten dezelfde gebaren. Kortom, ze vervulden precies dezelfde rol in de groep die ze jaren geleden ook al vervulden.

Pas toen iemand opmerkte dat ik totaal niet veranderd was, besefte ik dat ik me ook precies zo gedroeg als vroeger! Ook ik had weer mijn rol in de groep gevonden, zoals ik die jaren geleden al speelde. De sociale context bepaalde dus voor een groot deel hoe wij ons gedroegen.

Hier ben ik veertien jaar oud 

Sinds die reünie is het me steeds duidelijker geworden dat ik in de verschillende sociale omgevingen waarin ik dagelijks verkeer, verschillende versies van mezelf ben. Als ik thuis ben met mijn familie, ben ik een andere versie dan wanneer ik op een podium sta voor een zaal met mensen. En ik ben weer iemand anders als ik met mijn hond wandel en een praatje maak met mijn buurman dan wanneer ik een gesprek heb met mijn medemuzikanten. 

Dit verklaart waarom ik de feestjes die ik geef zo ingewikkeld vind. Opeens zitten er mensen uit allerlei verschillende sociale contexten bij elkaar en dan is het ontzettend lastig om de ene Frank die ik voor mijn muziekvrienden ben te combineren met de andere Frank die ik voor mijn schoonfamilie ben.

Nu wil het geval dat ik vorig jaar, midden in de lockdown, vijftig werd. Maar dat feest ging dus niet door. Terwijl ik toen juist de oplossing had gevonden voor mijn feestjesprobleem: geef geen feestje, maar een feest. Want dan komen er mensen uit zoveel verschillende sociale contexten, dat je een gast bent op je eigen feest. Niemand neemt het je kwalijk als je niet met iedereen gepraat hebt. Je voelt je minder verantwoordelijk en kunt er luchtiger mee omgaan. Als de lockdown voorbij is en iedereen is ingeënt, ga ik een groot feest geven voor mijn eenenvijftigste verjaardag.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Wil je meer leren over hoe filosofie je kan helpen bij de omgang met andere mensen, volg dan de cursus Omgaan met mensen.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wees lief voor je plant

By Omgaan met de wereld, Omgaan met mensen

Hoe zou het komen dat er de laatste tijd zoveel complete inboedels op op straat staan? Banken, bedden en tafels. Als ik mijn huis nog niet had ingericht, had ik het nu kosteloos kunnen doen. Ik vind het zonde van die mooie spullen, maar ik heb vooral medelijden met de planten die samen met de de meubels op straat worden gekieperd. Omgevallen, geknakt of bedolven onder afval dat er bovenop is gepleurd.

Ik vond het altijd al een akelig gezicht, maar sinds ik De universele rechten van de plant heb gelezen van de Italiaanse bioloog Stefano Mancuso, voel ik me erg verdrietig bij het zien van de halfdode planten. Mancuso laat in zijn boek zien dat planten gevoelige wezens zijn. 

Planten hebben zintuigen, ze kunnen zien, ruiken, voelen, horen net als wij, maar hebben nog vele andere zintuigen, zoals een hygrometer waarmee zij de luchtvochtigheid kunnen meten. Ze kunnen met elkaar communiceren, en hebben een geheugen. Als wortels een voedingsstof hebben gedetecteerd, dan buigen ze in de richting van die stof en groeien ernaartoe, zodat ze de stof kunnen opnemen. Maar als ze giftige stoffen waarnemen, dan bewegen de wortels zich juist daarvandaan. 

Toen ik een vriendin over dit boek vertelde, wees ze mij op de podcast Smarty Plants over de vermogens van planten. Daarin werd een onderzoek besproken naar de Mimosa pudica, in het Nederlands bekend onder de prachtige naam Kruidje-roer-mij-niet. Als je de bladeren van deze plant aanraakt, sluiten ze zich. Dat is waarschijnlijk een overlevingsstrategie. 

In het onderzoek zorgden ze ervoor dat de plant op een bepaalde manier licht geschud werd. Eerst sloot de plant zijn bladeren steeds, maar na een aantal keer deed ze het niet meer. Blijkbaar had het plantje een soort geheugen. Toen ze de plant na 28 dagen nog weer eens op dezelfde manier licht schudde, verroerde de plant zich nog steeds niet. Hoe het kan dat deze plant een geheugen heeft, terwijl ze geen hersenen heeft, is nog een raadsel.

Kruidje-roer-me-niet

Een gevoelig wezen met een geheugen en meer zintuigen dan een mens zet je niet bij het vuil. Helemaal als je bedenkt dat planten erg belangrijk zijn voor het leven hier op aarde. Vooral voor ons. Wij dieren hebben ons leven namelijk aan planten te danken. Ze hebben voor de zuurstof gezorgd die wij nodig hebben om te ademen. Planten kunnen het vrij goed af zonder ons, maar wij kunnen niet zonder planten. 

Als je op de een of andere manier verantwoordelijk bent voor planten, omdat ze in je tuin staan of in je huis, verzorg ze dan goed. Zorg dat ze een fijne plek hebben met voldoende licht, dat is hun belangrijkste bron van energie. Geef ze voldoende water en zet ze in vruchtbare grond. Wees lief voor planten.

Als je op de een of andere manier van je planten af wilt, zet ze dan niet zomaar op straat, maar probeer iemand te vinden die ze wil adopteren. 

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO? Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!