Category

Omgaan met mensen

Het keurslijf van (seriële) monogamie, deel 2

By Omgaan met mensen
Toekomstseks

Een paar jaar geleden interviewde ik de Amerikaanse onderzoeksjournalist Emily Witt over haar boek Future Sex, waarin zij haar zoektocht beschrijft naar andere vormen van seksuele verhoudingen en liefdesrelaties. Ze begon dat onderzoek, omdat zij zonder er bij na te denken aan seriële monogamie deed in de hoop uiteindelijk de ware te ontdekken, maar die kwam niet en dat zette haar aan het denken over de veronderstellingen van relaties.

Door andere voorkeuren en andere relatievormen te onderzoeken, ontdekte ze dat het wel heel toevallig was dat haar verlangens, of wat ze altijd dacht dat haar verlangens waren, precies overeenkwamen met wat binnen haar culturele achtergrond geaccepteerd was.

Ze dacht bijvoorbeeld dat het kijken naar porno niet echt iets voor haar was. Maar toen ze zich er in begon te verdiepen, bleek het haar wel iets te doen. Ze was ook niet geïnteresseerd in open verhoudingen of polyamoureuze relaties. Ze accepteerde wel dat andere mensen dergelijke dingen wilden, ze dacht alleen stiekem dat die mensen vooral naïef of zelfdestructief waren.

De geijkte relatie is de weg van de minste weerstand. En daar is niets mis mee. Maar zij heeft ook nadelen. Relatiedeskundige Esther Perel benadrukt dat we wel erg veel uit een persoon willen halen: liefde, geborgenheid, opwindende seks, zakelijke samenwerking (het bestieren van een huishouden), humor, intellectuele bevredigende gesprekken, ga zo maar door. Zou het daarom niet makkelijker zijn om die verschillende dingen uit verschillende personen te halen?

Dat is de vraag. Een van de beroemdste open relaties in de geschiedenis van de filosofie is die tussen Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre. Ze hadden een contract met elkaar afgesloten waarin stond dat ze niet elkaars bezit waren en ook andere relaties mochten hebben.

Ze waren een voorbeeld voor veel mensen, maar toen na de dood van De Beauvoir hun brieven werden uitgegeven, was menigeen teleurgesteld. Al die openheid bleek toch wel gepaard te zijn gegaan met een hoop ellende en venijn.

Misschien was die openheid zelfs ver te zoeken. Toen ik ooit Olivier Todd interviewde, een Franse intellectueel die tot de inner circle van De Beauvoir en Sartre had behoord, vertelde hij dat Sartre hem eens zei dat hij tegen al zijn vrouwen had gelogen. ‘Ook tegen De Beauvoir,’ vroeg Todd. ‘Juist, tegen haar,’ was het antwoord van Sartre.

Maar goed, uit de verschillende biografieën die ik heb gelezen over zowel De Beauvoir als Sartre, maak ik op dat ze een mooie en bijzondere verhouding hadden, waarin naast hun liefde voor elkaar ook andere liefdes konden bestaan.

Daarbij komt dat de meeste monogame relaties ook niet altijd koek en ei zijn. En als dat wel zo is, dan zijn ze waarschijnlijk nogal saai. Omgaan met mensen, of het nu je vrienden of je geliefden zijn, is hoe dan ook niet makkelijk en vereist voortdurend onderhoud.

En dat is ook wat Emily Witt in haar zoektocht ontdekte. Ze ontmoette veel mensen die andere relatievormen uitprobeerden dan de geijkte. Het lukte ze om er vormen voor te vinden die werken: door afspraken te maken, binnen die afspraken te experimenteren, de afspraken weer bij te stellen, ga zo maar door.

En ik ben het met haar eens wanneer ze benadrukt dat het belangrijk is dat die nieuwe liefdesverhalen verteld worden. Zo kun je laten zien dat het gewone gezin niet de enige mogelijkheid is. En daarmee wordt het nieuwe verhaal ook een politiek verhaal. Je kunt niet zomaar al je veronderstellingen overboord gooien en helemaal vrij zijn. Je hebt nieuwe voorbeelden nodig die helpen om je verwachtingen bij te stellen, waardoor andere relatievormen een reële mogelijkheid worden.

Over de foto: Simone de Beauvoir met filmmaker Claude Lanzmann. Met Sartre woonde De Beauvoir nooit samen, dat deed ze wel met de 17 jaar jongere Lanzmann.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Het keurslijf van (seriële) monogamie, deel 1

By Omgaan met mensen
De vadertante of de moederoom

Toen in 1974 het VARA-programma Open & Bloot op televisie kwam, was ik daar nog een beetje jong voor. Maar later heb ik sketches uit het programma gezien. Ik herinner me een lied waarin werd aangeraden om al jong de liefde te ontdekken en het met verschillende mensen uit te proberen, zodat je kunt uitvinden wie echt goed bij je past.

Dat was in die tijd uiteraard een belangrijke boodschap. Zelfs in de jaren 80, toen ik op de middelbare school zat, waren er nog kinderen die van hun ouders geen seks voor het huwelijk mochten.

De veronderstelling achter de sketch van het programma – je probeert wat mensen uit om zo uiteindelijk degene tegen te komen met wie je voor de rest van je leven in een monogame relatie verder gaat – is nu heel gewoon. Zo doen de meeste het van ons.

Dat blijkt ook uit de statistieken die Rik van Lunsen en Ellen Laan er in hun boek Seks. Een leven lang leren, bij halen. Er is de laatste dertig jaar niet zo gek veel veranderd als het om de seksuele moraal gaat.

Mensen hebben ten opzichte van de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw weliswaar in hun leven meer relaties en meer sekspartners, maar die hebben ze niet tegelijkertijd. Er is sprake van ‘seriële monogamie’: wij proberen verschillende monogame relaties uit om te kijken of het met die persoon werkt.

We gaan dus nog steeds uit van het kerngezin, van het huwelijk (of iets wat daar sterk op lijkt als het samenlevingscontract) tussen man en vrouw (en misschien ook steeds meer tussen man en man of vrouw en vrouw) als hoeksteen van de samenleving.

Dat onze relatieveronderstellingen niet universeel zijn, drong pas goed tot me door toen ik samen met mijn broer Maarten een reis door Afrika maakte. In Burkina Faso leerden we Cosmos kennen. Hij nam ons mee naar zijn familie en stelde ons aan meerdere vrouwen voor die hij allemaal zijn moeder noemde.

We waren uiteraard verbaasd. Wij hadden slechts één moeder. Cosmos vertelde dat er in het Frans weliswaar maar een woord voor moeder is, maar dat er in het Mossi, de taal van zijn streek, meerdere woorden zijn die een moederachtige relatie beschrijven. Veel van die woorden verwijzen naar een relatie die ergens tussen die met een moeder en met een tante inzit.

Ik bedacht me wat een voordelen dat moest hebben. Wanneer je toevallig niet zulke leuke ouders hebt, of je ouders overlijden, kun je als kind altijd uitwijken naar je tantemoeder, oomvader, moedertante, vaderoom, tantevader, vadertante, oommoeder, moederoom, tanteoom of oomtante.

Maar goed, wij, hier in het Westen, zitten erg vast aan het kerngezin: moeder, vader, kinderen. Daar is alles op gebaseerd, van de hypotheek voor je huis, de maten van matrassen, tot de wegenwachtpas van de ANWB. Slechts twee mensen kunnen met elkaar trouwen. Als je aan het begin van je relatie geen expliciete afspraken maakt over hoe je het anders wil doen, neem je stilzwijgend de gangbare veronderstellingen als uitgangspunt.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Verliefd

By Omgaan met mensen
Op het verleden

Aznavour, le regard de Charles, de blik van Charles Aznavour is een prachtige film die is samengesteld uit het materiaal dat de beroemde Franse zanger zelf heeft geschoten tijdens zijn leven. Vanaf het begin van zijn carrière heeft hij altijd gefilmd en zo zijn eigen leven vastgelegd.

Onder die beelden is een stem gezet die vanuit het perspectief van Aznavour over zijn leven vertelt. Soms hoor je een lied van Aznavour. Slechts af en toe zijn er beelden toegevoegd die hij niet zelf heeft geschoten, waardoor de kleine intrigerende man even in beeld komt.

Die stem eronder is zo nu en dan wat al te filosofisch, zoals bij de overpeinzingen over zien en gezien worden. Dat levert uitspraken op als je film donc je suis, ik film dus ik ben. Maar ik had geen zin om me daar aan te ergeren. Ik wilde me laten meeslepen door de nostalgische beelden en de melancholieke muziek van Aznavour.

Dat was niet moeilijk. Bijna al zijn liedjes gaan over de verloren tijd, zoals Yesterday when I was Young, of La Bohème. Tegelijkertijd zie je die verloren tijd aan je voorbij trekken door de beelden van Parijs, van de Côte d’Azur en van zijn vele reizen, naar Macao, Armenië, Rusland ga zo maar door. Die combinatie werkt perfect. De film is vaak in zwart-wit, of in groezelige kleuren. En juist die uit de hand gefilmde en niet altijd even scherpe beelden versterken het nostalgische sentiment.

Ze gaan over een tijd die er niet meer is. En dat is tragisch. Voor een deel was dat mijn eigen tijd. De jaren 70. De tijd dat ik samen met mijn ouders en mijn broers op vakantie ging in ons busje, en mijn vader, die leraar Frans is, chansons draaide, ook die van Aznavour natuurlijk. En door de film voelde ik de heimwee naar de jaren van mijn onbezorgde jeugd in een onbezorgde wereld.

Onwillekeurig moest ik denken aan de film Midnight in Paris van Woody Allen. De hoofdrolspeler is schrijver en helemaal weg van de jaren 20. Hij ontdekt dat hij naar die tijd kan reizen door om 12 uur ’s nachts in een oude auto te stappen die hem naar het Parijs van de jaren 20 brengt. Hij ontmoet daar alle grote kunstenaars, zoals Ernest Hemingway, Gertrude Stein, Luis Buñuel.

En hij wordt er verliefd. Elke avond gaat hij weer naar die tijd terug om zijn geliefde te ontmoeten. Hij zwerft met haar door Parijs. Plots komt er een koets voorrijden. Ze stappen in en worden samen naar het fin de siècle gebracht. Zij is in alle staten, dat is namelijk haar favoriete tijd. Voor haar zijn de jaren 20 maar gewoontjes. Ze wil blijven. Maar hij wil weer terug naar de jaren 20.

En dat is waarschijnlijk het ware tragische van die voorbije tijd. Je ervaart niet alleen dat die nooit meer terugkomt, maar vooral ook dat je alleen in staat bent om werkelijk te genieten van momenten die al voorbij zijn. Het is ongelooflijk moeilijk om het nu te waarderen en de schoonheid in je eigen tijd te zien zoals je die in het verleden ziet. Daarin ben ik maar een enkele keer geslaagd. Misschien lukt het eigenlijk alleen als je verliefd bent.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Het verschil tussen man en vrouw

By Omgaan met mensen
Deel 2

In HP/De Tijd van 14 juli schrijft Jan Kuitenbrouwer over een sauna voor vrouwen in Los Angeles. Er zitten een paar vrouwen in hun blootje en er komt een vrouw binnen met een handdoek om. Als ze haar handdoek afdoet, blijkt ze een penis te hebben.

De vrouwen zonder penis schrikken ervan en dienen een klacht in bij de directie. Maar daar krijgen ze te horen dat dit het nieuwe beleid is. Mensen die zich vrouw voelen, mogen ook bij de vrouwen zitten. Daar laten de vrouwen zonder penis het niet bij zitten. Ze organiseren een demonstratie bij de ingang van de sauna. Er komt ook een tegendemonstratie. Die bestaat uit agressieve mensen met zwarte maskers die de demonstrerende vrouwen met pepperspray in een hoek werken.

Kuitenbrouwer is verbolgen over deze tegendemonstratie. Nu heb ik de laatste tijd best vaak stukken gelezen van verbolgen mensen vanwege de agressieve opstelling van strijders voor lhbt-rechten. En ik ben het met de schrijvers eens. Geweld tegen mensen die een andere opvatting hebben is op geen enkele manier goed te praten. Maar soms wordt vergeten dat deze schreeuwlelijken slechts een kleine minderheid vormen. En hun vervelende daden moeten niet gebruikt worden om niet naar de argumenten te hoeven luisteren van minder agressieve types.

Zoals ik in mijn boek Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen probeer te laten zien, werken categorieën altijd ook uitsluitend. Dat kan niet anders. Er zijn altijd mensen, niet-menselijke dieren of dingen die buiten de boot vallen. Tegelijkertijd kunnen we niet zonder categorieën. Ze geven ons houvast. Dat is het lastige. We zitten dus in een spagaat. En dat is soms pijnlijk. Maar het is niet anders.

Een van de manieren om daar mee om te gaan is erover te praten met elkaar. Zo verdiep je je in elkaars perspectieven en kun je vragen bespreken als: Hoe kunnen we de uitwassen van de huidige categorieën proberen tegen te gaan? Hoe krijg je toegang tot een bepaalde categorie? Moeten er nieuwe categorieën bij komen? En welke zouden dat moeten zijn? Wat zouden de uitwassen kunnen zijn van de nieuwe categorieën?

Het is alleen jammer dat er zoveel aandacht gaat naar een paar grote schreeuwers, overigens aan beide kanten van het debat, want ondertussen is die discussie volop gaande. Niet zonder effect. De laatste tijd zie je steeds meer transgenders. Vroeger zag je ze bijna nooit in het straatbeeld. Misschien alleen in het nachtleven. Nu werkt er in mijn supermarkt bijvoorbeeld een transgender achter de kassa.

Dat ik er steeds meer zie, komt denk ik niet doordat er steeds meer zijn, maar eerder doordat steeds meer mensen zich zo durven laten zien. En daar zijn allerlei redenen voor te bedenken, maar één ervan is ongetwijfeld die discussie over de categorieën waar ik het net over had.

Ik vind het ontroerend om te zien hoe bij de kassa bijna iedereen zo normaal mogelijk doet tegen de kassière (ik ook). De intentie is er. En het is uiteindelijk natuurlijk ook gewoon een kwestie van oefenen.

Bij de afbeelding: Mensen die niet de kleding dragen die volgens de conventies bij hun geslacht horen zijn door de eeuwen heen vaak vervolgd. Stella en Fanny (Ernest Boulton and Frederick Park) werden in 1870 door de Londense politie gearresteerd en veroordeeld voor samenzwering en het aanzetten tot het plegen van een ‘tegennatuurlijk’ strafbaar feit.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Het verschil tussen man en vrouw

By Omgaan met mensen
Deel 1

Ik schreef in een eerdere blog dat het verschil tussen man en vrouw op z’n minst dubieus is. Er zijn verschillen te noemen, maar toch gelden die niet voor iedere man of iedere vrouw. Sommige mensen hebben wat van het een en wat van het ander. En misschien is het überhaupt al niet correct om te spreken van het een en van het ander en zijn man en vrouw gewoon verouderde categorieën.

Dus, zo was mijn conclusie in die blog, al zouden we op algemene verschillen kunnen komen tussen man en vrouw, dan nog is het niet verstandig om daar te veel op te varen bij opvoeding, indeling van de maatschappij, organisatie van de publieke ruimte, enzovoorts, want dan zijn er heel veel mensen die zich niet thuis voelen in een van de categorieën.

Overboord dus met die man en vrouw? Zo makkelijk is het ook weer niet. Kijk eens naar de sport. Als je daar het verschil tussen man en vrouw afschaft, zullen er in sommige sporten nog maar weinig mensen die wij nu vrouwen noemen aan de top zijn te vinden. Mensen die wij nu mannen noemen hebben nu eenmaal vaak een grotere longinhoud (niet altijd), meer spiermassa (niet altijd), meer testosteron (niet altijd) en ga zo maar door. Toch zijn er wel sporten waarbij je de categorieën man en vrouw overboord zou kunnen gooien: schaken, darten, auto- en motorracen enzovoorts.

Er zijn trouwens ook sporten die wel gemengd zijn, zoals paardrijden en onze prachtige Nederlandse sport korfbal niet te vergeten.

Misschien is het een oplossing om de categorieën man en vrouw te vervangen door categorieën als longinhoud, testosterongehalte, spiermassa, enzovoorts, zoals je nu ook al gewichtsklassen hebt bij bepaalde sporten. Als je dat goed doorvoert zijn er ook geen paralympics meer nodig. Je streeft er immers naar om elke sporter zo te categoriseren dat hij/zij/hen gelijke kansen heeft ten opzichte van de medesporters in die categorie.

Ook de Zuid-Afrikaanse hardloopster Mokgadi Caster Semenya, die drie keer zoveel testosteron aanmaakt als andere vrouwen, zou dan zonder problemen in de juiste categorie opgenomen kunnen worden.

Als je dit systeem echt helemaal perfect zou doorvoeren zou iedere sporter zijn eigen categorie moeten hebben, waarin hij/zij/hen dan dus ook altijd eerste wordt (en ook laatste). Het wedstrijdelement zou wel een beetje zijn charme verliezen.

En zo kom je dus tot de wonderlijke constatering dat de perfecte ordening, waarin elk specifiek geval een eigen plek heeft en volledig op waarde wordt geschat, eigenlijk geen ordening meer is. Dit probleem komt trouwens uitgebreid aan bod in mijn boek: Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen. Pleidooi voor inconsequentie.

Deze onmogelijkheid om een ordening voor alles te maken is trouwens geen argument om dus maar vast te houden aan de bestaande categorieën, maar wel om te beseffen dat categorieën nooit perfect zijn en dat er daarom een voortdurende discussie over gevoerd moet worden.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Echte vrienden

By Omgaan met mensen
Bestaan die?

Als kind verbaasde ik me erover dat er in de boeken die me werden voorgelezen en de verhalen die ik later zelf ging lezen, vaak verheven over vriendschap werd geschreven. En ook toen ik filosofie ging studeren kwam ik die idealisering van de vriend weer tegen. Alle bekende filosofen hadden er over geschreven, de een nog hoogdravender dan de ander. Aristoteles zag de hoogste vorm van vriendschap als een soort morele zielsverwantschap waardoor jij en je vriend eigenlijk één zijn.

Zo had ik mijn vriendschappen toch zelden ervaren. Mijn eigen vriendschappen waren niet zo verheven. Ik vond het vaak ingewikkeld. Vooral van de lagere school herinner ik me nog vriendjes die het ene moment heel aardig waren, maar je vervolgens voor schut zetten als ze zich omringd wisten door stoere jongens. Bij die hoge idealen staken mijn echte vrienden maar schril af. We hadden zelden aan een woord genoeg.

Maar volgens Epicuris was zelfs één woord niet nodig. Omdat je elkaar zo door en door begreep kon je het beste samen zwijgen. Of denk aan de beroemde zin van Michel de Montaigne ‘Omdat hij het was, omdat ik het was.’ Zo omschreef hij zijn ideale vriendschap met Étienne de de la Boétie. Ze pasten gewoon perfect bij elkaar. Bij deze filosofen was de vriend een makker voor wie je werkelijk alles over hebt. Zo iemand ben ik nog nooit tegengekomen. En ik ben het waarschijnlijk zelf ook niet.

Het wonderlijke is dat ik de laatste tijd mijn vriendschappen toch veel meer ben gaan waarderen. Ik verbaas me er vaak over wat een plezier we hebben als ik samen met mijn vrienden aan het wandelen, klussen, sporten, muziek maken, of filosofische teksten aan het lezen ben. Natuurlijk, die vrienden van me zijn toevallig op mijn pad gekomen en ze hebben allemaal wel zo hun mindere kanten, net als ik, maar toch is het fijn dat het mijn vrienden zijn.

Ik begon die herwaardering van de vriendschap iets beter te begrijpen toen ik onlangs het boek Doodgewone vrienden van de huidige Denker des Vaderlands Paul van Tongeren las. In dat boek bespreekt Van Tongeren de geijkte denkers over vriendschap: Plato, Cicero, Aristoteles, Augustinus, Montaigne, Kant en Nietzsche. Inderdaad, allemaal mannen, die het over vriendschap tussen mannen hebben. Maar er begint Van Tongeren iets interessants op te vallen.

Behalve Nietzsche zijn al deze denkers op zoek naar de kern van vriendschap. Ze vragen zich af: wat is de ideale vriend? En daardoor gaat hun denken nooit over concrete, werkelijke vriendschap. Want in het echt bestaat die ideale vriend niet.

Het viel Van Tongeren op dat veel van deze denkers het dan ook over vrienden hadden die waren overleden. Over de doden niets dan goeds. Een dode vriend kun je nog terug brengen tot ‘zijn kern’, maar van een levende vriend weet je nooit hoe hij nu weer zal reageren. Alleen een dode vriend, is een ideale vriend. 

Nietzsche was, in tegenstelling tot de eerder besproken denkers, niet op zoek naar de essentie van vriendschap. Precies omdat je dan de werkelijke vriendschap uit het oog verliest. Volgens hem is het denken over vriendschap trouwens exemplarisch voor de hele westerse filosofie. Die is altijd op zoek naar het wezen, de essentie, de kern en gaat zo voorbij aan onze ervaringswereld waarin nu juist niets of niemand in zijn ideale vorm verschijnt.

Dat zoeken naar het wezen is volgens Nietzsche dan ook gevaarlijk. Voor je het weet ben je teleurgesteld in de wereld om je heen omdat je daar die idealen niet kunt vinden die je meent te moeten nastreven, zoals mij inderdaad was overkomen met vriendschap.

Best Buddies
Keith Haring

Gelukkig leven mijn vrienden nog en zijn ze verre van ideaal. We zijn allemaal imperfecte wezens die maar wat aanrommelen. Soms wordt al dat gerommel je te veel en dan is het fijn om samen aan te rommelen. Daar heb je vrienden voor.

Paul van Tongeren (2021) Doodgewone vrienden. Nadenken over vriendschap. Amsterdam: Boom.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

De waarheid voor twee levens

By Omgaan met de wereld, Omgaan met mensen

Afgelopen week keek ik de film Quo Vadis, Aida? van de Bosnische regisseur Jasmila Žbanić over de val van de moslimenclave Srebrenica. Een aangrijpende film, waarbij een scène me vooral bij de keel greep.

Er hebben zich duizenden mensen verzameld bij de kazerne van de Verenigde Naties die onder leiding staat van Dutchbatsoldaten. De opperbevelhebber van de Bosnisch-Servische troepen, Ratko Mladić, weet een overeenkomst te sluiten met de Nederlanders waarbij hij belooft de moslims naar een andere plek te brengen waar ze veilig zijn. De mannen en vrouwen worden gescheiden voordat ze worden afgevoerd. De vrouwen in bussen, de mannen in vrachtwagens. Zoals we nu allemaal weten, zullen ruim 8000 mannen vermoord worden.

Op het moment dat de vrouwen, velen met hoofddoeken om, de poort van het VN-complex uitlopen, roept een van de Dutchbatsoldaten, een jongen van nog geen twintig zo lijkt het: “It’s a man! It’s a man!” Servische soldaten rennen op een gesluierde persoon af, trekken de hoofddoek van zijn hoofd, en duwen hem hardhandig in de andere rij.

Zijn moeder gilt wanhopig, probeert hem vast te grijpen, wordt tegen de grond gesmeten. Op de achtergrond hoor je een andere Dutchbatter, een arts, luidkeels vloeken tegen de jonge soldaat en zie je hoe hij tegen de grond wordt geslagen.

Waarom greep het me zo aan? Waarschijnlijk omdat pijnlijk duidelijk wordt hoe slecht principes samengaan met de realiteit. De jonge soldaat doet in een reflex waarvan hij denkt dat het het beste is: de waarheid spreken. Hij gedraagt zich volledig volgens de ethiek van de achttiende-eeuwse Duitse filosoof Immanuel Kant, die meende dat je je altijd aan universele regels moet houden zoals: ‘gij zult niet liegen.’

Kant gaf zelf het voorbeeld van een onschuldig persoon die zich in je huis verstopt. Vervolgens klopt er iemand aan die hem wil vermoorden en die aan je vraagt of deze persoon zich in je huis bevindt. Volgens Kant moet je ook dan de waarheid spreken.

Je zou misschien zeggen dat je je normaal gesproken inderdaad aan die regel moet houden, maar dat je die in deze specifieke situatie wel even mag negeren. Maar Kant wil van de specifieke situatie weg. Als je namelijk met het specifieke rekening houdt, dan lukt het nooit om tot een handeling te komen. Er zitten zoveel facetten aan. Hoe onschuldig is deze persoon eigenlijk? Wat is onschuld? Zijn we niet allemaal een beetje schuldig? Enzovoorts.

Anders dan Kant zou de Chinese filosoof Confucius (551 – 479 v. Chr.) zeggen dat zo’n algemene regel volstrekt zinloos is. Je moet niet weg van het concrete om iets over ethiek te kunnen zeggen, maar je moet juist het concrete opzoeken. Je kunt zelfs niets over ethiek zeggen zolang je in algemene termen blijft spreken.

Als je iets wilt terugbrengen tot de kern verlies je namelijk de realiteit uit het oog. Juist die concrete situaties zetten je aan tot nadenken over wat ethisch gedrag is. En in het geval van de Dutchbatter zou je volgens Confucius vermoedelijk wel moeten liegen of in ieder geval niet uit jezelf de waarheid vertellen. Of liegen wel of niet gepast is, is volledig afhankelijk van de situatie.

De scène uit de film is dus niet alleen zo pijnlijk omdat je weet dat de man met hoofddoek het niet zal overleven, maar ook omdat je inziet dat de jonge Dutchbatter voortaan moet leven met het feit dat door zijn principiële reflex iemand vermoord is.

In een artikel in het AD komt een oud-Dutchbatmilitair aan het woord die de film gezien heeft. Ook hij haalt deze scène aan. Hij zegt: ‘We zien een Dutchbatter een als vrouw verklede moslimman verraden. Die wordt vervolgens door aanwezige Serviërs opgepakt en (dat wordt althans gesuggereerd) vermoord. ‘Onzin’, dacht ik. Het bleef aan me knagen, dus ben ik gaan rondbellen. Geen van mijn collega’s kenden dit verhaal. Toch bleek uiteindelijk uit een document van het Joegoslaviëtribunaal dat dit schijnbaar plaatsvond. Zijn naam was doorgestreept. Het zelfmoordpercentage onder de militairen was hoog, misschien leeft hij of zij niet meer.’

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Kwaliteit is ook niet alles

By Omgaan met mensen
'Wat een fijne muziek en je kunt er ook nog prima doorheen praten'

Tijdens mijn studie filosofie was muziek maken mijn bijbaantje en ook daarna kon ik er redelijk van rondkomen. Het waren alleen niet de optredens waar ik van gedroomd had. Geen zwoele cafés waar het publiek aan mijn lippen hing, eerder recepties in bedrijfspanden waar we verscholen in een hoekje onze setlist afwerkten. We waren niet meer dan muzikaal behang.

Af en toe kwam er iemand naar ons toe in de pauze met vragen als: ‘vinden jullie het niet vervelend dat er niemand klapt?’, of ‘wat een fijne muziek maken jullie, en je kunt er nog prima doorheen praten’, of: ‘je denkt misschien dat jullie muziek niet opvalt, maar je mist het toch als jullie stoppen.’

Maar langzaamaan veranderden de optredens van karakter. We gingen af en toe wat meer op de voorgrond spelen: concertjes in theaters en op jazzfestivals. Dan stond je ineens op een podium, luisterde het publiek aandachtig en kwamen er in de pauze en na afloop mensen naar ons toe, met heel andere vragen.

Ze wilden dat we onze cd’s signeerden en dat we met hen op de foto gingen. We voelden ons opeens helden. Al was het maar voor even. Want als we de volgende dag weer op een receptie speelden, werden we als vanouds behandeld als behang, terwijl we dezelfde muziek maakten als de dag ervoor.

Of muziek aanslaat of niet is blijkbaar van meer factoren afhankelijk dan alleen de kwaliteit van de uitvoering. Dit was ook de uitkomst van een inmiddels zeer bekend experiment dat Joshua Bell deed in 2007 in opdracht van de Washington Post.

Deze beroemde concertviolist speelde drie kwartier op zijn Stradivarius, hij deed dat alleen niet in de concertzaal, maar in een metrostation in Washington, en in plaats van een zwart pak, droeg hij een spijkerbroek en een baseballpetje. Van de ruim duizend voorbijgangers waren er slechts zeven die bleven staan om te luisteren. De rest liep onaangedaan verder.

Het publiek moet afgestemd worden – door een podium, door schijnwerpers, door een lovende aankondiging, door mooie kleren, door een bekende naam –. Pas wanneer de muziek een engagement aangaat met de omgeving, kan ze effect hebben op de luisteraar.

Je zou het experiment ook kunnen omdraaien. Je heist een gemiddelde straatmuzikant in een chique pak, zet hem op een groot concertpodium en vertelt het publiek dat het Joshua Bell is. Waarschijnlijk zouden mensen bijzonder onder de indruk zijn van het concert. Wanneer de setting goed is, ben je al snel geraakt.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

Kun je iemands werk en gedrag los van elkaar zien?

By Omgaan met mensen
Juist als je hem of haar bewondert

Stel je het volgende verhaal eens voor. Ferdinand, een man die leeft in het Frankrijk van de 18e eeuw, heeft een vreselijke jeugd gehad in een weeshuis. Zodra het kon, is hij daar weggegaan, maar hij raakt al snel aan lager wal. Per toeval komt hij in aanraking met het boek Emile ou de l’education van de op dat moment beroemde schrijver en filosoof Jean-Jacques Rousseau.

In het boek vertelt Rousseau over de opvoeding van Emile. Emile is een jongen met een gelukkige jeugd. Hij mag van zijn opvoeder, die net als de auteur Jean-Jacques heet, helemaal zijn eigen gang gaan. Toch is Jean-Jacques er altijd om hem liefdevol bij te staan als Emile daar behoefte aan heeft.

Ferdinand vindt het een prachtig boek. Het lezen ervan geeft hem veel troost en helpt hem zijn leven op orde te krijgen. Deze schrijver begrijpt wat hij nodig heeft. Had hij maar zo’n vader gehad als Jean-Jacques.

Op een dag komt er een vrouw naar hem toe. Ze vertelt hem dat ze zijn moeder is en dat zijn vader Jean-Jacques Rousseau is. Hij dwong haar al hun vijf kinderen te vondeling te leggen. Ferdinand is in shock. De man van wie hij hoopte dat het zijn vader zou zijn, is zijn vader, maar het is juist een vreselijke vader.

Dit is natuurlijk een stel-dat-verhaal, al is het wel zo dat Rousseau de schrijver is van Emile ou de l’education, en dat dit boek een van de belangrijkste boeken is over opvoeden ooit geschreven. Dat Rousseau zijn vijf kinderen naar het weeshuis bracht is ook waar. Alleen is het niet bekend wat er met de kinderen van Rousseau gebeurd is. Ik vertel dit verhaal naar aanleiding van een stuk dat onlangs in Trouw stond over de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984).

Foucault wordt ervan beschuldigd seks te hebben gehad met minderjarige jongens. De beschuldigen worden geuit door Guy Solman, een collega-filosoof die hem in de jaren zestig opzocht in Tunis. Foucault was daar gasthoogleraar en de jongetjes zouden zich hebben aangeboden voor geld. Volgens Solman betaalde Foucault ze en sprak met ze af om seks te hebben. Solman wees ook op de koloniale houding van Foucault. In Frankrijk had hij het niet gedaan, maar de lichamen van minderjarige Tunesiërs waren blijkbaar minder waard voor hem.

Mijn eerste reactie was verontwaardiging. Foucault is dood, hij kan zich niet meer verdedigen. En we moeten Solman maar op z’n woord geloven. Ik zag deze reactie ook bij collega filosofen. Misschien goed te vermelden dat Foucaults werk van grote invloed is geweest op mijn denken en dat van veel hedendaagse filosofen.

Ik las vervolgens een artikel op de website van Aljazeera over de reactie van de Franse pers en intelligentsia. En die reactie leek op die van mij. Er was verontwaardiging over wat Foucault, die zich niet kon verdedigen, was aangedaan. Voor de rest werd er weinig aandacht aan besteed. Dat deed me nadenken over mijn eigen reactie.

Waarom wilde ik, net als al die anderen, Foucault zo graag verdedigen? Waarschijnlijk juist omdat ik zijn werk zo waardeer. Deze aanval op Foucault voelde als een aanval op een stukje van mezelf.

Michel Foucault

Daar komt bij dat je een mens het liefst ziet als een persoon uit één stuk en niet als iemand die goed en fout tegelijk is (terwijl de meeste mensen dat in meer of mindere mate natuurlijk juist wel zijn). En dat gaat al helemaal op voor iemand die je bewondert. Dat zag je ook bij de fans van Michael Jackson, die bij hoog en laag het door hem gepleegde misbruik ontkenden.

Maar goed, waarom kan ik niet gewoon aanvaarden dat het mogelijk is dat Foucault moreel onaanvaardbaar gedrag vertoonde (en dat gedrag afkeuren) en tegelijkertijd zijn werk blijven waarderen? Of Foucault nou wel of niet jongetjes misbruikte, zijn werk verandert er niet door. Dat blijft goed. Tenminste, dat is de kwestie waar ik nog steeds mee zit.

Daarom begon ik met dat gedachte-experiment over de zoon van Rousseau. Ik kan me voorstellen dat Ferdinand het boek Emile ou de l’education niet meer wilde lezen toen hij eenmaal hoorde dat zijn vader het geschreven had. Dat boek is voor hem wel degelijk veranderd…

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.

In tegenstelling tot de man, heeft de vrouw aan zichzelf genoeg

By Omgaan met mensen
Aldus Lou Salomé

Vandaag, 9 mei vieren Valerie en ik dat we 21 jaar getrouwd zijn. Nog altijd heb ik er een beetje spijt van dat we niet meteen zijn gaan trouwen toen we elkaar ontmoetten. Dan hadden we nu bijna ons dertigjarig jubileum kunnen vieren.

Eigenlijk had ik me, toen ik nog heel jong was, voorgenomen nooit te gaan trouwen. Ik had een romantisch beeld van het ongehuwde leven en hield van liedjes als ‘La non demande en mariage’ (Het niet ten huwelijk vragen) van Georges Brassens, waarin hij zingt: ‘j’ai l’honneur de ne pas te demander ta main’ (ik heb de eer je niet om je hand te vragen).

Ik had bewondering voor mensen die naar andere manieren zochten om hun verhouding vorm te geven. In de filosofie is de relatie tussen Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre waarschijnlijk het bekendste voorbeeld. Ze weigerden te trouwen, bleven hun hele leven partners, maar woonden nooit samen en hadden ook nog andere liefdesrelaties. Uit hun correspondentie blijkt dat het vaak niet makkelijk was. Maar goed, veel huwelijken schijnen ook niet altijd makkelijk te zijn.

Er is een andere, minder bekende denker die al jaren voor Sartre en de Beauvoir, in de 19e-eeuw, weigerde te trouwen omdat ze een zelfstandige vrouw wilde zijn die niet het bezit was van een man: Lou Salomé (1861-1937). Ze werd verschillende keren ten huwelijk gevraagd, maar wist de meeste verzoeken af te slaan.

Een van degenen die haar ten huwelijk vroeg was de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. Hij deed dat zelfs twee keer. De eerste keer was op de dag dat hij haar voor het eerst zag. Er was toen ook nog een iemand anders bij, de filosoof Paul Rée.

In feite vormden Salomé, Rée en Nietzsche gedurende een korte periode een soort ménage à trois. Op een beroemde foto van de drie gooit Salomé de zweep over Rée en Nietzsche lijkt voor de kar gebonden te zijn. De families van Rée en Nietzsche stelden de relatie niet op prijs. Daardoor ontstond een breuk met Nietzsche. Salomé ging met Paul Rée in Berlijn wonen. Ook hij vroeg haar ten huwelijk. Ze weigerde wederom.

Ze deed wat voor vrouwen nu aanvaard is, maar toen nog niet: op zichzelf wonen, studeren, reizen, en ze publiceerde meer dan twintig boeken, onder andere over (vrouwelijke) seksualiteit.

Ze is één keer gezwicht voor een aanzoek. Dat kwam van de vijftien jaar oudere oriëntalist Carl Friedrich Andreas. Ze weigerde aanvankelijk weer, maar toen hij met zelfmoord dreigde, stemde ze toe. Ze wist wel haar zelfstandige positie te behouden. Ze waren meer dan 40 jaar getrouwd, maar het was een huwelijk dat niet geconsumeerd werd. Salomé hield er andere relaties op na, zoals met de dichter Rainer Maria Rilke (hij was 21, zij 36 toen ze elkaar ontmoetten).

Op latere leeftijd kwam Salomé in aanraking met de psychoanalyse van Sigmund Freud. Deze leer gaf haar de mogelijkheid om een theorie over de zelfstandige positie van de vrouw te ontwikkelen. Ze was vooral geïnteresseerd in wat Freud het narcistische stadium noemde. Dat is het stadium waarin de mens nog de indruk heeft dat alles met hem of haar samenvalt, waarin er nog geen verschil is tussen het ik en een object daarbuiten.

Ze stelt dat het vrouwelijke principe gekenmerkt wordt door zelferkenning en zelfgenoegzaamheid (narcisme). Daarom is de vrouw in tegenstelling tot de man, niet van zichzelf afgesneden, en niet geneigd zich te onderwerpen. De vrouw is niet afhankelijk van een ander, laat staan van een man. Ze heeft aan zichzelf genoeg. De man is volgens haar een gebrekkig wezen.

.

Daar dacht Freud heel anders over. Hij meende juist dat vrouwen een gebrek ervaarden. Namelijk het gemis van een penis. Hij noemde dat penisnijd. Maar goed, als er penisnijd is, waarom zou er dan geen borstennijd bestaan? Misschien dat daarom zoveel mannen aan bodybuilding doen?

Wil je meer weten over de filosofie van Lou Salomé? Ze is één van de vrouwelijke filosofen die ik samen met filosoof Aline d’ Haese bespreek in: De zijkant van de filosofie. Een dialoog over vrouwelijk denken, dat onlangs verschenen is bij uitgeverij Boom. 

Zie ook het interview met Aline en mij in het meinummer van Filosofie Magazine.

Frank Meester is buitengewoon afdelingshoofd van BURO FLUDO.
Hij bedenkt manieren om met behulp van de filosofie
het leven iets minder ellendig te maken.

Elke week versgetypte levenstips ontvangen?
Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief



Wil je meer BURO FLUDO?
Misschien is een cursus dan iets voor jou!

Nieuw: De BURO FLUDO kadobon!

Wist je dat je nu ook een proefles kunt doen? Je kunt je aanmelden op de cursussenpagina

Opvoedboeken

Samen met Stine Jensen schreef ik twee opvoedboeken. Één voor ouders: De opvoeders. wat de filosofie de schipperende ouder kan leren en één voor kinderen: Hoe voed ik mijn ouders op? Een boek vol tips waarmee kinderen hun onopgevoede ouders een beetje kunnen helpen. Je vindt de boeken op de leuke dingen-pagina.

Vraag het Frank

Heb je een filosofische vraag? Dan kun je die aan mij stellen. Stuur me een berichtje via de contactpagina. Wie weet behandel ik je vraag in een van mijn vlogs.